TV 75 Jaar Oud, maar medium is totaal veranderd

Vandaag, precies 75 jaar geleden, vond de eerste reguliere tv uitzending plaats vanuit Bussum. Er waren in oktober 1951 nog maar ongeveer 500 televisietoestellen in Nederland. Mensen keken vaak samen bij een van de weinigen die wel al een tv hadden. Tegenwoordig telt Nederland naar schatting zo’n 12,5 miljoen televisie-toestellen, maar de manier waarop we kijken is volledig veranderd.
Op 2 oktober 1951 vergaapt Nederland zich vanaf 20.15 uur aan de eerste honderden toestellen, die dan nog grotendeels in winkeletalages staan opgesteld. De televisie is voor velen onbetaalbaar: twee tot drie keer een modaal maandloon. De belangstelling is er niet minder om. De kranten reppen van ‘verkeersopstoppingen, volgepropte cafés en familiereünies’.
Ook in de studio in Bussum is het een drukte van belang. Daarom wordt Hotel De Rozenboom de plek om genodigden op te vangen. In twee zalen staan twaalf ontvangsttoestellen, zeven gewoonbeeld en vijf grootbeeld. De koninklijke familie kijkt intussen naar een televisietoestel in de bibliotheek van paleis Soestdijk.
Nederland was laat met televisie, al was Philips er al volop mee bezig. In demonstratiezalen in Groningen en Amsterdam werden in 1935 al tv-beelden overgebracht, met behulp van een Nipkowschijf. Het bedrijf moest niettemin erkennen dat nog een lange weg te gaan was. Philips was bovendien nog volop bezig om zijn radiotoestellen onder de aandacht te brengen.
De komst van de kathodestraalbuis midden jaren dertig is voor Philips de aanleiding om definitief met televisie naar buiten te treden, hoewel men het medium nog steeds ziet als lokkertje voor de radiotoestellen. Was de Tweede Wereldoorlog niet uitgebroken dan had Nederland al in de jaren veertig tv gehad, net als de VS.
Hoewel door de oorlog ongeveer 100.000 vierkante meter fabrieksterrein is verwoest, toont Philips in januari 1946 alweer trots zijn nieuwste toestellen aan de pers. Een verslaggever ziet ‘een lieftallige jongedame, die ergens boven in het gebouw op een gitaar tokkelde en liedjes zong, haarscherp op een scherm verschijnen.’
In Den Haag wil men voorlopig echter niks weten van televisie. De notoir zuinige premier Drees wil in een tijd van wederopbouw de bevolking niet aanzetten tot luxe aankopen. Daar komt nog bij dat de filmindustrie buitenspel dreigt te worden gezet. De afwachtende houding frustreert Philips in hoge mate. Anton Philips nodigt de minister van Kunst en Wetenschappen bij hem thuis in Eindhoven uit, excuseert zich en richt zich korte tijd later live vanuit de experimentele Philips-studio met een vlammend betoog tot zijn gast. En de mededelingen uit Eindhoven worden met het jaar indringender. ‘Het bedrijf zal binnen tien jaar ten gronde zijn als Philips in eigen land geen televisie maakt.’
Deze waarschuwing helpt, en vanaf 1951 zendt de Nederland in ieder geval drie uur (!) televisie per week uit. Ook Philips merkt dat het publiek nog niet echt warmloopt voor het medium. ‘De televisie is gered door de reportagewagen,’ zegt oud-beeldtechnicus Jan de Vries. ‘De uitzendingen in de studio konden het publiek aanvankelijk niet boeien, dat veranderde toen men eropuit trok. Met vallen en opstaan, want de techniek was gebrekkig. De eerste kerkuitzending vanuit Blaricum kon niet plaatsvinden omdat de straalzender niet hoog genoeg was om Lopik te bereiken.’
75 jaar later is de tv niet meer weg te denken uit de huiskamer. Al lijkt de huidige tv lijkt weinig meer op het kastje van weleer. Het scherm is enorm gegroeid. In Nederlandse huishoudens is een televisie met een schermdiagonaal van 55 inch (ongeveer 140 centimeter) tot 65 inch (ongeveer 165 centimeter) de gangbare standaard en het meest verkochte formaat.
Het scherm mag dan zijn gegroeid, we kijken we steeds minder lineair en zelfs uitgesteld. De kijktijd naar traditionele tv-zenders (lineair en uitgesteld kijken) is de afgelopen jaren fors teruggelopen. Volgens cijfers van het Nationaal Media Onderzoek (NMO) keek de gemiddelde Nederlander in 2025 nog 118 minuten per dag naar televisiezenders. Dit is een daling van 8,5% ten opzichte van 2024, toen we nog 129 minuten per dag keken. In de eerste helft van 2026 is deze daling doorgezet, al vlakt de krimp iets af: de lineaire kijktijd nam in de eerste zes maanden van 2026 met 2,3% af naar gemiddeld 117 minuten per dag.
De belangrijkste concurrentie komt van streamers, zoals Netflix en Videoland. Van de totale kijktijd aan Video on Demand (VOD) vindt zo’n 74 procent plaats op het grote tv-scherm in de woonkamer.
Een gemiddeld Nederlands huishouden heeft ongeveer 3,5 betaalde streamingabonnementen, met uitschieters tot wel drie à vijf diensten per huishouden. Per maand geven huishoudens hier in totaal al snel zo’n 30 tot 80 euro aan uit, afhankelijk van het type en het aantal gekozen diensten. Toch is er sprake van abonnementsmoeheid: Uit recent onderzoek blijkt dat zo’n 60% van de Nederlanders vindt dat ze inmiddels te veel betalen voor streaming. Mensen schrappen vaker diensten, wisselen af of overwegen goedkopere alternatieven met reclames om de kosten te drukken. De verwachting is dat vanwege de gestegen prijzen de streaming de streamingmarkt onder druk zal komen te staan, maar het fenomeen zal niet verdwijnen zolang unieke content wordt geboden.
De tv ontwikkelt zich technisch nog steeds, onder meer met AI wordt de beeldkwaliteit nog altijd verder verbetert. Toch lukt niet alles: de reeds jaren geleden ontwikkelde 8K-resolutie breekt niet door omdat de technologische nadelen en de hoge kosten voor zowel fabrikanten als consumenten simpelweg groter zijn dan de visuele voordelen. Grote fabrikanten zoals LG, Sony en TCL hebben de productie van 8K-televisies stopgezet, wat het (voorlopige) einde van deze technologie inluidt.
De integratie van internet en televisie op het grote scherm mislukte eveneens. WebTV (dat in 1996 werd gelanceerd en later door Microsoft werd overgekocht) mislukte uiteindelijk omdat het zijn tijd te ver vooruit was en gevangen zat in de technologische beperkingen van de jaren negentig. Hoewel het idee van internet op de televisie revolutionair was, sloeg het concept om een aantal cruciale redenen de plank mis. Het internet bleek in de praktijk niet gemaakt voor ‘de bank’. In plaats daarvan kregen we Smart TV’s met apps, al is de kijkervaring daarmee niet veranderd.
De technische ontwikkelingen gaan sowieso langzaam. Een moderne televisie gaat doorgaans 30.000 tot 60.000 branduren mee, wat bij gemiddeld gebruik neerkomt op zo’n 7 tot 10 jaar. Consumenten wachten vaak met vervangen tot de huidige tv kapotgaat, trager wordt met smart-tv-functies of wanneer er een grote technische stap voorwaarts is.
Foto Nationaal Archief
Plaats een reactie
Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond