Als directeur van auteursrechtenorganisatie BREIN voert Tim Kuik (55) een loopgravenoorlog met aanbieders van illegale content. Nederlandse internetproviders zijn in het kruisvuur terechtgekomen.
Op een zonnige lentemiddag schuift Kuik aan op het terras van Quartier Sud, op een steenworp van de rechtbank aan de Amsterdamse Parnassusweg. Toepasselijk, want hij is recentelijk weer met regelmaat in de rechtszaal te vinden; daar probeert Kuik de toegang tot BitTorrent-site The Pirate Bay voor Nederlandse internetgebruikers te belemmeren. Een juridisch kat-en-muisspel dat, zo geeft hij zelf onmiddellijk toe, voorlopig nog het nodige van zijn geduld en doorzettingsvermogen zal vergen.
“Natuurlijk is het geen verrassing dat The Pirate Bay nu wederom via een nieuw IP-adres opereert”, constateert Kuik. “Het is een kwestie van lange adem. Deze jongens zitten zo strak in hun eigen realiteit dat ze absoluut geen begrip hebben voor de werkelijkheid om hen heen. Maar de rechter heeft beslist dat de toegang geblokkeerd moet worden. En dus zullen wij elke navolgende stap om dat vonnis te omzeilen weer beantwoorden in de rechtszaal. Op een gegeven moment moet er toch een zekere metaalmoeheid optreden. Zeker ook bij de internetproviders, die het ene na het andere vonnis om hun oren krijgen.”
Drogredenering
De claim dat het recht op informatievrijheid van hun klanten disproportioneel wordt geschaad door een blokkade is volgens Kuik onjuist. “The Pirate Bay verdient zijn geld door structureel gebruik te maken van de aanwezigheid van ongeautoriseerde content op het internet. Dat is in de rechtszaal onomstreden vast komen te staan. Die zelfde content is elders legaal verkrijgbaar. Dat door een blokkering de informatievrijheid in het geding zou zijn, is dus een drogredenering. De enige rechten die hier worden geschonden, zijn de rechten van de makers. Die hebben tijd, geld en energie geïnvesteerd in hun content. Wij zijn er om te zorgen dat zij er een vergoeding voor kunnen krijgen.”
Stichting BREIN voert momenteel ‘ex parte’ rechtszaken tegen zowel de Piratenpartij en de internetserviceproviders, die daardoor geen gelegenheid krijgen zich te verweren. De kritiek op die handswijze is misplaatst, meent Kuik: “De rechter heeft de principiële discussie klip en klaar in ons voordeel beslist. Als je vervolgens manieren gaat aanbieden om die harde gerechtelijke uitspraak te omzeilen, zoals de Piratenpartij, kun je op je vingers natellen dat je onrechtmatig bezig bent. Overigens is hun poging de uitkomst van die procedures in rechte aan te vechten ook in ons voordeel beslist. En sinds kort hebben wij ook een ex parte vonnis tegen de providers, dat hen verplicht ook nieuwe IP-adressen van The Pirate Bay te blokkeren.”
Volgens Kuik is de angst van providers als online politieagent te moeten optreden op niets gebaseerd. Zij hoeven immers slechts een door de rechter opgelegde blokkade uit te voeren. En ook voor het al jaren klinkende geklaag over een tekort aan legale online contentaanbod heeft hij weinig begrip. Kuik: “Gezien de stormachtige ontwikkeling van deze sector wordt dat zo langzamerhand wat ongeloofwaardig. Wij vinden het dan ook verbazingwekkend dat ze nog steeds zo’n extreme positie innemen.”
Volgens hem ligt er juist een belangrijke rol voor de providers bij het voorlichten van de consument omtrent de noodzaak van auteursrechten en de bescherming daarvan. Tegelijkertijd is het zaak dat ze hun eigen rol gaan vervullen bij de ontwikkeling van het premium online contentaanbod. “Dat zie je inmiddels ook overal gebeuren”, aldus Kuik. “De samenwerking tussen KPN en Spotify bijvoorbeeld. Of Ziggo en HBO. Populaire tv-series worden daardoor direct bij release ook beschikbaar voor de Nederlandse consument. Een ontwikkeling die naar verwachting contentbreed en wereldwijd zal doorzetten.”
Overtuigen
Natuurlijk zal daarmee het illegale aanbod daarmee niet verdwijnen. Het blokkeren van ongeautoriseerde content is volgens Kuik ook niet waterproof, maar wel water resistant. Het gaat hem om het overtuigen van het grote publiek. “Dat bereik je door aan de ene kant het aanbod van geautoriseerde content zo consumentvriendelijk mogelijk te faciliteren”, stelt hij. “En anderzijds door zoveel mogelijk drempels op te werpen voor ongeautoriseerd downloaden. Bijvoorbeeld door blokkades, of door internationale wet- en regelgeving om auteursrechten te beschermen. Als elk land zo tegen contentpiraten zou optreden als Nederland, was dit probleem al goeddeels uit de wereld.”
Kuik is dan ook teleurgesteld door de (naderende) afwijzing van de Anti Counterfeit Trade Agreement (het ‘ACTA-verdrag’) door het Europese Parlement. “En dan met name door de grote hoeveelheid desinformatie rond dat onderwerp. Dat komt voor een groot deel door de ongelukkige aanloop. Doordat de onderhandelingen geheim waren, ontstond er een geruchtenstroom over de inperking van privacy en vrijheid van meningsuiting. Het debacle rond de Amerikaanse Stop Online Piracy Act, met daarin zeer verregaande maatregelen, gaf de anti-auteursrechtlobby wind in de zeilen. Net als het hard aanpakken van individuele internetgebruikers. Dat straalt nu onterecht af op het ACTA-verdrag.”
Dat dit verdrag zou leiden tot beknotting van onze Europese burgerrechten is volgens Kuik dan ook ‘pertinent onjuist’. “Het verdrag behelst een aantal minimumvoorwaarden voor de bescherming van intellectuele eigendomsrechten, zoals die al bestaan binnen de EU”, stelt hij. “Het gaat er nu juist om dat ook landen buiten Europa de verplichting aangaan om effectieve wet- en regelgeving in te richten. Afwijzing door het Europees Parlement zou betekenen dat landen buiten Europa minder bescherming hoeven te bieden. Politici lijken echter nog niet geheel gewend aan de omvang van de tegenstand die via het internet in stelling gebracht kan worden en laten zich daardoor beïnvloeden. Uiteindelijk zijn alle goedwillende betrokkenen doordrongen van de noodzaak van regulering van het internet. Niemand is immers gebaat bij een digitaal Wilde Westen. Dat geldt zeker voor mensen die op een fatsoenlijke manier online hun geld willen verdienen met het bedienen van de consument.”
CV
Werkzaamheden
1999 – heden: Directeur Stichting BREIN
1996 – 1999: Senior VP & Worldwide Director Anti-Piracy MPA/MPAA
1992 – 1996: VP Motion Pictures Association
1982 – 1992: Associate General Counsel, Business and Legal Affairs CIC Video International
Opleiding
1976 – 1982: Rechten Universiteit van Amsterdam, specialisatie intellectueel eigendomsrecht
Dit artikel stond in het juninummer van Emerce magazine (#114).




















Tim Kuik vergeet gemakshalve wel dat door zoiets met zijn copyrightvriendjes geheim te houden hij zelf bereikt heeft dat iedereen het achterbakse politiek vindt.