Educatie 3.0: het digitale klaslokaal

Nu de wereld in hoog tempo digitaliseert, kunnen klaslokaal en collegezaal moeilijk achterblijven. Software eet de wereld op, en onderwijs staat bovenaan het menu. In Amerika is een heuse Ed-Tech Boom losgebarsten, en ook Nederlandse ondernemers zien ‘grote mogelijkheden’.  

Opwinding in het lokaal van groep vier van de Assendelfste basisschool De Delta. Een ploeg van het NOS Journaal volgt gespannen de verrichtingen van een groep kleuters die de lesstof voortaan op een tabletcomputer krijgt voorgeschoteld. De camera zoomt in terwijl een van de leerlingen met de vinger een aantal stippen verbindt om zo een nieuwe letter te vormen. Schooldirecteur Babs Schipper is enthousiast over het project. “Nu lopen we eigenlijk nog achter de feiten aan. We staan midden in de samenleving en moeten daar ook bij aansluiten. Je ziet hoe leuk de kinderen het vinden: ze zijn meer geboeid en minder afgeleid.”

Ook de HBO-raad is enthousiast. De overkoepelende vereniging van hogescholen waarschuwt echter voor een al te voortvarende aanpak: “De vraag voor ons is, wat betekent het pedagogisch?” Geen van de Nederlandse lerarenopleidingen biedt vooralsnog vakken waar antwoord wordt gegeven op deze of tal van andere ‘tablet-vragen’. Schipper maakt zich ondertussen vooral zorgen over de kosten: ze mag de ouders geen geld vragen voor de tablets, en haar door het ministerie van Onderwijs toegewezen budget is helaas nog gebaseerd op ‘schoolbord-krijt-onderwijs’.

Poortwachter
“Als je na dertig jaar uit een coma ontwaakt, is de enige plek waar je je helemaal thuis voelt het klaslokaal”, reageert Rutger Peters van leersoftwareleverancier Gynzy. Een grapje met een serieuze ondertoon. Nadat hij in 2006 het succesvolle casual games-platform Zylom verkocht aan RealNetworks, namen hij en compagnons Erik Goossens en Jean-Pierre Deckers ruim de tijd om na te denken over een passend vervolg van hun ondernemerscarrière. “Een nieuw bedrijf opbouwen betekent gewoon tien jaar keihard werken, motiveert hij. “Dan ga je ook nadenken over een stukje maatschappelijke relevantie. De kans op zakelijk succes was daarbij overigens wel de belangrijkste voorwaarde. We zochten daarom naar een omgeving waarop het internet tot op heden nog weinig impact heeft gehad.” Daarbij viel het oog vrij snel op het digitale schoolbord dat sinds 2008 in steeds meer klaslokalen te vinden is. Kwalitatief hoogstaande en eenvoudig toegankelijke content was echter nog schaars, een lacune die Gynzy inmiddels vult voor ruim 35.000 leerkrachten van 2500 basisscholen. Peters: “Iedereen is het er over eens dat het klaslokaal de komende tien jaar volledig op de schop gaat. Vraag is alleen: wie gaat dat faciliteren?”

Het alomtegenwoordig internet, snel aan kracht en snelheid winnende mobiele devices én mediarijke sociale netwerken drukken onvermijdelijk hun stempel op de manier waarop onderwijsinstellingen wereldwijd interacteren met hun leerlingen, studenten, onderzoekers en docenten. Al gaat dat vaak nog in een bedenkelijk laag tempo. “Wij zijn allereerst gaan praten met leraren, ouders en ondernemers in Nederland en verschillende andere Europese landen”, vertelt Peters. “Daarbij ontstond direct de indruk dat de markt behoorlijk vast zit. In Nederland wordt negentig procent van de leermiddelen voor het basisonderwijs bijvoorbeeld geleverd door uitgever Van Dijk, die daardoor in feite functioneert als poortwachter voor alle nieuwe leermiddelen. En hoewel men het daar vaak heeft over de noodzaak tot innovatie, vermoed ik toch dat er in de directiekamer vooral gepraat over behoud van het marktaandeel. Nieuwkomers in deze markt adviseer ik daarom naast hun productinnovatie ook veel energie te steken in het beantwoorden van de vraag: hoe krijg ik dit product in de handen van de eindgebruikers?”

In het hoger onderwijs wordt daar al langer over nagedacht. Om de soepele integratie van innovatieve ICT-toepassingen te bevorderen werd in 1987 SURF opgericht. Daaruit ontstond onder meer SURFnet, dat studenten, docenten en wetenschappers van honderdzestig instellingen verbindt met elfduizend kilometer glasvezelkabel. De organisatie produceerde vorig jaar een Omgevingsscan waarin  groei wordt voorspeld van virtuele samenwerkingsmogelijkheden, personalisering en commoditisering van ICT-diensten, zoals software en cloudapplicaties en Big Data-toepassingen. SURFmarket onderhandelt namens de aangesloten instellingen met (potentiele) aanbieders. In de lange lijst preferred suppliers van SURFmarket staan onder meer veel aanbieders van mobile apps, Saas- en clouddiensten, online lesstof (‘open educational resources’) en ‘middle ware companies’ die universiteiten bijstaan bij het implementeren van bestaande technologie.

Daaronder ook het bedrijf g-company, dat adviseert en begeleidt bij de implementatie van Google Apps. “Het onderwijs is een omgeving waar men niet ICT-vaardig is”, zo motiveert accountmanager Huig Ouwehand zijn sinds 2008 opgebouwde specialisatie. “Bovendien ligt de focus op passend, gepersonaliseerd onderwijs en nauwe samenwerking. Dat schreeuwt om clouddiensten in het algemeen, en Google Apps for Education in het bijzonder.” In eerste instantie werd hij vooral ingeschakeld om bestaande functionaliteiten te integreren, zoals complexe (les)roosters op de mobiele telefoons van docenten en studenten. Inmiddels gaat het steeds vaker om  totaaloplossingen. “In hoger onderwijs stoten we dan nog wel vaak op ‘elektronische leeromgevingen’ uit de jaren negentig, waarop docenten hun curriculum en leerstof delen met studenten. Die draaien vaak nog op de servers van de instellingen, wat duur is en ten koste gaat van de focus op functionaliteit. Door dat hele proces online te brengen, besparen we de Universiteit van Utrecht nu bijvoorbeeld enkele tonnen euro’s per jaar.”

Bittere noodzaak
“Het onderwijs staat aan de vooravond van een echte doorbraak van innovatieve ICT-oplossingen”, voorspelt Roel Smabers van Parantion, dat online toepassingen ontwikkelt voor onder meer de Rijks Universiteit Groningen en de TU Delft. “Dit getriggerd door het samenkomen van een aantal belangrijke ontwikkelingen. Natuurlijk is er de onstuitbare opkomst van apps, social media en clouddiensten, waar veel docenten privé al dagelijks mee werken. Daarnaast neemt de behoefte aan kostenbeheersing en resource management sterk toe en gaan steeds meer ‘dino’s’ die eerst jaren willen vergaderen over de pedagogische effecten met pensioen. En ik merk dat commerciële partijen zoals wij steeds serieuzer worden genomen als inhoudelijke ontwikkelingspartner.”

De online vragenlijsten en enquêtes die Parantion al in 1999 ontwikkelde zijn inmiddels uitgegroeid tot geavanceerde meettools waarmee de ontwikkeling van studenten, docenten en onderwijsinstellingen nauwkeurig in kaart kan worden gebracht. In nauwe samenwerking met de TU Delft ontwikkelde Parantion bijvoorbeeld Scorion, een online peer review-systeem dat de onderlinge beoordeling door groepjes studenten eenvoudig en overzichtelijk maakt. Via een dashboard houdt de docent zo continu scherp zicht op de vorderingen en ontwikkeling van honderden studenten. “Door de sterke toename van hoogwaardige en vrij beschikbare online lesstof en hoorcolleges kunnen universiteiten zich op dat gebied steeds minder onderscheiden”, constateert Smabers. “De echte meerwaarde zal daardoor steeds meer gaan liggen in de wijze waarop ze hun studenten begeleiden en prikkelen in hun persoonlijke ontwikkelingstraject.”

Dat besef dringt inmiddels wereldwijd door. “Het huidige universiteitsonderwijs, dat primair is gebaseerd op lezingen door professoren aan een groep studenten in collegeruimtes, is pedagogisch inefficiënt en veel te duur”, aldus Suh Nam-pyo, president van het Korea Advanced Institute of Science and Technology, tegenover de rectores magnifici van 56 internationale onderzoeksuniversiteiten. Die reisden oktober vorig jaar af naar Seoul voor topoverleg onder het banier “Effective Education and Innovative Learning”. “Door deze achterhaalde vorm van onderwijs te elimineren, kunnen docenten en studenten meer effectieve vormen van educatie gaan benutten”, aldus Nam-pyo, “en kunnen de steeds verder stijgende kosten van educatie eindelijk worden ingeperkt.” Onder zijn gehoor ook decaan Gene Block van de Universiteit van Californië (UCLA). Met recente alarmerende opiniestukken in onder meer de LA Times en Time Magazine probeert Block Amerikaanse politici te overtuigen van de noodzaak universitair onderwijs toch vooral betaalbaar te houden. Het lesgeld van de UCLA verviervoudigde de afgelopen tien jaar tot ruim elfduizend dollar, en dreigt de komende vier jaar ruimschoots te verdubbelen.

Slimme algoritmes
De redding is echter nabij. Letterlijk. In het traditiegetrouw van risicokapitaal overlopende Silicon Valley is Educational Technology, ofwel Ed-Tech, inmiddels hét nieuwe buzzword. Het vuurtje werd opgestookt door Marc Andreessen, die vorig jaar augustus voorspelde dat ‘software de wereld zal opeten’, en educatie en passent bovenaan het menu zette. Het voormalige Netscape-kopstuk kreeg onder meer bijval van de invloedrijke zakenman John Doerr, partner van risicokapitaalverstrekker Kleiner Perkins. “Educatie is waarschijnlijk het grootste, belangrijkste en meest gammele onderdeel van de Amerikaanse maatschappij en economie”, aldus Doerr, die tevens innovatieadviseur van president Obama is. “Er zijn grote veranderingen nodig, en ik ben blij dat steeds meer ondernemers daar innovatief op inspringen.” Sindsdien verdubbelde het in Ed-Tech geïnvesteerde risicokapitaal tot 189 miljoen dollar in het tweede kwartaal van vorig jaar (zie kader). En die groei zal voorlopig aanhouden, voorspelt Doerr, die er op wijst dat de VS jaarlijks 1,3 triljard dollar aan onderwijs spenderen: “Educatie is een enorme markt, waarop ondernemers een enorme impact kunnen hebben.”

Inmiddels tekenen zich een aantal trends af. Allereerst is er een enorme groei van zogenaamde ‘middle ware companies’, firma’s als g-company die scholen bijstaan bij het implementeren van bestaande technologie. Daarnaast volgen steeds meer firma’s in de voetsporen van de Kahn Academy, het door Salman Kahn opgerichte leerplatform met duizenden op YouTube geplaatste videolessen over onder meer wiskunde, geschiedenis, financiën, astronomie en economie. De Bengalees-Amerkaanse MIT-alumnus Kahn startte in 2004 met videolessen voor zijn Bengalese familie, maar zag die binnen enkele jaren uitgroeien tot een massive open online course (MOOC)-platform met wereldwijd bereik. Onder meer het Massachusetts Intitute of Technology en Stanford verzorgen ook al jaren zeer populaire MOOC’s, en onlangs maakte ook de TU Delft bekend deze markt te betreden. Nieuwkomers als het Amerikaanse Udacity proberen het notoir lage percentage cursisten dat daadwerkelijk succesvol het einde haalt op de vijzelen door quizjes en andere interactie in te bouwen.

Een belangrijke andere trend is de toetreding van slimme algoritmes tot het onderwijs. Dreambox Learning, dat onder meer Netflix-eigenaar Reed Hastings onder haar investeerders weet, is één van een serie gehypte Amerikaanse startups die zich bezighoudt met adaptive learning. Het ontwikkelt spelletjes waarin kinderen het volgende level kunnen halen door in een speels jasje verpakte wiskundige problemen op te lossen. Spelgedrag van de leerling wordt vastgelegd in zestig verschillende parameters, van de snelheid van antwoorden tot het gebruik van in het spel verwerkte tools, waarbij de moeilijkheidsgraad automatisch wordt afgestemd op het spelersniveau. Tot dusver verzamelde Dreambox ruim vijfhonderdduizend leerlingen en 28 miljoen dollar risicokapitaal.

Met Edmodo, een online communicatieplatform voor scholen, wordt nu ook de kracht van social media aangewend om de kwaliteit van het Amerikaanse schoolsysteem te verbeteren. Het specifiek op leraren en studenten afgestemde netwerk groeide in twee jaar tijd tot acht miljoen leden, en haalde in die tijd haalde bijna vijftig miljoen dollar aan investeringen op bij onder meer Greylock Partners én Benchmarkt Capital. Niet verwonderlijk met mensen als Matt Cohler (voormalig VP Product Management Facebook) en Reid Hoffman (oprichter LinkedIn en managing partner van risicokapitaalverstrekker Greylock Partners) in de board. Naast uitvoerige contactmogelijkheden voor de onderwijswereld biedt Edmodo een platform waar third-party developers hun onderwijsapplicaties voor een klein percentage aan leden kunnen aanbieden.

