-

De toekomst is stuk. Mag ik een nieuwe? – Andrew Keen op eDay

Het is spannend, opwindend, vol mogelijkheden en kansen. De toekomst die (digitale) technologie ons belooft, we zijn er elke dag mee bezig, ziet ook eDay-spreker Andrew Keen. Het kan toch niet anders dan dat AI, AR, voice en bots ons leven straks nog beter, mooier en makkelijker maken? 

Misschien. Twintig jaar geleden keek auteur en Silicon Valley-ondernemer Andrew Keen (1960) ook zo vooruit. Maar het pakte anders uit. De in het Verenigd Koninkrijk geboren Amerikaan zag dat het niet beter werd. De toekomst kwam niet uit zoals was voorspeld. En daar deed hij een boekje over open. Nou, vier inmiddels. Dit jaar verscheen How to fix the future, Staying Human in the Digital Age. Een kritische blik op de effecten van de digitale revolutie. Maar ook een hoopvolle, voor een toekomst waar we misschien wél naar uit kunnen kijken.

De toekomst

Een fascinerend tegengeluid. Keen sprak als keynote tijdens eDay op 12 oktober in Amsterdam. Ik interviewde hem direct na afloop in de catacomben van de historische Kromhouthal.

‘Twintig jaar geleden dachten we écht dat technologie ons leven beter zou maken in de toekomst. We dachten dat iedereen een stem zou krijgen, dat er geen elite meer zou bestaan en iedereen gelijk zou zijn. Dat iedereen zijn dromen zou kunnen verwezenlijken en iedereen een baan zou hebben. De toekomst zag er goed uit…’

‘Ik zag dat dat niet goed was’

Keen is nu niet zo positief meer. Zijn kritiek op nieuwe technologie en met name het internet brengt hij al sinds 2005 onder woorden. Waar die kritiek vandaan kwam? ‘In dat jaar was ik uitgenodigd voor een zeer exclusief evenement met allemaal internet-hotshots. Die waren enthousiast over wat er toen gebeurde, alleen maar omdat ze er veel geld mee verdienden. Verder niet. Ik zag dat dat niet goed was. Er ontstond een nieuwe elite. Het was een revolutie, en zeker niet de laatste, maar wel een die voor nog meer ongelijkheid zorgde en volstrekt oneerlijk was. Ik was een van de eersten die opstond en zei dat het anders moest.’     

Amateurs vs. professionals

Zo merkte hij op dat ’Web 2.0 een grote utopische beweging is die valt te vergelijken met een communistische maatschappij, zoals Karl Marx die ooit beschreef.’ Waarom? Omdat het volgens hem de creatieve amateur een oneigenlijk podium biedt. Het suggereert dat iedereen – zelfs de minst opgeleiden en welbespraakten – digitale media kan en moet gebruiken om zichzelf uit te drukken en verder te ontwikkelen. In zijn eerste, naar eigen zeggen, controversiële boek The cult of the amateur (2007) gaat hij hier verder op in.

Web 2.0 ontstond begin deze eeuw, toen internet zich tot communicatiemiddel ontwikkelde, een medium met veel meer interactie tussen mens en computer. Waar iedereen informatie kon uploaden en downloaden, zonder dat je daar webmaster voor hoefde te zijn. Door de lancering van sociale netwerken als LinkedIn (2003), Facebook (2004) en YouTube (2005) kwam hier een enorme versnelling in en waren de gebruiksmogelijkheden voor gebruikers groter en meer uitnodigend dan ooit.  

‘Web 2.0, zoals dat toen net was benoemd, zou ieders creativiteit versterken, media democratiseren en het speelveld tussen experts en amateurs gelijk trekken. De traditionele media werd tot vijand bestempeld. Maar de creatieve sector werd het slachtoffer. Omdat we amateurs idealiseerden, ondermijnden we professionals. De media heeft ons uit elkaar gehaald.’      

Technologie neemt onze banen weg

Je zou denken dat het toch juist mooi is, dat er platforms zijn waar iedereen zich kan uiten en met de rest van de wereld kan communiceren? Niet volgens Keen: ‘Social media is alles behalve sociaal. Het promoot narcisme. Onze smartphones zijn onze spiegels. En Trump is de grootste digitale narcist van ons allemaal.’

Zo rond 2015 werd het Keen wel heel duidelijk dat het niet zou worden zoals hij en zijn tijdgenoten eerst dachten: ‘Wat hebben we gekregen? Een winner-takes-all-economie. Een wereld die niet gelijker is geworden. En er zijn geen nieuwe banen gekomen. Sterker nog, we vinden technologie uit die onze banen wegneemt. Dat is wat de kracht van de technologische revolutie met ons doet. Het maakt producten van ons, en schaadt onze privacy.’

‘Ik zoek oplossingen’

In de afgelopen periode is er dramatisch veel veranderd. Er zijn enorme tech-bedrijven opgestaan die met hun geavanceerde technologie veel macht hebben. Keen is er cynischer van geworden, en sceptisch over de toekomst. ‘Hij is nog steeds opwindend, maar minder briljant. Het lijkt alsof iedereen zich gewoon aan die bedrijven overgeeft. De meeste critici zijn verdwenen. Ik niet. Ik zoek oplossingen. Want de toekomst is kapot, hij werkt niet.’

In zijn nieuwste boek grijpt hij terug op een boek uit 1516: Utopia van Thomas Moore. De Engelse humanist beschrijft in deze sociale satire een ideale staat. Een die nooit écht verwezenlijkt kan worden. ‘Er is niet veel veranderd in 500 jaar. We geven nog steeds onze eigen mysteries vorm. Maar, we kunnen de toekomst wél naar onze hand zetten.’

Hoe? ‘Agency!’, luidt Keens antwoord, in plain English. Een lastig concept om uit te leggen in het Nederlands. De capaciteit om in actie te komen in een bepaalde omgeving, is de officiële – maar vage – uitleg. En ‘agency’ heeft in het Engelse taalgebied een grotere lading gekregen de laatste tijd. De vertaling ‘agentschap’ doet daar niet voldoende recht aan. Want het is meer dan dat. Het heeft ook te maken met zeggenschap, met rekenschap afleggen en verantwoordelijkheid nemen. Dus als je het niet erg vindt, gebruik ik heel eigenwijs de Engelse term.

Keen gaat verder: ‘We kunnen de toekomst vormen naar onze behoeftes. Echt democratisch en gelijk, met een menselijke handtekening. En agency is de sleutel. Maar het is niet makkelijk, er is geen app voor. We leven in een seismisch veranderende wereld. Het duurt zeker een generatie om daarmee om te leren gaan. Dat bleek na de industriële revolutie ook.’

Niet helder of makkelijk

Voorjaar 2018 kwam zijn boek uit. Wat is er sindsdien gebeurd? ‘Veel argumenten die ik in de afgelopen jaren heb aangedragen blijken waar te zijn. Technologie werkt ongelijkheid in de hand. Sinds How to fix the future op de markt kwam ben ik alleen maar onderweg geweest. Veel in Europa. Hier zijn er toch meer mensen mee bezig. Europeanen geven om hun privacy en om hun waarden.’ Met een grijns: ‘En misschien houden ze niet zo van Amerikaanse bedrijven.’

Keen blijft niet hangen in kritiek. Hij geeft in zijn boeken houvast en richting om de toekomst naar onze hand te zetten. De aandacht moet uitgaan naar vijf hoofdonderwerpen: regulering, innovatie, sociale verantwoordelijkheid, keuzes van gebruikers, onderwijs. ‘Die zijn allemaal even belangrijk. En het werkt alleen als er aan alle vijf gewerkt wordt. Het gaat allemaal samen en het is ieders verantwoordelijkheid. En nee, het is niet helder of makkelijk.’   

Agressiever

Dat lijkt me logisch. Maar waar beginnen we? En hoe? ‘Met ingrijpen door de overheid, bij bedrijven die zich niet aan de regels houden. Data en macht geven we terug aan consumenten en gebruikers. Dit moet samengaan met innovatie. We hebben nieuwe bedrijven nodig die anders omgaan met data en met onze behoeften. Maar gebruikers moeten zelf ook meer hun stem laten gelden. Agressiever. Dit gebeurt gelukkig al in Silicon Valley. Laten we opstaan tegen de verslaving aan internet. En denk niet dat jouw ene stem er niet toe doet. Iedereen kan iets doen! Ten slotte, onderwijs. We moeten mensen opleiden om menselijke bedrijven te starten.’ En daar komt het magische woord weer: ‘Voeg hier agency aan toen en we kunnen de toekomst repareren. Mouwen opstropen en aan de slag!’

‘Van Jeff Bezos verwacht ik het meest’

Dat klinkt ambitieus en vooral gericht op hoe een nieuwe orde voor verandering kan zorgen. Maar hoe zit het met de huidige tech-moguls? De grootmachten die momenteel de dienst uitmaken in de wereld van online technologie, met hun invloedrijke leiders. Van wie verwacht Keen veel als we het hebben over menselijk ondernemerschap? En van wie niet? In een interview door Sprout begin 2018 zei hij niets te verwachten van Mark Zuckerberg, oprichter en CEO van Facebook. Omdat die nog een kind is dat te veel vast zit in zijn eigen ideologie van het verbinden van mensen via technologie. ‘Mensen zijn te veel met hem bezig. Dat is niet goed. Zuckerberg snapt nog niet hoe de wereld hem ziet, hij is een beetje een cartoon geworden. Hij moet eerst zichzelf opnieuw uitvinden. Facebook brengt de wereld niet bij elkaar. Ik vind het wel amusant wat Facebook allemaal over zich heen krijgt.’

Duidelijk. Genoeg over Mark. ‘Larry Page (medeoprichter van Google met Sergey Brin in 1997, red.) is beter bezig. Tim Cook van Apple ook. Maar van Jeff Bezos (CEO van Amazon, red.) verwacht ik het meest. De man is de eerste persoon op aarde die een vermogen heeft van meer dan 100 miljard dollar. Hij gaat daar bewust, doelgericht en duurzaam mee om. De overname van de Washington Post juich ik toe. Hij is een pionier en neemt zijn verantwoordelijkheid, Jeff denkt erover na hoe hij zaken aan de maatschappij kan teruggeven.’

Internetverslaving is er direct

Als consumenten hebben wij ook zo onze verantwoordelijkheden, vindt Keen. Want je kunt best stoppen met het gebruiken van de allergrootste platforms, zoals Facebook, als daar betere alternatieven voor zijn. ‘Er zijn voldoende gedecentraliseerde netwerken voorhanden. Gebruik ze op basis van specialismen. Wil je het nieuws? Ga bijvoorbeeld naar de New York Post. Hoe dan ook, betaal ervoor. Val niet voor de gratis opties, maar kies voor de professionals in hun vak.’ Ongeveer zoals je niet naar Spotify luistert maar een album koopt, als je écht waardering hebt voor muzikanten. Keen vindt Facebook overigens prima voor contact met vrienden en familie, maar waarschuwt wel voor je privacy. ‘En raak niet verslaafd!’

Makkelijk gezegd. Tips? ‘We zullen er hetzelfde mee om moeten gaan als met gokken, drugs en fastfood. En dat moeten we zelf doen. Er gaan generaties overheen om te leren omgaan met verslavingsgevoelige zaken. Maar het internet is jong. Ons gevoel van tijd is anders. In tegenstelling tot bijvoorbeeld drank, drugs of sigaretten – daar gaat wat tijd overheen om er afhankelijk van te raken. De verslaving aan internet is er direct!’

Elke beweging een tegenbeweging

Een heldere boodschap. Of je het ermee eens bent? De meningen zullen verdeeld zijn. Internet en social media zijn er nu eenmaal, en dat blijft nog wel even zo. Ja, de grootste digitale bedrijven hebben onevenredig veel geld en macht. En ik ben het met Keen eens dat de ontwikkelingen voor bepaalde beroepsgroepen niet voordelig uitgevallen zijn. Traditionele journalistiek bijvoorbeeld. De verschuiving van offline naar online zorgt ervoor dat we moeten blijven meebewegen. Dat is voor de wat oudere garde lastig en vergt flexibiliteit. Maar ondanks dat transformaties sneller gaan dan ooit, hebben we niet veel keus. Het is een tijdperk van ‘do or die’.

Aan de andere kant staat er nu een generatie op die nooit zonder digitale technologie, internet en social media geleefd heeft. Die daar naadloos mee omgaat en in past. Een enorm grote, jonge groep mensen die zowel gebruiker als maker zijn. Consument en werknemer. Daar zitten ineens, buiten alle tech en innovatie om, verrassend veel initiatieven tussen die juist teruggrijpen op tradities, op vakmanschap, op menselijke interactie. Vaak met een groot sociaal-maatschappelijk karakter. Want elke beweging krijgt een tegenbeweging. De barbier is terug, de barista, de lokale bierbrouwer, de meubelmaker en de ambachtelijke broodbakker. Waarom? Omdat (traditionele) multinationals de macht pakten. Unilever, Shell, Monsanto, Ikea, Heineken. Multinationals trouwens waartegen het nu veel gerichter en effectiever actievoeren is dan ooit, juist dankzij digitale connectiviteit – bijvoorbeeld via Avaaz.  

We willen weer het hier en nu voelen. Weten en proeven waar ons eten vandaan komt. De vakman kennen die onze stoelen opknapt. Bier drinken dat in ons eigen dorp gemaakt wordt, zoals vroeger. Met veel meer aandacht voor omgeving, milieu en individuele wensen. En ja, al deze nieuwkomers maken handig gebruik van internet en social media. Slim, toch?  

Met digitale technologie zal het ook zo gaan. Als we het zelf maar willen, zoals Keen ook zegt. Dat zal inderdaad nog een tijd duren. Maar dan zie ik een toekomst met kleinschaliger, meer menselijke tech-bedrijven. Niet per se met winst als hoogst haalbare oogmerk – wie weet. Maar met oplossingen die toegevoegde waarde bieden. Waar je als gebruiker veilig en naar eigen inzicht gebruik van maakt. Een utopie? We zullen zien. Over nog eens twintig jaar weten we meer.   

Deel dit bericht

1 Reactie

Thomas

Goed stuk.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond