Nederlandse bedrijven hebben amper uitwijk bij uitval datacenter

Hooguit 10 tot 15 procent van de ruim vijfhonderd klanten van managed hostingbedrijf Proserve beschikt over volwaardige disaster recovery: een realtime uitwijk naar een tweede datacenter die binnen vijftien seconden overneemt.
Dat zegt Marcel Dillingh van Proserve tijdens een Emerce Talks-sessie over vendor lock-in en cloudsoevereiniteit. Wat breder bekeken, zal dat beeld elders in Nederland niet veel anders liggen. Digitale veiligheid staat ondertussen wel op de directie-agenda’s, flexibiliteit minder. De reden volgens Dilling: de kosten.
Op serverniveau is redundantie vaak wel geregeld. Als de ene server uitvalt, neemt de ander het automatisch over. Een echt geval van nood, als in: oorlog, brand of algehele stroomuitval die een locatie helemaal uitschakelt, is nauwelijks afgedekt.
Uit dit video-interview op Emerce Talks met Dillingh (foto) en cto Ivo Jansch van Dawn Technology blijkt dat hooguit bedrijfskritische workloads goed zijn voorzien. Dat zijn dan omgevingen als een open banking-platform. Bij Proserve draaien die dan op twee gescheiden locaties.
De sessie draait om de bredere vraag: hoe afhankelijk wil je zijn van één leverancier, of dat nu een Amerikaanse hyperscaler is of een Nederlands datacenter?
Ivo Jansch pleit ervoor om gereedheid voor migratie vanaf dag één in te bouwen. Wie zijn architectuur cloudagnostisch ontwerpt, hoeft daar volgens hem niet per se meer voor te betalen. Achteraf ontvlechten is een ander verhaal. Zeker wie diep in een microservices-landschap zit, is maanden bezig om applicaties los te weken van hun omgeving. Jansch signaleerde ook een mentaliteitskwestie: bedrijven zijn gewend geraakt aan hyperscalers die alles uit handen nemen. De geopolitieke spanningen en recente lokale incidenten, zoals een datacenterbrand in Almere dwingen tot bezinning.
Over Europese alternatieven zijn de sprekers genuanceerd. Het Franse Scaleway, het Duitse Stackit en Nederlandse private clouds bieden een fractie van de circa 284 diensten die AWS in de etalage heeft. Maar dat is volgens Jansch de verkeerde maatstaf. “Het is niet de vraag of Europese aanbieders minder kunnen, maar of ze genoeg kunnen. Voor een webshop of een gemiddelde gemeente is het antwoord: ja, prima.” In de kern gaat soevereiniteit bovendien om twee dingen: waar data liggen en op welke servers applicaties draaien.
Tafelgast Hans Voorn, ervaren marketing- en e-commercedirecteur, daarover: “Ik gok een gemiddelde gemeente, ook al is die groot, die heeft een beetje compute, een beetje opslag en that’s it.”
Opvallend was ook zijn de relativering over de Amerikaanse Cloud Act. Deze kan de Amerikaanse overheid toegang kan geven tot data bij Amerikaanse cloudaanbieders. “Eigenlijk is het niet echt een probleem. Het is een verzonnen probleem.” En over datasoevereiniteit: “Als je bij een migratie betaalt voor soevereiniteit, betaal je dus extra om daar weer weg te kunnen.”
Plaats een reactie
Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond