Adjan Kodde uit bestuur van steeds sterker DDA

Adjan Kodde treedt terug als bestuursvoorzitter van Dutch Digital Agencies (DDA) en geeft het roer aan Ivo Roefs, CEO van Tribal DDB. Terugkijkend op zijn termijn constateert Kodde dat hij een veel grotere, inclusieve organisatie achter zich laat die zich ook in Den Haag wil laten horen.

Tijdens de ledenvergadering gisteren nam Kodde, een van de oprichters van bureau Mirabeau dat nu onderdeel is van Cognizant, afscheid. Sinds eind 2015 was hij voorzitter van belangenorganisatie Dutch Digital Agencies (DDA).

In een afsluitend interview met Emerce kijkt hij terug op de ontwikkeling van de belangenorganisatie.

Je treedt terug. Is je werk af?
“De bestuurstermijn is voorbij, eigenlijk is hij al wat uitgelopen. Bovendien is er bij Mirabeau ook veel veranderd en wil ik aandacht kunnen geven aan het internationale werk daar. Ben ik klaar bij DDA? Ik ben trots op wat we hebben bereikt. Er staat nu een brede vereniging voor bureaus met digital in het DNA. We helpen hen met veel kennissessies om sneller en makkelijker te professionaliseren. Het ledenaantal is afgelopen 2,5 jaar meer dan verdubbeld. Maar zijn we klaar? Nee.”

“Er is op speerpunten nog veel te doen. Op een aantal vlakken beginnen we wel zichtbaar momentum te krijgen. Allereerst ons werk ten aanzien van de overheid; aandacht voor digitale trajecten binnen overheid. Het besef begint door te dringen dat IT-projecten echt op een andere manier moeten worden gedaan. Een ander thema is onderwijs. Als DDA hebben we geholpen bij de totstandkoming van de masteropleiding Digital Design in samenwerking met HvA en organiseerden we al weer voor de vijfde keer talentendagen voor alle landelijke Communication and Multimedia Design-opleidingen. We hebben een goede samenwerking met HBO ICT en zijn zichtbaarder als werkgever.”

Wat is niet gelukt?
“Het is moeilijk gebleken om leden te helpen bij internationaliseren. Terugkijkend denk ik dat dat komt door de grote diversiteit in de bedrijven om wie het gaat. Ze vertegenwoordigen niet zelden verschillende disciplines, hebben specifieke producten voor bepaalde industrieën en zoeken allemaal andere markten. Kortom, er is te veel pluriformiteit om daarbij te kunnen helpen. Aan de andere kant, moet ik zeggen, is het een goede stap geweest om DDA samen te voegen met het meer internationaal gerichte Dutch Digital Design van Bert Hagendoorn.”

Hoe zie je de toekomst van DDA?
“Vergeleken met een aantal jaar geleden is de koers niet wezenlijk gewijzigd. De huidige periode is een interessante tijd met veel nieuwe toetreders tot de markt. We zijn begonnen vanuit full servicebureau’s en bieden daarnaast nu ook onderdak aan andere soorten digital native bureaus die niet per se fullservice zijn. Maar in de markt komen nu ook grote reclameketens en de IT- en consultancybedrijven. Dat is interessante stof voor DDA; wat is de positie van de vereniging? Die vraag kan ik wel beantwoorden. De sterke groei van DDA maakt duidelijk dat die een heldere plek heeft en voorziet in een behoefte. Daarom lijkt een fusie met partijen als VEA, DDMA en ICT Nederland niet zinvol, samenwerking natuurlijk wel. Kijk bijvoorbeeld naar wat we in Cannes doen met ADCN en VEA.”

Waarom is een actieve lobby in Den Haag nodig?
“Daar speelt een aantal zaken. Allereerst de beeldvorming. We krijgen vaak als feedback uit centrale overheid dat we communicatie- en designbureaus zouden zijn. Dat doet sterk afbreuk aan technische kwaliteit van onze leden. Dat haakt direct in op het volgende. Het aanbestedingsbeleid van de centrale overheid wordt verkeerd uitgewerkt. Dat resulteert erin dat een beperkte hoeveelheid spelers de digitale en IT-gedreven projecten krijgt. Daar klopt iets niet.”

“Met een helderder, eigen stem in Den Haag kunnen we de overheid beter voorlichten en zich als marktgerichte klant leren opstellen. De manier van werken verdient daar grondig aanpak. En niet, zoals de Commissie Elias betoogt, door vooraf meer zekerheden te vragen. De markt is namelijk al zo ver doorontwikkeld dat alle bureaus agile werken. Ze kijken naar de praktijk van de dag en kunnen direct bijsturen waar en wanneer nodig.”

Hoe kijk je naar hoe Amerika en Europa zich ontwikkelen?
“Recent was ik nog in Silicon Valley en heb natuurlijk over die vraag nagedacht. In essentie zie je dat Europese bedrijven bezig zijn met core business en met wat geluk nog een afdeling innovatie hebben. De VS daarentegen is bezig met het zoeken naar waar grenzen liggen en zet innovatie centraal. Soms zo extreem dat de core business van een Amazon of Google niet eens meer duidelijk is, alles draait gewoon om innovatie en groei. Dat gaat tot het diepst van de organisaties, niet enkel programmeurs en strategen houden zich ermee bezig. Zelfs Legal en HR zoeken de grenzen op.”

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug