Nederland verbeterde dit jaar bijna twee keer zo snel als het Europese gemiddelde: van 81,7 naar 85,2 (NL), ten opzichte van 74,7 naar 76,6 (EU) op een 0-100 index van ruim 20 indicatoren. De sterke positie van Nederland komt onder meer door goed ontwikkelde onlinedienstverlening over de volle breedte. In tegenstelling tot veel andere landen bieden zowel de Rijksoverheid, als Nederlandse provincies en gemeenten de meeste diensten digitaal aan, voor burgers én bedrijven.
Betrouwbare technologie is de Nederlandse kracht
Nederland heeft de technologische basis goed op orde. Cybersecurity springt eruit: 79% van de Nederlandse overheidswebsites voldoet aan gangbare securitystandaarden, tegenover 47% gemiddeld in de EU. Dat komt doordat Nederland actief inzet op monitoring en het toetsen van de veiligheid achter publieke websites. Ook speelt een groeiend bewustwordingsniveau mee, zowel intern als richting burgers. Voor veel andere Europese landen is cybersecurity juist een van de zwakker scorende onderdelen binnen digitale overheidsdienstverlening.
Twee uitdagingen voor verdere digitalisering
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de volgende fase van digitale overheid vraagt om een bredere blik op digitale veiligheid. Naast technische beveiliging gaat het ook om betrouwbaarheid, continuïteit en controle over digitale dienstverlening. De belangrijkste opgaven verschuiven daarmee naar digitale soevereiniteit; grip op de infrastructuur achter publieke diensten en toegankelijke dienstverlening voor alle gebruikers in Nederland én daarbuiten.
Digitale soevereiniteit: wie beheert de infrastructuur achter publieke diensten?
Het onderzoek adviseert EU-lidstaten om overheidswebsites vaker te hosten op servers van Europese aanbieders, bijvoorbeeld ontwikkeld via European Digital Infrastructure Consortia. Meer dan de helft (56%) van de Nederlandse overheidswebsites draait op infrastructuur van niet-Europese spelers. Datacenters kunnen fysiek in Europa staan, maar de onderliggende aanbieders zijn vaak niet-Europees.
Grensoverschrijdende dienstverlening
Digitale diensten die goed werken voor nationale gebruikers zouden verder doorontwikkeld moeten worden voor internationale gebruikers. Daarvoor zijn gezamenlijke, interoperabele oplossingen nodig. Bijvoorbeeld rond eID’s, digitale wallets en uitwisseling van diploma’s en andere persoonlijke documenten. Dat is relevant in een Europa waarin burgers, studenten, werknemers en ondernemers steeds vaker over landsgrenzen heen wonen, werken, studeren of zaken doen.
Kwaliteit boven kwantiteit in digitalisering
Naast de Europese 2030-doelstelling, waarbij alle 96 gemeten publieke diensten online beschikbaar moeten zijn, wordt de kwaliteit van de digitale overheid steeds belangrijker. De Nederlandse web toegankelijkheid loopt voorop. Tegelijk blijven kleurcontrast, alternatieve teksten bij afbeeldingen en het inrichten van websites zodat schermlezers en spraaktechnologie goed werken cruciaal. AI en chatbots kunnen de toegankelijkheid eveneens vergroten, maar alleen als zij gebruikers daadwerkelijk ondersteuning bieden bij het afronden van een dienst. De meeste chatbots zijn echter nog onvolwassen. De uitdaging zit dus niet in méér technologie, maar in begrijpelijke en bruikbare digitale dienstverlening.
Over het onderzoek
De eGovernment Benchmark 2026 onderzoekt hoe Europese landen presteren op digitale publieke dienstverlening, waaronder online beschikbaarheid, gebruiksvriendelijkheid, grensoverschrijdende dienstverlening, transparantie, cybersecurity, toegankelijkheid en digitale soevereiniteit. Het rapport is opgesteld door Capgemini, Sogeti en IDC voor de Europese Commissie. De top drie best presterende lidstaten bestaat uit Finland, Estland en Malta.