Zeventig procent van de audiovisuele content die we bekijken is professionele tv-content. Dertig procent niet, want werd onder meer gemaakt voor consumptie op internet.
Bovendien wordt tien procent van de content die voor tv wordt gemaakt niet via het televisiescherm in de huiskamer bekeken. Andere mediadragers, zoals de mobiele telefoon en tablet, zijn bezig met een opmars. Dat is geen revolutionair proces, stelt Bas de Vos van Stichting Kijkonderzoek, maar een geleidelijke verandering.
De Vos presenteerde eerder deze week tijdens een Immovatorbijeenkomst de eerste resultaten van een nieuw soort onderzoek dat zijn organisatie uitvoert. Naar Zweeds voorbeeld onderzoekt hij welke typen content door wie op welk soort apparaten wordt bekeken.
De grootste verandering in de wijze van mediaconsumptie is te zien bij jongeren onder de twintig. Maar zestig procent van hen gebruikt een televisietoestel om av-content toch zich te nemen. Veel liever gebruiken ze daarvoor een computer. Een verklaring daarvoor geeft De Vos niet.

Over de hele populatie, lag dat gemiddelde op 78 procent.

Daar staat zichtbaar tegenover dat alle apparten die geen televisie zijn ook weinig worden gebruikt om tv-content te consumeren. Op de mobiele dragers domineert YouTubeachtig aanbod. Google probeert op deze categorie dragers voor YouTube meer long form en professioneel geproduceerde content beschikbaar te maken ,
De steekproef onder 1.300 Nederlanders van dertien jaar en ouder laat ook zien dat mobieltjes en tablets zeer regelmatig worden gebruikt om av-content te nuttigen. Dertig procent van de tableteigenaren keek afgelopen 24 uur video, veertig procent van de mensen met een smartphone deed dat.

Eerder deze week werd uit onderzoek van GfK bekend dat Nederlandse consumenten dit jaar 53 miljoen euro uitgeven aan video on demand.
Foto: Jekert Dacaris (cc)















