-

[Podcast] Doorzetters met Sander Lusink: ‘Zes tot twaalf minuten was ik dood’

Sander Lusink stond op een koude maandagavond in het Vondelpark, klaar voor een bootcamp. Tot hij druk op zijn borst voelde.

“Gaat het?” vroeg zijn vriend. “Niet echt,” antwoordde Lusink, “maar ga jij vast naar de verzamelplek”. Even later lag hij op de grond. Reanimatie volgde. Zes tot twaalf minuten was hij klinisch dood. “Alles werd zwart,” zegt hij, “ik voelde mijn laatste adem. En toen… niets”.

Die ervaring – intens, onwerkelijk – werd het keerpunt voor Lusink, brand director van OGÉR, de luxe herenmodeketen die hij samen met zijn broer Martijn leidt. De zaak draait al sinds 1989 en heeft vestigingen in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Antwerpen.

OGÉR is het soort plek waar je niet alleen een pak koopt, maar waar je welkom wordt geheten met een cappuccino en een naam. Maar voor Lusink veranderde de essentie van zijn werk na zijn bijnadoodervaring radicaal.

Een familiezaak met een missie

OGÉR is vernoemd naar Sander’s vader, die samen met zijn twee broers het bedrijf oprichtte. Waar OGÉR ooit begon met private-label-pakken voor klanten als André van Duin en Joop van den Ende, groeide het uit tot distributeur van topmerken als Corneliani en Zegna. Inmiddels verkoopt OGÉR zelfs het exclusieve Atolini, met slechts twee verkooppunten in Nederland.

Lusink: “We zijn niet gewoon een winkel. Mensen zeggen: ‘Ik kom niet voor OGÉR, ik kom voor Pietje.’ Het draait om relatie, beleving, vertrouwen”. Maar hij voegt daaraan toe: “Na mijn hartstilstand weet ik dat zelfs het mooiste pak onderaan de prioriteitenlijst komt”.

Reanimatie als herstart

De hartstilstand kwam uit het niets. Lusink sportte regelmatig, was fit: “Mijn vriend Ralf bleef bij me. Dat redde mijn leven”. De trainer die eerste hulp verleende was toevallig ex-commando bij het arrestatieteam: “Hij hoorde mijn gaspen en wist: dit is foute boel”. De brandweer bracht hem met een AED een schok toe. In het ziekenhuis bleek er amper hartschade, geen hersenschade.

Maar het mentale effect was groter: “Mijn geluk ligt nu in simpele dingen. Zwemmen rond mijn sloep op de Vinkeveense Plassen. Geen jacht, geen huis in Spanje, één auto”. OGÉR bleef belangrijk, maar kreeg een andere plek: “Ik weet nu: je werk moet je energie geven, maar het mag nooit je leven zijn”.

Overleven tijdens corona

Toen Corona toesloeg, kwam er een nieuwe crisis: “Alle winkels moesten dicht. Geen zicht op steun. We besloten direct: uitverkoop. We moesten liquide worden”. Andere retailers vonden het gekkenwerk: “Ze belden woedend. Maar wij deden wat nodig was”.

OGÉR overleefde, ook doordat het bedrijf razendsnel online ging. Vandaag komt tien tot twintig procent van de omzet via e-commerce, maar Lusink blijft geloven in het fysieke contact: “Een pak koop je niet via een AI-spiegel. Je koopt het met gevoel, in vertrouwen”.

De kracht van een familiebedrijf

Waar andere modemerken ten onder gaan aan schulden of groeidrift, houdt OGÉR vast aan een gecontroleerde koers. Geen externe investeerders. Geen overhaaste expansie: “We kregen aanbiedingen om Duitsland in te gaan, maar hebben geleerd van mislukte franchisepogingen in Breda en Gelderland. Onze kracht zijn wijzelf. En ja, dat maakt ons ook kwetsbaar”.

Toch bouwt OGÉR verder. De flagship store in Amsterdam wordt in fases verbouwd naar een warme, chique OGÉR 3.0-stijl: “De merken zeiden: jullie zijn onze grootste klant, maar het interieur past niet meer. Te clean. Dus nu creëren we sfeer. Goud, chesterfields, warmte”.

Wat de dood hem leerde

Na alles wat hij meemaakte, blijft Lusink trouw aan de waarden die zijn vader hem meegaf: nuchterheid, service, verbinding: “We hebben geen vastgoed, geen buitenhuis. We zijn geen showbizz. We zijn OGÉR”. Toch houdt hij het modevak levend: door passie, visie en mensen.

Voor ondernemers heeft hij drie lessen:

  • Blijf kalm in crisistijd – “Tijdens Corona dachten we niet aan imago, maar aan overleven. Eerst zuurstof, dan pas beleid.”
  • Investeer in relaties – “Klanten komen voor mensen, niet voor labels. Service is je onderscheidend vermogen.”
  • Wees dankbaar én scherp – “Mijn leven kreeg een tweede kans. Dat is geen excuus om gemakzuchtig te worden. Het is een uitnodiging om scherper te zijn.”

Alles werd zwart – en toen helder. De Sander Lusink die in het Vondelpark instortte, bestaat niet meer. In zijn plaats staat een ondernemer die weet wat telt. Luxe kan prachtig zijn, zolang je weet dat je geluk er niet in zit: “Zes tot twaalf minuten was ik weg,” zegt hij, “maar sindsdien ben ik er meer dan ooit”.

Bekijk het interview op YouTube, luister via Spotify, via Apple Podcast, of scan de QR-code.

Over de auteur: Ruud Hendriks is oprichter van de Doorzetters-podcast.

Deel dit bericht

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond