Netwerk van sociale robots begeleidt mensen met een verstandelijke beperking

De Stichting Philadelphia Zorg, die zich vooral richt op de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking, heeft een robotnetwerk in gebruik genomen. De bewoners krijgen bij toerbeurt hun eigen sociale robot toegewezen. Met de robot Phi, een variant van Pepper, is al een jaar lang geëxperimenteerd.

Greet Prins, voorzitter Raad van Bestuur Stichting Philadelphia Zorg, verscheen gisteren met Phi op het podium van eHealth Convention in Amsterdam. Het bijzondere is volgens haar dat de sociale robot met eigen software op maat kan worden geprogrammeerd. De inhoudelijke bijdrage van wat Phi moet kunnen komt dus helemaal van cliënten, medewerkers en verwanten zelf.

Philadelphia vindt het belangrijk dat cliënten en medewerkers in de praktijk kennis maken met sociale robotica. Een sociale robot richt zich voornamelijk op het leren herkennen van emoties en kan daar ook op reageren. De robot is met andere woorden zelflerend. Prins moest wel toegeven ‘dat we nog aan het begin staan en de robots dus nog veel fouten maken.’

Een nieuw programmeerbaar netwerk moet robots van verschillende soorten en maten aansturen. Phi is de meest menselijke variant (die ook met handbewegingen kan spreken), maar ook kleinere robots kunnen behulpzaam zijn.

Stichting Philadelphia Zorg heeft een groot aantal experimenten met technologie lopen, vertelde Prins. In het Fieldlab Gehandicaptenzorg is onlangs nog de Kinemoto getest. Kinemoto is een spelinstallatie van Care4More en Axendo met daarop vijftien verschillende spellen voor mensen met een verstandelijke beperking. Met Kinemoto stimuleert de zorginstelling dat de bewoners meer gaan bewegen.

Het ging gisteren overigens meer over data dan over robots. Met Big Data wordt bij VUmc, OLVG en bij verschillende onderzoeksgroepen uit Nederland, België, Canada en Australië patiëntendata gebruikt om individuele patiënten direct aan bed te kunnen voorzien van passende doseringen antibiotica, maar ook om sepsis (bloedvergiftiging) tegen te gaan.

Intensivist en klinisch onderzoeker Paul Elbers (VUmc) moest toegeven dat artsen doorgaans weinig affiniteit hebben met technologie. “Maar je moet ze niet willen vervangen, gelet op hun onsmisbare kennis en ervaring.”

Data delen lijkt de trend voor de komende jaren. De Britse arts Mohammad Al-Ubaydli heeft het platform patientsknowbest.com opgezet om patiënten inzicht te geven in hun eigen zorgdossiers en samen te laten werken met artsen. Bij zijn eigen consulten bij de diverse zorginstellingen – de arts lijdt zelf aan een zeldzame aandoening – viel het hem op hoe slecht het gesteld was met de informatie-uitwisseling tussen zorgverleners met onnodige diagnostische verrichtingen tot gevolg. Met inmiddels 5,5 miljoen gebruikers is dit platform in het Verenigd Koninkrijk een groot succes.

PKB is nu ook in Nederland beschikbaar. Daartoe heeft Zorg ICT-leverancier CarePoint Nederland met PKB een overeenkomst gesloten. In die overeenkomst is tevens CarePoint’s verantwoordelijkheid voor de Duitse markt vastgelegd.

Reumatoloog Wouter Bos verzamelt met de ReumaMeter app gegevens van patiënten. Ook hij is ervan overtuigd dat data artsen kan ondersteunen of zelfs vervangen. Niet iedereen kan immers alle medische literatuur bijhouden. In Japan heeft IBM’s Watson – die wordt gevoed met stapels medische literatuur – bij een zestigjarige vrouw een zeer zeldzame vorm van leukemie vastgesteld, terwijl artsen nog twijfelden. Bos noemde echter ook een voorbeeld waarbij Watson een te dure ingreep adviseerde. “Maar dat kwam eigenlijk alleen door het beperkte en eenzijdige bronmateriaal.”

En toch is de digital first-aanpak van het Britse bedrijf Babylon health al geen uitzondering meer. Een op AI en machine learning gebaseerd systeem in de cloud kan in luttele seconden een zeer accurate en goed onderbouwde conclusie trekken basis van ruim 530 miljoen datapoints. Met deze grootste kennisbron in zijn soort worden de grenzen van de medische sector weer verder opgerekt.

Foto’s: Peter Boer

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug