Deel dit artikel
-

‘Strijd tegen cybercrime te laag op de agenda’

Overheden en het bedrijfsleven bereiden zich te weinig voor op eventuele grootschalige digitale aanvallen van hun kritische infrastructuur.

Dat is een eerste conclusie van een proef van 30 Europese landen, georganiseerd door European Network Security Agency (Enisa).

De landen voerden een stress test uit om te onderzoeken in hoeverre techniek en communicatielijnen in stand zouden blijven bij grote gecoördineerde digitale aanvallen. De infrastructuur bleef in hoofdlijnen overeind, maar Enisa stelt wel dat er vaker geoefend moet worden om de digitale pijnpunten te identificeren en dichten.

Bij de proef, vorige week, werden er meer dan 320 digitale infecties geïnjecteerd in niet nader genoemde computersystemen. Vijftig mensen hielden vanuit een centrale in Athene de digitale aanvallen in de gaten en coördineerden wat er vervolgens moest gebeuren.

Een gedetailleerd rapport van ‘Cyber Europe 2010’ met bevindingen verschijnt begin 2011. Het staat wel al vast dat het bedrijfsleven, onder wie telecombedrijven, in het vervolg ook mee moeten doen aan dit soort proeven. Proefzwemmen zonder water in de buurt blijkt weinig zinvol.

Bovendien meldt Ulf Bergstrom van Enisa dat EU-lidstaten zich bij volgende proeven beter moeten voorbereiden. Wat hij daarmee bedoelt is niet duidelijk.

Voorts bleek dat de afzonderlijke EU-lidstaten verschillende niveaus van digitale beveiliging en nationaal beleid voor cybercrime hebben. In Nederland, bijvoorbeeld, is de nieuwe regering nu een integraal plan van aanpak aan het formuleren in digitale boeverij te kunnen bestrijden.

In Amerika daarentegen is een speciaal legeronderdeel geformeerd dat zich puur bezighoudt met digitale aanvallen en het afslaan daarvan. In Europa is het de NAVO die een dergelijke rol hoopt te kunnen innemen.

Foto: altemark (cc)

Deel dit bericht

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond