Deel dit artikel
-

Next: de toekomst is aan Wearable Tech

De markt voor wearables krijgt een tweede kans: grote fabrikanten haken af, maar kleinere spelers ontdekken nichemarkten. Onder de noemer Wearable Tech worden in hoog tempo nieuwe producten ontwikkeld die straks ook in staat zijn om gebruikersdata te delen en te analyseren.

Waren wearables drie jaar geleden nog het modewoord op de Consumer Electronics Show – de jaarlijkse elektronicabeurs in Las Vegas – afgelopen januari was er van het enthousiasme weinig meer over. CES-organisator CTA publiceerde zelfs cijfers waaruit bleek dat de markt in de Verenigde Staten niet meer dan een procent groeit, met een geschatte omzet van 6,5 miljard dollar.

Van TomTom tot Fitbit, veel bedrijven moesten afgelopen jaar erkennen dat de markt zwaar is tegengevallen. Vorig jaar passeerde het Chinese merk Xiaomi Fitbit zelfs als ’s werelds grootste wearablefabrikant. Het Amerikaanse bedrijf kon simpelweg niet opboksen tegen de spotgoedkope fitnesstrackers met ingebouwde hartslagmeter, stappenteller en notificaties, die voor een paar tientjes over de toonbank gingen. Aan de onderkant van de markt is de concurrentie dan ook al enige tijd moordend.

En dat Apple de markt voor slimme horloges heeft veroverd, komt toch voornamelijk doordat veel andere partijen zijn afgehaakt. Bovendien is de Apple Watch niet het modeaccessoire geworden dat Apple zelf voor ogen had. Aanvankelijk richtte het bedrijf zich voor de verkoop zelfs op exclusieve modewinkels in Tokio, Parijs en Londen. Daar is men mee gestopt, omdat de Apple Watch voornamelijk voor fitnessdoeleinden wordt ingezet. Over het aantal verkochte horloges doet het bedrijf overigens nog altijd geen mededelingen.

Gezichtsherkenning
De veronderstelling dat het alleen maar slecht gaat met wearables doet de markt echter geen recht. Marktonderzoeker IDC meldde onlangs namelijk dat er in 2017 wereldwijd nog altijd 113,2 miljoen wearables over de toonbank zijn gegaan, en dat dit aantal gestaag stijgt naar 222,3 miljoen in 2021.

Het merendeel van deze gadgets wordt aan de pols gedragen, van armbanden tot slimme horloges. Die eerste vormen zo’n veertig procent van de markt. In 2021 zullen het echter overwegend horloges zijn, die steeds meer functies overnemen van de armbanden. Ook het marktaandeel voor slimme horloges – het meer geavanceerde type – neemt toe van 28 procent naar 32 procent. Omgerekend betekent dat een groei van zeker veertig miljoen exemplaren.

Daarnaast ziet IDC een heel nieuwe categorie opkomen: wearables voor het oor. Die zullen met zeker 524 procent de grootste groei beleven. Vorig jaar ging het daarbij al om 1,7 miljoen stuks die aan de detailhandel werden geleverd. In 2021 worden er naar verwachting 10,6 miljoen verscheept. Toepassingen waarbij je niet moet denken aan bluetooth-headsets, maar aan oordopjes met slimme assistenten. Google, Amazon en Samsung werken allen aan deze producten.

Aandacht is er ook voor toepassingen gericht op slechthorendheid. Een app kan daarbij bepaalde frequenties uitsluiten of juist versterken. Geavanceerde toestellen met behalve een laagje nanotechcoating ook ondersteunende apps, waarmee dragers desgewenst ook draadloos muziek en appgeluid vanaf hun smartphone kunnen streamen.

Eveneens is er nog een bescheiden groei van elf procent voor slimme brillen. Al heeft deze categorie het moeilijk. Google stopte voortijdig met Google Glass voor consumenten toen bleek dat omstanders zich bespied waanden. En ook Snaps Spectacles, een camerabril die filmpjes van de omgeving maakt voor Snapchat, is niet aangeslagen. Ook hier lijken nichemarkten voor technologische doorbraken te zorgen: de onlangs gelanceerde OrCam MyEye kan dankzij kunstmatige intelligentie gezichten herkennen. En slechtzienden zo vertellen wie er voor hen staan.

ShotDoctor
Opvallend was dat op de CES onder de titel State of the Wearable vooral een nieuwe generatie wearablemakers aan het woord kwam. Met name modemerken blijven deze markt interessant vinden. Onder hen Fossil, dat al jaren is gespecialiseerd in modeaccessoires, en tegenwoordig stijlvolle uurwerken maakt met de functionaliteit van een smartwatch. Naast een stappenteller beschikken die ook al over een hartritmesensor. Fossil zocht zelfs een samenwerking met het Amerikaanse mode- en accessoiremerk Kate Spade, zoals Louis Vuitton sinds kort ook samenwerkt met Google en Qualcomm. Het Deense Skagen heeft op zijn beurt een horloge ontwikkeld met een analoge wijzerplaat, aangevuld met slimme functies die je via de app kunt raadplegen. Het soort hybride horloges dat steeds meer aftrek vindt.

Mede hierdoor zijn er twee hoofdrichtingen in wearable tech: gadgets die bedoeld zijn als modeartikel en waarbij uiterlijk minstens zo belangrijk is als functionaliteit, en meer functionele wearables, waarbij design op de tweede plaats komt. Zo helpt het Amerikaanse ShotDoctor basketbalspelers met inzicht in hun speeltechniek via een speciale (maar niet bijster mooie) smartwatch. En het Duitse Tractive richt zich met realtime gps weer vooral op tracking van huisdieren. Zo kunnen hun baasjes precies volgen waar loslopende beestjes zich bevinden. Of neem de Muse-hoofdband van Interaxion: een meditatietool met realtime feedback die hersenactiviteit vertaalt naar de geluiden van de wind. Anders dan de Samsungs van deze wereld, voelen dergelijke start-ups zich niet bezwaard door geringe omzetten. Ze weten soms lucratieve nichemarkten juist aan te boren.

Stroomversnelling
In ons land ziet ABN Amro nog altijd mogelijkheden voor wearables. De bank is in februari een test begonnen waarbij klanten kunnen betalen met een ring, horloge, armband of sleutelhanger. De ring, vervaardigd van zirkonium keramiek, heeft een (nfc-)betaalchip in de metalen sluiting. De wearables kennen geen pincode en er kan per keer maximaal 25 euro contactloos mee worden betaald.

Medische toepassingen trekken momenteel echter de meeste aandacht. Wearables die niet van alles maar een beetje kunnen, maar één of enkele duidelijke functies hebben. Bij hun werking worden nog wel de nodige kanttekeningen geplaatst. De daadwerkelijke invloed van dit type wearable is nu namelijk nog niet erg groot, zeker niet op zaken als lichaamsmassa, vetpercentage en bloeddruk, stellen onderzoekers aan het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles vast. Wetenschappers waarschuwen dan ook dat veel van de huidige wearables en trackers nog niet medisch zijn gevalideerd. De wetenschappers zagen wel positieve effecten op aandoeningen als die van Parkinson, hypertensie en chronische pijn in de onderrug. Maar niet zelden gaat het dan om behandelingen die intensief worden begeleid.

Ook mode-wearables ontwikkelen zich snel. De opvallendste lezing tijdens de CES kwam van Amanda Parkes, onder meer Chief Innovation Officer van FTL Ventures, een fonds dat zich richt op de toekomst van de fashiontech. Zij toonde hoe technologie steeds meer in kleding zelf wordt verwerkt, wat de inzet van wearables uiteindelijk overbodig zou kunnen maken.

De eerste generatie slimme kleding deed weinig meer dan je accessoires onderweg draadloos opladen, met vele travel jackets als gevolg. Nu is de ontwikkeling van hightech kleding in een stroomversnelling geraakt. Met het in de gaten houden van vitale lichaamsfuncties, zoals hartslag, ademhaling, bloeddruk en temperatuur, als voornaamste functies.

Connected clothes
Al deze ontwikkelingen zijn natuurlijk niet van de laatste tijd. Nederland telt met onder andere Pauline van Dongen, Iris van Herpen, Borre Akkersdijk en Anouk Wipprecht al een indrukwekkend aantal fashiontechdesigners. Akkersdijk ontwierp bijvoorbeeld een met elektrische draden doorweven pak dat de luchtvervuiling filtert. Met interactief ontwerper Martijn ten Bhömer van de TU Eindhoven maakte Van Dongen voor een zorginstelling een vest dat lichaamsbeweging monitort. Het kledingstuk kan fysiotherapeuten helpen bij de behandeling van dementerende ouderen die na een val of operatie moeten revalideren.

Slimme sokken zijn er ook al. De Sensoria Fitness Smart Socks zijn uitgerust met druksensoren, waardoor hardlopers van elke stap weten hoe ze hun voeten hebben neergezet en hoe lang ze de grond raakten. En blessures kunnen worden voorkomen.

Het commercialiseren van slim textiel in de mode-industrie blijft echter nog wel een uitdaging, zo concludeerde Ryanne Heijblom voor het Amsterdam Fashion Institute twee jaar geleden al in een marktverkenning. Een probleem dat opgelost moet worden, is dat  elektronica over het algemeen het draagcomfort en het gebruiksgemak verlaagt.

Een grote belofte in dit verband is grafeen, dat onder meer katoen geleidend kan maken. Het is niet alleen een van de snelste halfgeleiders, maar ook nog eens sterk. Zodat je er kleding interactief mee kan maken, met volop mogelijkheden in de gezondheidszorg en het internet of things.

