Glocer was gisteren een keynote spreker op het OPA’06 Londen, een door de Online Publishers Association georganiseerd congres waar hoge vertegenwoordigers van kranten als The New York Times, The Guardian, Le Monde en The Financial Times spraken over de toekomst van grote mediabedrijven.
De deelnemers spraken vooral over voor hen potentiele bedreigingen als ‘user generated content’, nieuws aggregators als Google Nieuws en teruglopende advertentie-inkomsten. Ook het ‘business model’ van de online krant was een terugkerend thema, oftewel: hoe kunnen uitgevers het meeste geld verdienen met de online editie van een krant?
Wat is de rol van mediabedrijven in het nieuwe medialandschap? Die vraag stelde Reuters-CEO Glocer zichzelf aan het begin van zijn speech. Glocer noemde drie taken die het (toekomstige) mediabedrijf heeft: het maken van originele en aantrekkelijke content, het aanbieden van ‘tools’ die het publiek in staat stelt om zelf aan de slag te gaan met (al dan niet eigen) content en het filteren van het overaanbod aan online informatie.
De krant moet het publiek helpen om zelf elk soort van content te maken en te delen met de lezers van een krant, vindt Glocer. “De krant moet een mix worden van professionele content (door journalisten gemaakt, red.) en amateurcontent.” Hij noemde als voorbeeld de nieuwsvoorziening rondom de Tsunami. Pas een dag na de ramp waren de eerste journalisten op de rampplekken. “De eerste foto’s kwamen van mensen die toevallig ter plekke waren. Heel veel kranten hebben die foto’s gebruikt. Vanaf dag twee waren er fotografen en cameramensen ter plekke. Vervolgens zie je dat díe foto’s op de covers van de weekbladen staan.”
Weblogs zullen de rol van journalisten nooit overnemen, zegt Glocer. Daarvoor is er té veel aanbod en hebben de bestaande media een te sterke merkpositie. “Mensen willen weten of een nieuwsverhaal betrouwbaar is. Daarom zijn merknamen erg belangrijk.” Voor kranten als The New York Times is daarom het vertrouwen dat het publiek in hen heeft de belangrijkste toegevoegde waarde. Glocer trekt een vergelijking met het televisielandschap in het Verenigd Koninkrijk: “Een groot deel van de Britten heeft toegang tot 500 verschillende digitale kanalen. Maar wat blijkt, de best bekeken kanalen zijn BBC1, BBC2, ITV en Channel Four. De zenders die al járen bestaan, en een sterke merkpositie hebben.”