Overheid herijkt inzet van externe professionals
Hoofddorp – Provincies en gemeenten zetten externe professionals anders in dan enkele jaren geleden. Het aandeel zzp’ers en gedetacheerden daalde van dertien procent in 2022 naar zeven procent in het tweede kwartaal van 2026. Ook bij de centrale overheid lijkt een omslag zichtbaar: na enkele jaren van groei loopt het aandeel extern ingehuurde professionals sinds medio 2025 terug. Dat blijkt uit de nieuwste editie van de Talent Monitor, een gezamenlijke uitgave van HR-tech dienstverlener HeadFirst en arbeidsmarktdata-specialist Intelligence Group.
Grootste verschuiving bij provincies en gemeenten
Bij provincies en gemeenten is het aandeel zzp’ers en gedetacheerden sinds 2022 bijna gehalveerd. De afname werd vooral vanaf 2024 zichtbaar en gaat samen met een daling van het aantal opdrachten: in het eerste kwartaal van 2026 lag dat aantal veertig procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2022.
Bij de centrale overheid verliep de ontwikkeling anders. Daar verdubbelde het aandeel extern ingehuurde professionals tussen 2022 en 2025. Vanaf een piek van afgerond dertien procent medio 2025 is het aandeel inmiddels teruggelopen naar elf procent. Daarmee is ook bij de centrale overheid een omslag zichtbaar na enkele jaren van groei.
Het rapport plaatst daarbij een belangrijke kanttekening. De elf procent betreft het aandeel in aantal zzp’ers en gedetacheerden op alle werkenden. De Roemer-norm schrijft voor dat de centrale overheid niet meer dan tien procent van de loonsom aan externe inhuur mag besteden. Gemeten als aandeel van de totale loonsom lag de externe inhuur bij de centrale overheid in 2025 nog rond de dertien procent, drie procentpunt boven de norm.
Geert-Jan Waasdorp, CEO bij Intelligence Group: “Waar de flexschil in de bredere arbeidsmarkt geleidelijk terugloopt naar een nieuw evenwicht, hebben provincies, gemeenten en het Rijk hun externe inhuur in korte tijd fors teruggebracht. Ze beginnen de Roemer-norm eindelijk serieus te nemen. Het lijkt vooral dat de handhaving op schijnzelfstandigheid deze verandering in gang heeft gezet. Je kunt als overheid niet handhaven als je zelf het goede voorbeeld niet geeft. Nu zie je dat de overheid veel sneller bijstuurt dan de markt als geheel. De rest van de markt gaat naar verwachting de overheidslijn nog verder volgen.”
Regels rond zzp-inhuur blijven in beweging
De daling past in een bredere verandering van het inhuurbeleid. Sinds het einde van het handhavingsmoratorium op de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) wordt weer volledig gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Volgens de Talent Monitor hebben opdrachtgevers daarop geanticipeerd door contracten aan te scherpen, het inhuurbeleid te herzien en minder externe professionals in te zetten.
Tegelijkertijd is het toekomstige wettelijke kader nog in ontwikkeling. Het kabinet schrapte in maart 2026 het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties). Dit onderdeel moest verduidelijken wanneer iemand als zelfstandige mag werken. Het kabinet werkt inmiddels verder aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Deze moet de terughoudendheid bij opdrachtgevers verminderen die door onduidelijkheid over de regels is ontstaan.
Saskia Kapper, Director Customer Success bij HeadFirst en voorzitter van brancheorganisatie Bovib, licht toe wat deze ontwikkelingen voor de praktijk betekenen: “De overheid werkt toe naar een nieuwe balans tussen vaste bezetting en flexibele expertise. Dat vraagt om duidelijke kaders, maar ook om ruimte om schaarse kennis en specialistische capaciteit beschikbaar te houden waar die nodig zijn. De komende wetgeving maakt het extra belangrijk om die balans zorgvuldig te bewaken.”
Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.