Beeld en Geluid, het audiovisuele archief op het Mediapark weet de digitalisering in te zetten om het archief in geld om te zetten. De eigen infrastructuur wordt tegen betaling ingezet bij andere partijen.
Eerde Hovinga, sectormanager Diensten van Beeld en Geluid sprak dinsdag op het Cross Media Café van Immovator. Hij ging van start met een filmpje waarin zwart wit beelden voorbij kwamen van de Tweede Wereldoorlog, natuurbeelden de revue passeerden, jonge popsterren als de Beatles werden getoond. Een groot deel van zijn praatje ging op aan het getoonde filmpje. Alles om te onderstrepen hoeveel materiaal aan archiefbeelden in de depots van Beeld en Geluid huist.
In de depots van Beeld en Geluid ligt meer dan 700.000 uur radio, televisie, film en muziek. En dagelijks groeit het archief dankzij de uitzendingen die digitaal binnenkomen en particulieren en instellingen die hun collecties toevertrouwen aan Beeld en Geluid.
Het archief, een nationaal erfgoed, is het collectief geheugen van Nederland en moet in dat licht toegankelijk zijn voor iedereen. Vroeger werd er gesproken van kilometers film en banden, tegenwoordig draait het om de bits en de bytes.
Beeld en Geluid zit midden in het proces om het materiaal te integreren naar een digitale omgeving. De digitale infrastructuur, een online catalogus, die Beeld en Geluid gebruikt om het materiaal beschikbaar te stellen, wordt ingezet als betaalde dienst.
De opslag en de online ontsluiting van een eigen AV-archief, daarvoor wordt betaald, wanneer dit wordt uitbesteed aan Beeld en Geluid. De eredivisie, de grote voetbalclubs zijn de eerste die hier gebruik van maken. Zij slaan hun archief op bij Beeld en Geluid. Het optelsommetje is snel gemaakt. De voetbalrechten leveren meer op wanneer het archief, het materiaal makkelijk doorzoekbaar is en beter is te vinden. Alles om het businessmodel duidelijk te maken.
Hovinga haalt een voorbeeld uit het onderwijs aan. Vroeger kwamen er per jaar 1.000 bestellingen binnen bij Beeld en Geluid, die werden op een schijfje werden geplaatst en daarna opgestuurd. Hovinga: “Daar waren we best trots op.” Op miljoenen leerlingen en 700.000 uren aan materiaal is dit natuurlijk een schijntje. Tegenwoordig is er Teleblik, een site die wordt gevoed door de infrastructuur van Beeld en Geluid. De archiefbeelden worden gekoppeld aan de onderwijsleermiddelen. De aanvragen schoten omhoog dankzij de digitalisering. “Nu worden er per maand online 500.000 filmpjes bekeken”, aldus Hovinga. Inmiddels heeft 75 procent van de scholen toegang tot Teleblik.
De digitalisering heeft de manier van werken en de manier van ontsluiten van informatie van Beeld en Geluid veranderd. Het materiaal is niet alleen toegankelijker, er is ook meer geld aan te verdienen.
Naast het opslaan en ontsluiten van andermans archief, bevindt Beeld en Geluid zich midden in het proces om het eigen archief beter beschikbaar te maken. Dit proces bestaat uit het digitaliseren van de volledige collectie, in hi-res en low-res beeld. De tweede stap is het automatiseren van dat proces.
Voor een deel digitaliseert Beeld en Geluid de collectie zelf, een ander deel wordt uitbesteed. Het projectbudget voor deze klus is vastgesteld op 173 miljoen euro, waarvan Beeld en Geluid zelf 19 miljoen moet ophoesten, samen met vier andere organisaties, waaronder het filmmuseum.
Het automatiseren van dit proces is gekoppeld aan de publieke omroepen, met het systeem Immix, de digitale catalogus. Een infrastructuur die nu dus ook kan worden geïntegreerd bij andere partijen. Het afgelopen jaar bleek meer dan de helft van de aanvragen voor materiaal uit het archief al te gaan om digitale transacties. De fysieke transacties, het uitlenen van de band loopt in rap tempo terug. Hiermee behaalt Beeld en Geluid een van de doelstellingen, het archiefgebruik verhogen. Met de digitalisering wordt de toegang makkelijker en weet de club meer partijen te bedienen.



















