Industry Wire

Geplaatst door PRIME

UT onderzoekt hoe politie de infrastructuur achter cybercriminaliteit kan aanpakken

Hoe spoor je de verborgen infrastructuur op die cybercriminaliteit mogelijk maakt? En hoe kan de politie effectiever optreden tegen digitale criminelen? Onderzoekers van de UT werken binnen het nieuwe onderzoeksprogramma PRIME samen met de politie en andere kennisinstellingen aan een beter onderbouwde aanpak van cybercriminaliteit. De UT richt zich daarbij onder meer op bulletproof hosting: hostingdiensten die criminele activiteiten mogelijk maken.

Cybercriminaliteit vormt een groeiende bedreiging voor de samenleving. Digitale aanvallen worden steeds geavanceerder en door de opkomst van kunstmatige intelligentie kunnen criminelen sneller opereren. Nederland speelt bovendien een belangrijke rol in de wereldwijde internetinfrastructuur. Die infrastructuur wordt niet alleen gebruikt voor legitieme diensten, maar ook misbruikt voor criminele activiteiten.

Om cybercriminaliteit effectiever te bestrijden, bundelen de politie, de UT, de Technische Universiteit Eindhoven, Tilburg University, de Vrije Universiteit Amsterdam en De Haagse Hogeschool hun krachten binnen PRIME (Prevalence and Intervention Measurement). Het vierjarige onderzoeksprogramma ging op 30 september officieel van start bij de politie in Apeldoorn.

De infrastructuur achter cybercriminaliteit opsporen
Een belangrijk onderdeel van PRIME richt zich op bulletproof hosting. Dit zijn hostingdiensten die bewust ruimte bieden aan criminele activiteiten en proberen buiten het bereik van opsporingsdiensten te blijven. Ze worden onder meer gebruikt voor ransomware, DDoS-aanvallen en het verspreiden van illegaal materiaal.

Aaron van Santen, afgestudeerd in informatica aan de UT, onderzoekt samen met een onderzoeker uit Eindhoven hoe dergelijke hostingdiensten kunnen worden opgespoord.

Het doel is om niet alleen individuele cybercriminelen aan te pakken, maar juist de infrastructuur die hun activiteiten mogelijk maakt. Door een criminele hostingdienst te identificeren en uit te schakelen, kunnen mogelijk meerdere vormen van cybercriminaliteit tegelijkertijd worden verstoord.

Dat is een ingewikkelde opgave. Criminele hostingdiensten proberen hun identiteit en activiteiten zorgvuldig te verhullen. Onderzoekers moeten daarom achterhalen welke digitale sporen deze diensten achterlaten en hoe die kunnen worden herkend.

Welke aanpak werkt tegen welke cybercrimineel?
Naast het onderzoek naar illegale digitale infrastructuur richt PRIME zich op de vraag hoe de politie cybercriminaliteit beter in kaart kan brengen en welke interventies het meest effectief zijn.

Promovenda Marije Bekema onderzoekt samen met Dian Boelsz (Vrije Universiteit Amsterdam en De Haagse Hogeschool) hoe de politie de omvang van cybercriminaliteit kan meten, interventies kan prioriteren en de effecten ervan kan vaststellen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om strafrechtelijk onderzoek, stopgesprekken en waarschuwingsbrieven.

“Op dit moment is een van de grootste uitdagingen hoe de politie kan omgaan met grote datasets binnen een afzienbare tijd”, zegt Bekema. “Door technologie op een verantwoorde manier in te zetten kunnen we de complexe data begrijpelijk maken, maar vooral een indicatie geven van wat voor type daders er binnen een onderzoek zitten.”

Volgens Bekema is dat belangrijk omdat verschillende typen daders om verschillende interventies vragen. Wanneer de politie vooraf beter kan inschatten met welk type dader zij te maken heeft, kan zij haar capaciteit gerichter inzetten.

Wetenschappers werken nauw samen met de politie
Bijzonder aan PRIME is de intensieve samenwerking tussen wetenschappers en de politie. Vier promovendi doen de komende vier jaar onderzoek naar verschillende aspecten van cybercriminaliteit. Zij werken daarbij nauw samen met de opsporingspraktijk en krijgen binnen een beschermde omgeving toegang tot relevante politiegegevens en expertise.

Roland van Rijswijk-Deij, hoogleraar aan de UT en betrokken bij PRIME, ziet grote meerwaarde in deze samenwerking. “Het onderzoek heeft een directe impact en de samenleving plukt daar de vruchten van. Dat vinden wij als universiteit erg belangrijk.” Volgens Van Rijswijk-Deij betekent de samenwerking een belangrijke volgende stap. Onderzoekers kunnen van dichtbij bestuderen hoe cybercriminaliteit wordt opgespoord en welke kennis nodig is om de aanpak te verbeteren.

Dat vraagt ook om zorgvuldigheid. De onderzoekers houden zich bezig met zware, georganiseerde criminaliteit en werken met gevoelige informatie. De beschermde onderzoeksomgeving moet ervoor zorgen dat wetenschappelijk onderzoek en opsporingsbelangen op een verantwoorde manier samengaan.

Wetenschappelijke kennis voor een veiligere digitale samenleving
Met PRIME willen de betrokken kennisinstellingen en de politie nieuwe methoden ontwikkelen om cybercriminaliteit beter te begrijpen, criminele infrastructuur op te sporen en effectiever in te grijpen. Voor de UT biedt het programma de mogelijkheid om wetenschappelijke expertise op het gebied van cybersecurity en internetinfrastructuur rechtstreeks te verbinden aan maatschappelijke veiligheidsvraagstukken. Daarmee draagt het onderzoek bij aan een veiligere digitale samenleving.

Over PRIME
PRIME staat voor Prevalence and Intervention Measurement. Binnen dit vierjarige onderzoeksprogramma werken de Nederlandse politie, de UT, de TU/e, de TU, de VU en de Haagse Hogeschool samen. Vier promovendi onderzoeken onder meer criminele hostingdiensten, de omvang van cybercriminaliteit en de effectiviteit van politie-interventies. Het programma ging op 30 september 2026 van start in Apeldoorn.

Dit artikel is een ingezonden bericht en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Deel dit bericht