Commissariaat hijst de stormbal over Nederlandse media

Het Commissariaat voor de Media maakt zich zorgen over de pluriformiteit van de Nederlandse media. Steeds meer mensen halen hun informatie voornamelijk van internet, waar algoritmes ervoor zorgen dat we in onze eigen informatiebubbel leven.

‘We zien, horen en lezen dan nog enkel feiten en meningen die in ons straatje passen, afwijkende geluiden worden niet meer gehoord,’ schrijft het commissariaat in een jubileumeditie van de Mediamonitor (pdf) die gisteren tijdens het Mediajaarcongres in Hilversum door collegevoorzitter Madeleine de Cock Buning werd uitgereikt aan Jan Bonjer, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad.

Krantenoplages dalen, titels verdwijnen, en de nieuwe generatie kijkt steeds minder tv. Tegelijk groeit de rol van sociale media in de nieuwsvoorziening. Met de komst van digitale media als Twitter, Facebook en Google is de fragmentatie van het publiek definitief begonnen.

Tegelijk zorgt ook toenemende marktconcentratie voor afnemende pluriformiteit. Want hoe minder partijen het media-aanbod verzorgen, hoe minder divers dat wordt. Het gaat er niet om hoeveel aanbod er is, maar hoe divers het aanbod is. De Cock Buning: ‘Kijk naar de regionale dagbladen: daar zijn steeds minder titels, dus steeds minder inhoudelijke diversiteit. Het probleem is dat onze democratische rechtstaat niet kan bestaan zonder pluriforme en onafhankelijke media. Vrije meningsvorming en -uiting zijn misschien wel de belangrijkste pijlers onder onze democratie.’

En er is meer. Een dagblad biedt een moment van bewust gekozen concentratie en reflectie op dat wat er gebeurt in de wereld, aangeboden door een redactie die op basis van kennis, inzicht en ervaring selecteert wat nieuwswaardig is. Dat lijkt nu te veranderen: bepaalde eerst de krantenredactie wat de lezer zou lezen, nu gaat de lezer steeds meer bepalen wat de redactie moet schrijven. De massa volgt niet meer, de massa bepaalt. Vooral met likes en analytics.

Het tempo waarmee veranderingen zich in de media en in het mediagebruik kunnen voltrekken, ligt hoog, schrijft het commissariaat. ‘Het is niet overdreven te stellen dat nieuwe – nog onvoorspelbare – ontwikkelingen snel grote gevolgen kunnen hebben voor de onafhankelijkheid en pluriformiteit van ons media-aanbod.

Het Commissariaat wil het aspect van de pluriformiteit de komende tijd scherp in de gaten houden. ‘Als we onze informatievoorziening overlaten aan algoritmes, hoe weten we dan of we goed en divers worden geïnformeerd?’

Het commissariaat zegt dat het niet de enige Europese toezichthouder is die de stormbal hijst. In Duitsland rapporteert de Kommission zur Ermittlung der Konzentration im Medienbereich, kortweg KEK, over mediamarkten en eigendomsverhoudingen. Naar aanleiding van het twintigjarig bestaan, in mei 2017, wees de KEK erop dat de omwentelingen in de mediasector de nodige risico’s voor de onafhankelijkheid en pluriformiteit met zich meebrengen. Om die het hoofd te bieden, is het volgens de Duitse mediatoezichthouder noodzakelijk om de scope van de monitoring te verbreden. Ook de zogenaamde ‘intermediairs’, zoals zoekmachines en sociale media, moeten voortaan bij het toezicht worden betrokken, omdat zij inmiddels een belangrijke rol in het proces van opinievorming spelen.

4 Reacties

Nou wat een nieuws, 30 juni zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop het Commissariaat de regie weer in handen kreeg.

Deze mensen lijken zich net gerealiseerd te hebben dat de muur is gevallen en dat bbs-en zijn opgegaan in het internet.

Ik kijk uit naar het volgende bericht over het commissariaat.

Wat is het verschil tussen iemand die altijd dezelfde krant van een bepaalde politiek-maatschappelijke signatuur leest en iemand die via een algoritme nieuws krijgt aangeboden dat hem interesseert. Nieuws gaat om macht en beinvloeding en jongelui op internet realiseren zich dat beter dan ouderen die gebruik maken van klassieke media. Wiens brood men eet diens woord men spreekt. Wie betaald het commissariaat? Overheidsgeld dacht ik. Hoeveel reclamegeld en subsidie komt er direct en indirect bij de klassieke media? En dan de baantjes? Gelukkig is er internet.

‘Nieuws gaat om macht en beinvloeding en jongelui op internet realiseren zich dat beter dan ouderen die gebruik maken van klassieke media.’ Ik wens J. Meijer nog veel media-wijsheid toe in zijn/haar eigen bubbel.

De eerste opmerking van J Meijer snijdt wel hout; vroeger bepaalden journalisten de ‘voorpagina’ en dus het gesprek van de dag. Dat waren dan wel geen algoritmes, maar daar hadden we een andere naam voor “verzuiling’. Zo heeft iedere generatie zijn eigen uitdagingen 🙂

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug