Digitale obesitaszorg helpt mensen uit alle inkomensgroepen, maar kosten blijven grote drempel
Digitale obesitaszorg kan een belangrijke rol spelen bij de behandeling van overgewicht en obesitas. Dat blijkt uit nieuwe praktijkgegevens van Yazen van meer dan 40.000 patiënten, gepresenteerd tijdens het European Congress on Obesity (ECO) 2026 in Istanbul.
De studies laten zien dat patiënten via een digitaal, multidisciplinair zorgmodel gemiddeld bijna 19 procent gewicht verliezen na 24 maanden. Opvallend is dat deze resultaten werden bereikt met medicatiedoseringen die gemiddeld minder dan de helft waren van de maximale doseringen die in klinische studies worden gebruikt.
Tegelijkertijd laten de gegevens ook een kwetsbare kant zien. Voor veel mensen vormen de kosten van behandeling een grote barrière. Vooral patiënten met een lager inkomen stoppen vaker om financiële redenen. Van deze groep lukt het slechts 8,2 procent om de behandeling later weer op te pakken.
Langdurig gewichtsverlies in de praktijk
Het Zweedse Yazen Health presenteerde op ECO 2026 twee studies op basis van gegevens van patiënten uit zeven Europese landen. De eerste studie keek naar de medische resultaten van digitale obesitaszorg in de dagelijkse praktijk.
Daaruit blijkt dat het zorgmodel leidt tot duurzaam gewichtsverlies. Patiënten verloren gemiddeld bijna 19 procent van hun gewicht na 24 maanden. Ook bleef een relatief groot deel van de patiënten langdurig in behandeling: 69 procent na 12 maanden en 57 procent na twee jaar. Dat is hoger dan in veel eerdere praktijkstudies is gerapporteerd.
Naast gewichtsverlies werden ook verbeteringen gezien in andere gezondheidswaarden, zoals buikomvang, bloedsuiker en bloedvetten. De gemiddelde buikomvang nam af met 17,7 centimeter. Volgens de onderzoekers laten deze resultaten zien dat digitale obesitaszorg niet alleen in gecontroleerde onderzoeksomgevingen werkt, maar ook in de dagelijkse praktijk langdurige gezondheidswinst kan opleveren.
Niet alleen voor mensen met een hoog inkomen
Een tweede studie keek naar de achtergrond van patiënten die gebruikmaken van digitale obesitaszorg. Die gegevens spreken het beeld tegen dat deze vorm van zorg vooral een kleine groep hoogverdieners bereikt.
Van de onderzochte patiënten werd 35 procent geclassificeerd als laaginkomen, 38 procent als middeninkomen en 27 procent als hooginkomen. Het aandeel patiënten met een laag inkomen ligt daarmee aanzienlijk hoger dan het overeenkomstige aandeel in de algemene Zweedse bevolking, dat volgens Statistics Sweden rond de 12 procent ligt.
Ook de beroepsachtergrond van patiënten valt op. De grootste beroepsgroep bestaat uit mensen die in de zorg werken. Zorgprofessionals vormen 21,8 procent van de patiëntengroep. Binnen die groep gaat het vooral om verpleegkundigen en verzorgenden.
Kosten bepalen te vaak wie kan doorgaan
Hoewel digitale obesitaszorg dus een brede groep mensen bereikt, blijkt uit de gegevens dat kosten een grote invloed hebben op de kans om de behandeling vol te houden. Financiële redenen worden in 40,9 procent van de gevallen genoemd als reden om te stoppen.
Het verschil tussen inkomensgroepen is groot. Van de patiënten met een hoog inkomen hervat 61,6 procent de behandeling na een onderbreking. Bij patiënten met een laag inkomen is dat slechts 8,2 procent. Daarmee ontstaat het risico dat effectieve obesitaszorg wel beschikbaar is, maar niet voor iedereen even bereikbaar blijft.
“Deze gegevens wijzen op een medisch Catch-22. We zien dat de zorgbehoefte groot is in alle lagen van de samenleving, zeker ook onder zorgprofessionals. Maar zonder financiële ondersteuning wordt de medische uitkomst te veel afhankelijk van iemands portemonnee. Dat creëert onaanvaardbare gezondheidsongelijkheid,” zegt Martin Carlsson, universitair hoofddocent, senior arts endocrinologie en medeoprichter van Yazen.
Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.