Datamining
De meer ambitieuze ondernemer zet het hele systeem liever op zijn kop. “Het breken van het monopolie van de huidige onderwijsinstellingen biedt onze kinderen meer flexibele, efficiënte en innovatieve weg naar een succesvolle toekomst”, aldus Ben Johnson, founder van het disruptieve Minerva Project. Mede dankzij een investering van Benchmark Capital, dat eerder in een vroeg stadium investeerde in eBay, Twitter, Yelp en Instagram, wil Minerva vanaf 2015 studenten inschrijven voor een volledig webbased onderwijsprogramma. Belofte aan de aspirant online studenten: een voorgezette schoolopleiding met alle prestige van een regulier diploma, maar dan tegen de helft van de kosten.

Dat is ook de belofte van Knewton. In samenwerking met Pearson, ’s werelds grootste educatieve uitgever, plaatst die de volledige lesstof van een groot aantal opleidingen online, om daar vervolgens het adaptive learning-principe op los te laten. “Ons platform verzamelt duizenden datapoints per student per dag”, vertelde Knewtons CEO Jose Ferreira februari vorig jaar aan Forbes Magazine. “Elke student kan volledig op zijn eigen tempo leren, en de software past zich continu aan om hem uit te dagen.”

Op basis van gedataminede leergedrag van grote groepen studenten maakt Knewton naar eigen zeggen dagelijks vijf tot tien miljoen aanpassingen aan haar datamodel. Sommige onderwijsinstellingen gebruiken dergelijke data al om gestandaardiseerde examens te maken. “Maar met de hoeveelheid data die wij verwerken, zal het in de toekomst niet eens meer nodig zijn een toets te maken”, voorspelt de CEO. “Wij weten dan immers al wat voor cijfer ze gaan krijgen. Educatie is met afstand ’s werelds grootste data-industrie. De kansen voor ondernemers die dat begrijpen is enorm.”

Spil
Smabers van Parantion ziet toekomst in een hybridemodel van sustaining en disruptive technologie. “Enerzijds is het onderwijs rijp voor een grote efficiëntieslag”, stelt hij, “en anderzijds zie je dat wereldwijd vele miljoenen mensen een beroep gaan doen op goedkoop online onderwijs. Ondernemingen die daar op in kunnen spelen gaan goede zaken doen. Vanuit onze ervaring gezien zou ik aanbieders van complexe oplossingen aanraden niet te ver voor de muziek uit te lopen. Deel niet al te veel complexe details, presenteer je product in hapklare brokken en spiegel concrete resultaten voor.”

Het Nederlandse Gynzy heeft inmiddels haar intrede gedaan in de Amerikaanse markt. “Het komende jaar gaat het om het valideren van de behoefte en ons sales- en marketingmodel”, vertelt Rutger Peters. “Amerika telt momenteel ruim anderhalf miljoen digitale schoolborden, en het probleem van het gebruik is identiek als in Nederland. Onze eerste Amerikaanse versie wordt nu door vijfhonderd leerkrachten van vijftig basisscholen in New York en New Jersey gebruikt. In onze visie blijven leraren een belangrijke spil in het leerproces. Daarom moeten zij het gebruik van innovatieve nieuwe oplossingen als eerste omarmen. En die oplossingen gaan uiteraard komen van nieuwe jonge bedrijven, en niet van de grote traditionele spelers.”

Illustratie: LouLou & Tummie

*) Dit artikel verscheen in het maartnummer van Emerce magazine (#120)

Gerelateerde items

2 Reacties

Nederland kan een grote rol spelen in deze Ed-Tech markt en het is een geweldig export product. Nederland heeft zeer veel kennis op het gebied van educatie en kan dat combineren met een enorme ontwikkeling op het gebied van Serious Gaming.
Voor een gezonde innovatie en ontwikkeling zal de interne markt in Nederland echter beter moeten zijn en zal een deel van de subsidies aan onderwijs naar materiaal i.p.v. mensen moeten gaan. Het investeren in Ed-Tech middelen wordt nog nauwelijks actief ondersteund door de overheid. Mogelijk is het aanboren van externe financieringsbronnen vanuit de private sector een optie.

Leendert van der Plas
directeur Teach32

Duidelijk artikel met een compacte opsomming van de meest relevante ontwikkelingen: de uittredende dino’s en (daardoor) meer aandacht voor innovatie door mensen binnen de school met eenvoudige middelen als Youtube en Google (hangout). De uitgevers zullen hun machtspositie niet opgeven, dus daar ligt een uitdaging. Ik denk dat de kracht van de aantallen en het groeiende aanbod van Kahn Academy en MOOC’s meer doet dan het beleid van een onderwijsminister. Een tip aan ondernemers die zich richten op het onderwijs: stug volhouden, maar leg niet al je eieren in 1 mandje.

Reactie plaatsen