Europese hosting wint aan aandacht door groeiende zorgen over data-afhankelijkheid
Nederlandse bedrijven kijken kritischer naar waar hun data wordt opgeslagen en onder welke wetgeving hun digitale infrastructuur valt. Naast prijs, snelheid en beschikbaarheid speelt ook de juridische positie van een hostingpartij een steeds grotere rol. Europese hosting krijgt daardoor meer aandacht bij organisaties die zoeken naar meer controle over hun digitale omgeving.
Op 29 juni 2026 velde het Amerikaanse Hooggerechtshof een uitspraak die op het eerste gezicht weinig met webhosting te maken leek te hebben. In de zaak Trump v. Slaughter oordeelde het hof dat de Federal Trade Commission niet langer wettelijk beschermd is tegen ontslag door de president. Voor Nederlandse bedrijven die hun website, mail en klantgegevens bij een Amerikaanse partij hosten, kan dit gevolgen hebben.
De FTC is namelijk het orgaan waarop de Europese Commissie leunde bij de goedkeuring van het EU-VS Data Privacy Framework, de juridische basis voor dataverkeer tussen Europa en de Verenigde Staten.
Juridische onzekerheid vergroot aandacht voor Europese hosting
Privacyorganisatie noyb riep naar aanleiding van de uitspraak de Europese Commissie op om de goedkeuring van het Data Privacy Framework opnieuw te beoordelen. Volgens de organisatie staat de onafhankelijkheid van de Amerikaanse toezichthouder onder druk. Het is niet de eerste keer dat een Europees-Amerikaans datapact juridisch ter discussie staat. Eerdere regelingen zoals Safe Harbor en Privacy Shield werden eveneens ongeldig verklaard.
Voor bedrijven die op zoek zijn naar betrouwbare webhosting speelt daardoor niet alleen de technische kant van hosting een rol. Ook vragen over eigenaarschap, regelgeving en afhankelijkheid van leveranciers worden belangrijker. Organisaties kijken bijvoorbeeld steeds vaker naar wat er gebeurt wanneer een leverancier wordt overgenomen, voorwaarden veranderen of internationale regelgeving botst.
Waar de keuze voor een hostingpartij jarenlang vooral draaide om snelheid, prijs en gebruiksgemak, wordt ook de juridische context steeds vaker meegenomen in de beslissing.
Markt beweegt richting Europese infrastructuur
De groeiende aandacht voor digitale autonomie zorgt ook voor nieuwe initiatieven in de markt. Zo lanceerden KPN en Schwarz Digits een Europese soevereine cloud voor de Nederlandse markt, waarbij data wordt opgeslagen in datacenters onder Europese jurisdictie.
Dergelijke ontwikkelingen sluiten aan bij de groeiende vraag van bedrijven en overheden naar infrastructuur die minder afhankelijk is van buitenlandse wetgeving. Een Europees datacenter betekent daarbij niet automatisch dat alle risico’s verdwijnen. Wanneer een hostingprovider onderdeel is van een organisatie die onder buitenlands recht valt, kunnen andere juridische verplichtingen alsnog een rol spelen.
Voor bedrijven wordt de keuze voor digitale infrastructuur daarmee steeds meer een strategische beslissing. Een hostingcontract bepaalt niet alleen waar gegevens worden opgeslagen, maar ook onder welke voorwaarden toegang tot die gegevens mogelijk is.
Mkb kijkt kritischer naar afhankelijkheid
Ook binnen het mkb groeit de aandacht voor afhankelijkheid van grote technologiebedrijven. Uit onderzoek van ABN AMRO en MWM2 onder 777 Nederlandse organisaties blijkt dat bijna de helft van het Nederlandse mkb een grote tot zeer grote afhankelijkheid ervaart van een beperkt aantal Amerikaanse cloud- en technologiebedrijven.
Opvallend is dat juist kleinere bedrijven actief stappen zetten om deze afhankelijkheid te verkleinen. Volgens het onderzoek neemt een aanzienlijk deel van het mkb maatregelen om de digitale afhankelijkheid terug te brengen.
De ontwikkeling laat zien dat digitale infrastructuur niet langer alleen een technisch vraagstuk is. Voor steeds meer organisaties wordt ook de vraag belangrijk wie controle heeft over hun data, onder welke regelgeving zij vallen en hoe toekomstbestendig hun digitale basis is.
Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.