Het NIBG voert een taak uit voor het Ministerie van OCW en krijgt daarvoor e-n-o-r-m-e subsidies onder het mom van een vermeende paniek (die bij wie leeft?) dat (waardevol?) beeldmateriaal anders verloren zou gaan (net of digitaliseren voor de eeuwigheid is..om gedigitaliseerd materiaal in de lucht te houden…etc)…een soort dijk tegen overstromingsgevaar? Het digitaliseren van oud (analoog) beeldmateriaal zonder vooraf verkregen toestemming is voor het overgrote deel nog altijd in strijd met de auteurswetgeving van het Ministerie van Justitie en met de richtlijnen van de EU. De auteursrechtproblematiek wordt door NIBG omzeild dan wel afgekocht door overleg te voeren met auteursrechtenorganisaties als BUMA STEMRA et cetera en vage instanties als commissie Digiti@E en modieuze omschrijvingen te gebruiken als 'creative commons' om klachten van rechthebbenden te deponeren bij deze forums, die dan door deskundige juristen kunnen worden afgeserveerd.Te verwachten claims kunnen worden afgekocht uit een reservefonds. De toe-eigening van beeldmateriaal (het onteigenen) door het NIBG, wordt goedgepraat omdat het voor onderwijs en publiek een nuttige dienst zou zijn. Het materiaal dat eigendom van 'de staat' is, namelijk programma's die met publiek geld gemaakt zijn, zou het NIBG vrij beschikbaar kunnen stellen aan de burgers om dit dan naar eigen goeddunken te gebruiken en daar zelfs eventueel geld mee te verdienen, maar niet om als NIBG zelf eindproducten te maken en deze vervolgens te gaan verkopen. Het on-line brengen van eigen beeldmateriaal van de NIBG, zoals 'het Polygoon journaal' is al jaren, met veel tamtam omgeven, gebracht als 'Nederlands erfgoed'. Deze propaganda heeft weinig te maken met objectieve of pluriforme informatievoorziening. (Het Polygoonjournaal was bijvoorbeeld 'erg fout' in de Tweede Wereldoorlog, en werkte voor de Nazi's. Het Polygoonjournaal is maar een klein deel van het wereldbeeld). Ondertussen wordt dit en ook ander Nederlands beeldmateriaal onder de noemer 'educatief' door NIBG geproduceerd en tegen betaling aangeboden aan het onderwijs, omdat het ook een taak zou zijn om dit (Nederlandse) materiaal in het onderwijs aan te bieden. Hiermee wordt door het NIBG, cq beeldenvoordetoekomst de markt voor educatieve films verziekt. Het NIBG cq beeldenvoordetoekomst heeft zich grote problemen op de hals gehaald door verplichtingen aan te gaan voor een zeer klein deel van de beeldenvoordetoekomst subsidie, om eigen inkomsten te genereren en deze af te dragen aan het Ministerie van OCW.Het level-playingfield (het mededingingsrecht) is opzij gezet. Met staatssteun heeft NIBG gelden aangewend om digitaliseringsapparatuur aan te schaffen. Vervolgens worden diensten aangeboden aan andere collectiehouders om werk te verrichten. Ook hier is te zien hoe de ongecontroleerde subsidiestromen van het Ministerie van OCW de vrijheid van informatieproductie beinvloeden. Is digitalisering van beeldmateriaal en films een overheidstaak? Het aanbieden van beeldmateriaal over de Nederlandse geschiedenis is wellicht in lijn met de nationalistische canongekte die in Nederland woedt. De geschiedenis van de wereld, van de technologie en van de wetenschap in het algemeen is leerzamer te volgen uit andere bronnen, dan de benepen cultuurgeschiedenis die nu kan worden getoond via de door het NIBG genaaste beelden. De uitbreiding van de taken van NIBG, om en Nederlands televisiearchief te zijn en het Nederlands televisiearchief te digitaliseren en digitaliseringsdiensten aan te bieden voor andere instellingen die daar dan weer subsidie van OCW dienen aan te vragen en zich het beeldmateriaal in het Nederlands televisieachief toe te eigenen ?n van het Nederlands televisiearchiefmateriaal informatieproducten te maken voor bijvoorbeeld educatieve instellingen en daarmee staatsmonopolistisch winkeltje te spelen op kosten van de belastingbetaler, is een oogkleppenkoers in de informatievoorziening die de uitdijende overheid, c.q. het Ministerie van OCW heeft uitgezet. Het wordt tijd dat de Minister ingrijpt en de plannen herziet, voordat de EU commissaris Nederland (met boetes) terecht zal wijzen. Door de ongelofelijke grote subsidies blaast de overheid op deze manier elk privaat initiatief het veld af. De overheid creeert op deze wijze een controlepositie op informatie en het NIBG werkt daar kennelijk graag aan mee.