Omroep Powned laat zijn digitale achterban, de netwerkgeneratie, nu al vallen en gedraagt zich net als gevestigde omroepen. “Dat moeten ze maar aan de leden uitleggen”, zegt mede-oprichter Marianne Zwagerman. Het onderliggende probleem: “De pluriformiteit van de pers is in gevaar”.
Met verbazing ziet Marianne Zwagerman hoe omroep PowNed zich ontplooit in het mediabestel. Samen met Dominique Weesie richtte ze de omroep op, maar moest vorig jaar om persoonlijke reden terugtreden. “We zijn begonnen voor de netwerkgeneratie, de mensen die met een tweede scherm op schoot naar de televisie kijken. Daar doen ze echter heel weinig mee”.
Kleffe telefoonklapper
Tegen Emerce zegt ze: “Powned is opgericht om iets nieuws neer te zetten. Op basis van die propositie heeft toenmalig minister Plasterk een licentie gegeven. En wat zie je nu? Het tweede tv-programma dat ze brengen is een voetbalprogramma. Dat heeft iedereen. Dat snap ik dus niet. Het wordt nota bene gepresenteerd door Henk Spaan, een baby boomer van de Vara. Dat is juist de groepen mensen waar Powned zich tegen wil afzetten”.
En inderdaad. In het oorspronkelijke beleidsplan (PDF) staat ondubbelzinnig: “PowNed is gek op sport. Maar niet per se op de favoriete sporten van Mart Smeets” (p. 42) en “Want Powned gaat voor frisse gezichten. Weg met die kleffe Hilversumse telefoonklapper” (p.139).
Zwagerman: “Het kan natuurlijk dat ze na vier uitzendingen van Heilig Gras zeggen dat het een grote grap was, om te laten zien dat iedereen een goed voetbalprogramma kan maken”. Maar of dat zo is, weet ze niet. Ze is niet meer betrokken bij de dagelijkse gang van zaken.
Wassen neus
De voormalig topvrouw van mediabedrijf De Telegraaf vindt het raar dat niemand er op toeziet dat een nieuwe omroep als PowNed nu al handelt tegen zijn eigen beleidsplan in. Kennelijk is het voldoende om een plan te schrijven, dat in te dienen en na goedkeuring vervolgens de uitvoering van de ideeën achterwege te laten. “Maar dat is iets dat PowNed aan het einde van de vijfjarige licentie aan zijn leden mag uitleggen”.
“Het is me in deze discussie niet eens om PowNed te doen, maar om de publieke omroep als geheel. Die hele publieke omroep met verenigingen is een wassen neus. Ze lokken leden door hen een gids of een dvd cadeau te doen bij een lidmaatschap. Die maatschappelijke betrokkenheid bij de verenigingen stamt nog uit de tijd dat er geen commerciële zenders waren”.
Door de nivellering in het programma-aanbod komt volgens Zwagerman de pluriformiteit van de pers in het geding.
Het onderscheid tussen de keuzes die de afzonderlijke redacties maken wordt steeds kleiner. De programma’s gaan inhoudelijk op elkaar lijken. “Als het zo doorgaat, hebben alleen de NOS en RTL Nieuws nog eigen onafhankelijk nieuwsredacties. En kranten. Alhoewel het daar financieel niet goed gaat. Bij de regionale kranten zie je die vervlakking al. Er zijn nog maar weinig onafhankelijke kranten.”
Ze pleit er enerzijds voor dat de overheid de krantenredacties helpt overeind te blijven in het voor hen steeds zwaarder wordend economisch klimaat. Anderzijds is ze voor opheffing van de omroepverenigingen. “Ik ben voor een privaat-publieke omroep. In die volgorde. De politiek wil nog steeds honderden miljoen euro’s investeren in omroepen. Ik vind dat iemand eens moet kijken wat in een commerciële omgeving slim kan functioneren” als publiek georiënteerde omroep.















For the record: de kop boven dit artikel komt niet uit mijn mond. Ik vind het veel te vroeg voor een oordeel over PowNed in relatie tot de beloftes aan de achterban.
Mijn punt is dat het huidige publieke omroepbestel, gestoeld op omroepverenigingen, achterhaald is. En het nieuwe voetbalprogramma van PowNed bewijst dat. Voor meer voetbal op TV was geen nieuwe omroep nodig.
Dit voorbeeld toont aan dat de borging van de pluriformiteit door omroepverenigingen een wassen neus is. Want blijkbaar wordt een omroep niet aan zijn eigen plannen en richting gehouden. Dat is niet nieuw. Er zijn talloze voorbeelden, ook van andere omroepen. Maar juist bij een nieuwe omroep, waar de ambities nog vers zijn, is het niet moeilijk om te toetsen of de plannen voor nieuwe programma’s wel passen bij het gat in het publieke bestel dat ze geacht worden te vullen.