-

[Column] Waarom de ophef over een AI-gebruikende premier zwaar overtrokken is

Het was de afgelopen week hét gesprek van de dag: minister-president Rob Jetten en zijn partij D66 blijken met behulp van AI honderden berichten te hebben geschreven op sociale media. Een onthulling van de Volkskrant zette het Binnenhof op zijn kop. Zeker 232 socialmediaberichten zouden de afgelopen tijd door een chatbot zijn geproduceerd, waaronder zelfs gevoelige uitingen over de Molukse gemeenschap en een bezoek aan Kamp Westerbork. De kritiek was niet mals: het zou onoprecht zijn, de teksten voelen als ‘eenheidsworst’ en het raakt aan de authenticiteit van de politiek leider van ons land. Persoonlijk was ik best wel verbaasd over de enorme ophef. Want waarom zou onze minister-president geen AI mogen gebruiken, terwijl de rest van werkend Nederland er massaal mee experimenteert?

Spookschrijver of klankbord?

In de media – en zeker in de felle reacties op platforms als X en LinkedIn – duiken de laatste tijd steeds vaker negatieve geluiden op over kunstmatige intelligentie. Laat ik vooropstellen: als fervent AI-gebruiker begrijp ik die kritische geluiden maar al te goed. AI heeft absoluut de potentie om ons luier te maken. Het verleidt je om minder snel te controleren of een antwoord wel klopt en simpelweg te vertrouwen op de output. Bovendien zie je online steeds vaker hetzelfde type ronkende, generieke teksten voorbijkomen. Zonder menselijke nuance pik je de door AI geschreven stukken er moeiteloos uit. Ik zal dat risico op een inwisselbare ‘robot-stijl’ zeker niet ontkennen, maar er is in deze discussie een grote ‘maar’.

Het draait namelijk fundamenteel om de vraag hóé je de technologie inzet. Ik vind het juist een uitstekend signaal dat onze minister-president AI gebruikt. Hij toont hiermee aan dat hij meegaat met de huidige technologische ontwikkelingen en zoekt naar manieren om zijn werk efficiënter in te richten. We klagen in Nederland al decennia over de logge overheid en stroperige politiek; nu pakt de premier een innovatief hulpmiddel vast, en we schieten direct in een morele kramp.

Er zit natuurlijk wel een wezenlijk verschil tussen een chatbot inzetten als klankbord of als volledige spookschrijver. Stel dat Jetten na een lange werkdag achterin de dienstauto zit en tegen ChatGPT praat om zijn complexe gedachten of ruwe aantekeningen te structureren. Dat is heel wat anders dan wanneer hij een tool vanaf de eerste letter een beleidsplan of een hypergevoelige tekst over een beladen historisch onderwerp laat bedenken, zonder daar nog kritisch naar te kijken. Maar laten we wel wezen: voorheen legde een compleet team van tekstschrijvers, spindoctors en woordvoerders de communicatie van een premier in de week. Nu doet een AI-tool deels dat voorwerk. Is de afzender dan ineens zóveel onoprechter?

De pragmatische aanpak op de werkvloer

Binnen de commerciële sector zijn we op dit vlak al een stuk pragmatischer. De CEO van mijn werkgever moedigt ons juist actief aan om AI te gebruiken, met als doel om onze productiviteit te verhogen. Wél trekt hij, terecht, een haarscherpe lijn. Hij definieert precies waar AI waarde toevoegt en waar de menselijke maat onmisbaar is. Een simpel voorbeeld: als we met klanten in gesprek zijn, zetten we – uiteraard met vooraf gevraagde toestemming – een opnamerecorder aan. De hele meeting wordt door AI met één druk op de knop getranscribeerd en direct samengevat in actiepunten. Hierdoor hoeven we niet krampachtig mee te schrijven en hebben we de volledige, oprechte aandacht voor de klant aan tafel. Tel uit je winst.

Transparantie als politieke spelregel

Natuurlijk liggen de spelregels voor de machtigste man van het land complexer dan voor de gemiddelde kantoormedewerker. We moeten het stevig hebben over de ethische grenzen en dataveiligheid. Een premier kan en mag geen staatsgeheimen, vertrouwelijke kabinetsbesluiten of ongefilterde beleidsstukken in de servers van techgiganten pompen. Ook het transparantievraagstuk dat de Volkskrant aansnijdt, is meer dan terecht. De Europese AI Act eist transparantie over AI-gegenereerde content. D66 pleit hier zelf in zijn programma’s voor, maar verzuimt het bij de eigen uitingen consequent toe te passen. Een simpel labeltje (‘geschreven met behulp van AI’) had waarschijnlijk 80 procent van deze storm in een glas water voorkomen. De les hier is dat openheid het vertrouwen in de politiek juist versterkt.

Meer tijd voor de voeten in de klei

De hamvraag die overblijft, is wat onze premier met de gewonnen tijd doet. Stel dat hij voorheen wekelijks meerdere uren kwijt was aan het finetunen van standaardcommunicatie met zijn achterban. Als die tijdswinst nu wordt verzilverd doordat AI het zware typwerk deels overneemt, is dat een groot goed. Hopelijk geeft dat hem exact de ruimte die een minister-president anno nu nodig heeft: minder tijd staren naar een scherm in het Torentje, en meer tijd om met zijn voeten in de klei te staan. Om belangrijke staatsbezoeken voor te bereiden, het land in te trekken of écht, zonder afleiding, het gesprek aan te gaan met de samenleving.

 

Over de auteur: Jasper Boot is Online marketeer bij AFAS Software 

Deel dit bericht

1 Reactie

Mach3

Volgens mij gaat deze discussie niet over de vraag of een premier AI mág gebruiken. Natuurlijk kan AI een nuttig hulpmiddel zijn. De interessantere vraag is wat er gebeurt wanneer een premier AI inzet om namens hem politieke en persoonlijke boodschappen te formuleren.

De vergelijking met “de rest van werkend Nederland” vind ik daarom te gemakkelijk. Als ik AI gebruik om een vergadering samen te vatten of mijn eigen tekst taalkundig te verbeteren, heeft dat een andere betekenis dan wanneer een premier AI laat bepalen hoe hij zijn gevoelens, politieke standpunten of excuses aan een bepaalde gemeenschap onder woorden brengt.

Bij politieke communicatie is de afzender namelijk onderdeel van de boodschap. Wanneer een premier schrijft dat iets hem persoonlijk raakt, willen burgers niet alleen weten of die zin grammaticaal klopt of door een mens is gecontroleerd. Ze mogen zich ook afvragen of dit daadwerkelijk zijn eigen woorden en formulering zijn.

Ook het argument dat premiers vroeger tekstschrijvers en spindoctors hadden, overtuigt mij niet volledig. Een menselijke speechschrijver kan politieke en historische context begrijpen, is aanspreekbaar en draagt verantwoordelijkheid binnen een politieke organisatie. Een taalmodel doet iets fundamenteel anders: het genereert op basis van waarschijnlijkheid een overtuigend klinkende tekst. Dat een politicus die tekst vervolgens goedkeurt, maakt hem nog niet automatisch de oorspronkelijke auteur.

Juist bij onderwerpen als Kamp Westerbork, excuses aan de Molukse gemeenschap of andere gevoelige historische kwesties vind ik dat verschil belangrijk. Daar gaat communicatie niet alleen over efficiëntie, maar ook over menselijke aanwezigheid, verantwoordelijkheid en authenticiteit.

Daarom vind ik de vraag “waarom zou een premier geen AI mogen gebruiken?” eigenlijk de verkeerde vraag. De relevante vragen zijn: waarvoor gebruikt hij het, welke delen van een boodschap worden door AI gegenereerd, welke menselijke verantwoordelijkheid blijft over, welke gegevens worden aan commerciële AI-systemen toevertrouwd en wordt de burger daarover geïnformeerd?

Opvallend genoeg erkent het artikel zelf dat transparantie belangrijk is en dat AI-gebruik beter gemarkeerd zou kunnen worden. Daar zit volgens mij precies de kern. Het probleem is niet dat de premier technologie gebruikt. Het probleem ontstaat wanneer technologie een deel van de persoonlijke en politieke communicatie overneemt zonder dat de ontvanger dat weet.

AI kan prima een hulpmiddel zijn. Maar bij een premier zou “hulpmiddel” niet ongemerkt moeten veranderen in “afzender”.

Dat is geen angst voor nieuwe technologie. Het is juist de vraag welke menselijke en democratische waarden we níét willen automatiseren.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond