Industry Wire

Geplaatst door Cisco

Onderzoek door OESO en Cisco toont grote geografische en generatieverschillen in AI-gebruik en digitaal welzijn

Generative AI ontwikkelt zich razendsnel van een nieuwigheid tot iets wat we dagelijks gebruiken. Maar adoptiecijfers vertellen niet het hele verhaal. Cisco, wereldwijd leider in netwerken en beveiliging, werkte samen met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) aan de Digital Well-being Hub, waarmee ze de voordelen van technologie afwegen tegen de risico’s, en onderzoeken hoe AI ons leven beïnvloedt.

Nieuwe inzichten van de Digital Well-being Hub laat zien dat er in al het jeugdige enthousiasme voor AI, duidelijke geografische en generatieverschillen ontstaan. Deze verschillen bepalen wie voordeel haalt uit AI, wie de risico’s draagt, en hoe digitalisering het welzijn van mensen beïnvloedt. Het onderzoek geeft Cisco’s Digital Impact Office nieuwe inzichten om zijn ambities te verwezenlijken: miljoenen mensen verbinden met de digitale economie, de digitale kloof verkleinen en een wereldwijde leercultuur stimuleren via initiatieven als Cisco Networking Academy en Country Digital Acceleration-programma’s.

AI-adoptie is slechts een deel van het verhaal
De Digital Well-being Hub bevestigt dat jongvolwassenen wereldwijd in groten getale digitale content maken én bekijken. Mensen jonger dan 35 gebruiken sociale media, online apparaten en generative AI het meest. Opvallend is dat mensen in opkomende economieën – vooral India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika – wereldwijd vooroplopen in AI-gebruik, met ook het grootste vertrouwen in AI en de hoogste deelname aan AI-trainingen.

In tegenstelling tot eerdere trends, waarbij opkomende economieën vaak juist later nieuwe technologieën omarmden, loopt deze groep nu voorop. In Europese landen daarentegen is er net meer terughoudendheid en onzekerheid over het gebruik van AI.

“Het ontwikkelen van AI-vaardigheden in opkomende economieën gaat niet alleen over technologie. Het is een kans om iedereen te laten bijdragen aan de toekomst. Nu AI snel deel uitmaakt van ons dagelijks leven en werk, moeten we ook zorgen dat deze tools verantwoord zijn ontworpen. Daarbij zijn transparantie, eerlijkheid en privacy essentieel. AI kan ons welzijn verbeteren, bijvoorbeeld door het stroomlijnen van taken, samenwerking te optimaliseren en kansen voor groei en leren te creëren. Dat enorme potentieel moeten we grijpen. Als je technologie, mensen en maatschappelijke doelen harmoniseert, ontstaan veerkrachtige, gezonde en bloeiende gemeenschappen,” zegt Guy Diedrich, Senior Vice President en Global Innovation Officer bij Cisco.

In Nederland geven 5,6 procent van de respondenten aan vaak sociale media te gebruiken, 44 procent gebruikt dagelijks online apparaten en 25 procent maakt actief gebruik van GenAI. In vergelijking met de gemiddelde cijfers in opkomende economieën scoort Nederland 14 procent (sociale media), 21 procent (online apparaten) en 26 procent (GenAI) lager. Vergeleken met Europese landen zitten we vijf procent minder op sociale media, het gebruik van online apparaten en GenAI is min of meer gelijk.

Respondenten uit India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika rapporteren het hoogste recreatieve schermgebruik, de meeste digitale sociale contacten maar ook de sterkste stemmingswisselingen door technologiegebruik. Bijna een op de twee ondervraagden geeft aan meer dan 5 uur per dag online te zijn, en 58 procent wijst op een negatieve impact op zijn digitale welzijn.

“Ons onderzoek toont aan dat een hoog dagelijks schermgebruik samenhangt met een lager welzijn en minder levensvreugde”, zegt Cynthia Koetsier-Beerten, General Manager van Cisco Benelux. “Nederlanders hebben volgens het onderzoek de minste recreatieve schermtijd: slechts 1 op 5 is meer dan 5 uur per dag online. De negatieve impact op ons digitale welzijn is dan ook het op één na laagste cijfer met 15 procent. Hoewel correlatie geen oorzakelijk verband betekent, is het toch duidelijk dat we ook in Nederland voldoende aandacht moeten besteden aan digitaal welzijn, zodat technologische vooruitgang niet ten koste gaat van gezondheid en geluk.”

Van generative AI naar Generatie AI
De generatieverschillen in AI-gebruik zijn minstens zo duidelijk en in lijn met bestaande digitaliseringstrends. Jongvolwassenen wereldwijd geven aan dat het grootste deel van hun sociale interactie online plaatsvindt en hebben meer vertrouwen in de bruikbaarheid van AI. Meer dan 50% van de ondervraagden onder de 35 jaar gebruikt AI actief, meer dan 75% vindt het nuttig en bijna de helft van de 26- tot 35-jarigen heeft een AI-training gevolgd.

Daarentegen vinden volwassenen boven de 45 AI minder nuttig, en meer dan de helft gebruikt het helemaal niet. Onder de 55-plussers weet een groot deel niet of ze AI vertrouwen, wat erop wijst dat hun onzekerheid eerder uit onbekendheid dan uit afwijzing voortkomt. Dit verschil in bekendheid weerspiegelt zich ook in de verwachtingen over de impact van AI op werk: jongeren en mensen in opkomende economieën voorzien de grootste impact.

“Jongere generaties omarmen nieuwe technologie misschien sneller, maar elke generatie brengt unieke en waardevolle ervaring en inzichten mee. Daarom zet Cisco samen met tien andere bedrijven zijn schouders onder het AI Workforce Consortium, om de arbeidsmarkt voor te bereiden op de kansen die AI biedt binnen ICT. Het succes van AI moet niet alleen worden gemeten aan de adoptiesnelheid, maar vooral aan de vraag of mensen van alle leeftijden, vaardigheidsniveaus en regio’s AI kunnen inzetten om hun leven echt te verbeteren. Zo zorgen we ervoor dat ‘Generatie AI’ niemand achterlaat,” zegt Guy Diedrich.

Dit onderzoek roept burgers, bedrijven en overheden overal ter wereld op om digitale vaardigheden te ontwikkelen, digitale geletterdheid op elke leeftijd te bevorderen en welzijn prioriteit te geven naast innovatie. Alleen zo bouwen we aan een digitale toekomst voor iedereen.

Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Deel dit bericht