Daarbij mag volgens ontwerpers het esthetische aspect niet vergeten worden. En blijft men experimenteren met kleuren, prints en vormen die bijvoorbeeld door aanraking veranderen. Duurzame kleding zou er elke dag anders uit kunnen zien, waardoor je die minder snel hoeft weg te gooien.

Van ‘mij’ naar ‘wij’
Desondanks blijft nog veel potentie onbenut, vonden de experts tijdens CES. CEO en oprichter Steven LeBoeuf van sensormaker Valencell benadrukte bijvoorbeeld de kansen van ‘mij’ naar ‘wij’. Wearables hebben de potentie om geanonimiseerd heel veel gegevens te vergaren, zoals navigatiekastjes dat tegenwoordig ook al kunnen om automobilisten nog beter te assisteren. Een opkomende epidemie zou aan de hand van verzamelde biometrische gegevens al eerder opgemerkt kunnen worden.

Uit een enquête die Valencell vorig jaar organiseerde, blijkt dat consumenten ook veel meer van hun wearables verlangen: 55 procent wil stress meten, 46 procent wil zijn bloeddruk weten en 38 procent wil de invloed van zonlicht aflezen. En niet onbelangrijk: bijna twee derde wil data kunnen analyseren om vorderingen beter in te kunnen schatten. Ten slotte vindt tachtig procent dat wearables een positieve invloed op hun gezondheid hebben.

Belangrijk gegeven hierbij is dat de technologie om tijdig afwijkingen te herkennen met het jaar beter wordt. Toekomstige versies van de Apple Watch krijgen volgens de jongste geruchten een geavanceerde monitor die hartritmestoornissen kan herkennen. Een afwijkend hartritme verhoogt het risico op beroertes en hartfalen. Met de Apple-sensor kunnen gebruikers zelf een hartfilmpje, oftewel een elektrocardiogram (ecg) maken. En daar zien met name verzekeraars wel heil in. Omdat ze daarmee een beter beeld van de vitaliteit van de verzekerden krijgen. Vooropgesteld natuurlijk dat die hun gegevens willen delen.

Hybride horloge
iPod-ontwikkelaar Tony Fadell verliet in 2016 zijn bedrijf Nest, maar heeft sindsdien niet stilgezeten. Onlangs werd de mede door hem ontwikkelde Ressence Type 2 e-Crown gedemonstreerd, het eerste mechanische slimme horloge. Dit hybride horloge wordt aangedreven door polsbewegingen en speciale fotovoltaïsche cellen achter de wijzerplaat. Het horloge beschikt over bluetooth, maar fitnesstracking en notificaties ontbreken. Wel kun je met een iPhone-app verschillende instellingen wijzigen. Het horloge, momenteel nog een concept, moet nog dit jaar op de markt komen.

Uv-sensor
Ondanks de lastige markt als geheel, was het toch weer een wearable die op CES de meeste tongen losmaakte. Namelijk een sensor die L’Oréal samen met de Amerikaanse Northwestern University heeft ontwikkeld om te bepalen aan hoeveel uv-straling je wordt blootgesteld. Lichter dan een regendruppel en kleiner dan de omtrek van een M&M, zo omschreef het cosmeticabedrijf deze vinding, waarvan de data met een mobiele app moeten worden uitgelezen. De sensor die op de nagel kan worden gedragen, moet ervoor zorgen dat we bij sterk zonlicht eerder zonnebrandcrème opbrengen. De UV Sense werkt zelfs zonder batterijen en kan worden gepersonaliseerd in iedere gewenste kleur. Komend jaar wil L’Oréal eerst nog experimenteren, alvorens de sensor in 2019 breder te introduceren.

TomTom
Na vier jaar ploeteren moest TomTom dit najaar toegeven dat de markt voor wearables, zoals sporthorloges en actiecamera’s, sterk was tegengevallen. De divisie die in totaal niet meer dan 2,7 miljoen gadgets had verkocht, is intussen grotendeels ontmanteld. In 2011 startte TomTom met een horloge dat in samenwerking met Nike was ontwikkeld. Om de krimpende consumententak te keren, ging het bedrijf in 2013 sporthorloges onder eigen merknaam op de markt brengen. In 2015 volgde een actiecamera, in navolging van de GoPro. Een tweede versie kwam er niet meer. In het tweede kwartaal van 2017 schreef men zelfs 169 miljoen euro af op de consumentendivisie. Schrale troost is dat TomTom niet de enige fabrikant is die het moeilijk heeft: Fitbit leed vorig jaar verlies en ook Garmin zag een scherpe daling in de verkoop van zijn activiteitmeters.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#164).

Beeld: Victor Bergmann (cc)

Dit bericht is 16 keer gedeeld

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond