‘AI tijdperk vraagt om fundamentele herijking van ons juridische paradigma’
De impact van digitale infrastructuren – zoals het internet, sociale media en kunstmatige intelligentie – wordt vaak verkeerd begrepen vanwege een misplaatst mensbeeld. Omdat het recht gebaseerd is op datzelfde mensbeeld, is het recht niet goed in staat AI en de gevolgen daarvan op het leven van burgers en de samenleving adequaat te reguleren. Daarom moet het juridische paradigma fundamenteel worden herijkt, betoogt rechts- en techniekfilosoof Bart van der Sloot in zijn nieuwe boek ‘From autonomy to ambiguity: reconfiguring the legal landscape in the age of AI’.
Juridische kaders zijn doorgaans gebouwd op de aanname van het rationele, autonome individu. Maar de menselijke conditie is veel complexer; we zijn diep ambigue wezens, stelt Van der Sloot. We zijn niet alleen autonome en rationele actoren; we zijn net zo goed afhankelijk, gevormd door onbewuste motieven, emoties, gewoonten en sociale contexten. Deze aspecten worden vaak beschouwd als onze “mindere” kant die overwonnen moet worden.
In zijn boek betoogt Van der Sloot juist het tegenovergestelde: afhankelijkheid is even fundamenteel voor de menselijke conditie als autonomie, emotionele impulsen zijn even intrinsiek als rationele overwegingen, en onze identiteiten worden evenzeer gevormd door anderen en door context als door individuele keuze.
Op basis van dit inzicht ontwikkelt Van der Sloot zijn betoog in drie stappen.
De menselijke conditie
Ten eerste heroverweegt hij de menselijke conditie vanuit filosofische, psychologische en sociologische perspectieven. Mensen zijn van nature innerlijk geconflicteerde wezens. We worden heen en weer getrokken tussen rede en instinct, autonomie en afhankelijkheid, ons vroegere en ons toekomstige zelf, aspiraties en beperkingen. Ons leven berust op een kwetsbaar evenwicht tussen deze tegengestelde krachten.
Destabiliserende technologie
Ten tweede betoogt hij dat de impact van digitale infrastructuren – zoals het internet, sociale media en kunstmatige intelligentie – vaak verkeerd wordt begrepen vanwege het heersende, maar onjuiste mensbeeld. Deze technologieën ondermijnen autonomie of rationaliteit niet zozeer, maar versterken de spanningen die al in ons aanwezig zijn. Ze maken ongekende autonomie mogelijk, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe afhankelijkheden creëren; ze bieden toegang tot enorme hoeveelheden informatie, maar verspreiden ook desinformatie; ze versterken bestaande overtuigingen en confronteren individuen tegelijk onophoudelijk met perspectieven die hun wereldbeeld uitdagen. Het probleem is dus niet dat technologie ons in één richting duwt, maar dat zij het fragiele evenwicht tussen tegengestelde aspecten van de mens destabiliseert doordat ze die allemaal versterkt.
Het juridische paradigma herijken
Ten derde vertrekt ook het recht vanuit dit te eenzijdige mensbeeld. Het gaat ervan uit dat mensen primair rationeel en autonoom handelen, adresseert problemen met digitale infrastructuren vooral wanneer die de rationele autonomie aantasten, en reageert door datzelfde ideaal verder te versterken—via transparantievereisten, informatieplichten, toestemmingsmodellen en een toenemende nadruk op individuele controle. Paradoxaal genoeg verergeren die regels vaak juist de problemen die ze proberen op te lossen.
Daarom, betoogt Van der Sloot, moet het juridische paradigma fundamenteel worden herijkt. Aan de hand het privacy- en gegevensbeschermingsrecht als casus stelt hij voor om bestaande juridische doctrines aan te vullen met hun conceptuele tegenhangers. Naast een principe van dataminimalisering (zo weinig mogelijk data) zou er bijvoorbeeld ook een principe van dataminimumisering (een minimale hoeveelheid data) moeten zijn; naast een recht op autonomie een recht op afhankelijkheid; naast een recht op gegevensnauwkeurigheid een recht op fictionaliteit; naast een recht op informatie een recht om niet te weten; en naast een rustige digitale omgeving een recht op frictie.
Publicatie
Het boek From autonomy to ambiguity: Reconfiguring the legal landscape in the age of AI is verschenen bij Edward Elgar en is in open access beschikbaar. Het boek heeft inmiddels lovende kritieken ontvangen:
“Boordevol inzichten laat Van der Sloots boek zien dat huidige regelgeving veel te simplistisch is voor de complexe manieren waarop technologie de mensheid beïnvloedt.”
– Daniel J. Solove, George Washington University Law School, VS
“Dit boek biedt een zeldzame en overtuigende herconfiguratie van hoe het recht zou moeten reageren op datagedreven technologieën, niet door bestaande reguleringsinstrumenten uit te breiden, maar door hun antropologische fundamenten ter discussie te stellen.”
– Ichiro Ide, Nagoya University, Japan
“Dit boek nodigt lezers uit om mee te denken over een herverbeelding van onze juridische verhouding tot informatietechnologie op een manier die de ambiguïteit van de menselijke conditie erkent.”
– Katherine J. Strandburg, New York University, VS
“Productief, verbeeldingsrijk en filosofisch onderbouwd: Bart van der Sloot heroverweegt de rol van het recht in een tijdperk waarin menselijke autonomie fragmentarisch, relationeel en steeds vaker door AI bemiddeld is.”
– Paul de Hert, Vrije Universiteit Brussel, België
Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.