Digitale obesitaszorg: afslankpil bijna even effectief als prik in studie onder bijna 17.000 patiënten
Nieuwe Europese praktijkdata van bijna 17.000 patiënten met obesitas laten zien dat orale semaglutide binnen digitale, multidisciplinaire obesitaszorg vrijwel evenveel gewichtsverlies oplevert als de injecteerbare variant. Na 18 maanden bedroeg het gemiddelde gewichtsverlies 18,0% bij patiënten die met de pil startten en 18,5% bij patiënten die met injecteerbare semaglutide begonnen.
De resultaten zijn op 30 september gepresenteerd tijdens het jaarcongres van de European Association for the Study of Diabetes (EASD 2026) in Milaan. De studie van Yazen Health, ook actief in Nederland, onderzocht de langetermijneffectiviteit van orale en injecteerbare semaglutide in de dagelijkse praktijk.
Aan het onderzoek namen 16.940 volwassenen uit verschillende Europese landen deel. Zij startten tussen januari 2024 en maart 2026 met injecteerbare semaglutide (12.364 patiënten) of orale semaglutide (4.576 patiënten).
De medicatie stond niet op zichzelf. Patiënten kregen via het digitale zorgmodel van Yazen doorlopend begeleiding van een multidisciplinair team van artsen, gezondheidscoaches, diëtisten, psychologen en fysiotherapeuten. Daarmee geeft de studie ook inzicht in de resultaten van medicamenteuze obesitaszorg wanneer deze wordt gecombineerd met langdurige digitale begeleiding.
Vergelijkbare resultaten na 18 maanden
Na 18 maanden hadden beide groepen aanzienlijk en klinisch relevant gewicht verloren. Patiënten die met injecteerbare semaglutide waren gestart, verloren gemiddeld 18,5% van hun lichaamsgewicht. Bij patiënten die met orale semaglutide begonnen was dat 18,0%. Het gecorrigeerde verschil tussen beide groepen bedroeg 0,41 procentpunt. Na 18 maanden waren gewichtsgegevens beschikbaar van 1.190 patiënten uit de injectiegroep en 359 patiënten uit de orale groep. Ook op andere gezondheidsindicatoren waren de verschillen klein. De verhouding tussen tailleomtrek en lichaamslengte daalde met 15,7% in de injectiegroep en 15,9% in de orale groep. Ook de HbA1c-waarden en triglyceridenwaarden verbeterden in beide groepen in vergelijkbare mate.
Na 18 maanden gebruikte 62,1% van de patiënten die met injecteerbare semaglutide waren begonnen nog een vorm van incretinegebaseerde therapie. In de groep die met orale semaglutide startte was dat 60,8%.
“Deze bevindingen laten zien dat zowel orale als injecteerbare semaglutide aanzienlijk gewichtsverlies op de lange termijn kan ondersteunen wanneer behandeling onderdeel is van uitgebreide obesitaszorg. Het kleine gecorrigeerde verschil is klinisch geruststellend en betekent dat behandeling beter kan worden afgestemd op de behoeften en voorkeuren van de individuele patiënt,” zegt Felix Wittström, arts bij Yazen Health en presenterend auteur van de studie.
Digitale begeleiding als onderdeel van langdurige zorg
De studie onderscheidt zich doordat de resultaten afkomstig zijn uit de dagelijkse zorgpraktijk en niet uit een gerandomiseerde klinische studie. Patiënten kregen gedurende hun behandeling digitaal toegang tot verschillende zorgprofessionals.
Volgens Yazen is juist die langdurige begeleiding relevant bij de behandeling van obesitas. Medicatie kan een belangrijke rol spelen, maar behandelresultaten hangen ook samen met factoren als voeding, beweging, gedrag, bijwerkingen en het langdurig kunnen volhouden van de behandeling.
De vergelijkbare uitkomsten van orale en injecteerbare semaglutide kunnen behandelaars en patiënten bovendien meer ruimte geven om een vorm te kiezen die past bij individuele voorkeuren en het dagelijks leven.
De manier van toedienen, verdraagbaarheid en de mogelijkheid om behandeling langdurig voort te zetten kunnen daarbij een rol spelen.
Praktijkdata uit bijna 17.000 patiënten
Langetermijngegevens waarin orale en injecteerbare semaglutide binnen reguliere obesitaszorg rechtstreeks met elkaar worden vergeleken zijn nog beperkt. De nieuwe analyse voegt gegevens toe van een grote Europese patiëntengroep die buiten de setting van een klinische trial werd behandeld.
Omdat het om een observationele studie gaat, kan niet worden geconcludeerd dat beide behandelingen gelijkwaardig zijn of dat er een causaal verband bestaat. Gewicht en tailleomtrek werden door patiënten zelf gerapporteerd. Ook zorgden wisselingen van behandeling, het stoppen met therapie en verschillen in follow-upduur ervoor dat na 18 maanden minder patiënten gegevens aanleverden.
De onderzoekers gebruikten gecorrigeerde longitudinale modellen om rekening te houden met meetbare verschillen tussen de groepen bij aanvang van de behandeling en met verschillen in follow-upduur.
Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.