Nieuwe fase e-health kansrijk voor Nederland

De digitale disruptie van de gezondheidszorg is niet meer te stoppen. Grote marktspelers als Google, Apple en Microsoft zetten hun kaarten vol in op e-health. En tech-investeerders verwachten zelfs dat de nieuwe Uber of Airbnb uit de medische sector komt. Mogelijk ook uit Nederland. Een paar highlights.

Op het populaire SxSW-festival dat jaarlijks in Texas plaatsvindt, werd vorige maand voor het eerst een MedTech Expo georganiseerd. Honderden startups én diverse multinationals toonden daar hun nieuwe diensten en producten op het snijvlak van gezondheid en technologie. Prominent aanwezig: Philips, waar MedTech en eHealth inmiddels corebusiness zijn. Het Nederlandse elektronicaconcern trok, uitgerust met tracking- en gsm-apparatuur, duizenden bezoekers onder het motto ‘Connect to Healthy’. Waarbij onderzoeken op het gebied van lichaamsbeweging, slaap, voeding en stemming via Twitter met het aanwezige publiek werden gedeeld.

Kramp
“De digitale disruptie van de gezondheidszorg is nu echt losgebarsten”, constateert Leon van der Vorst, Director Hospital 2 Home bij Philips. “En net als in andere sectoren zorgt die ervoor dat de consument echt centraal komt te staan. Dat betekent snellere, effectievere en transparantere dienstverlening, en een sterk groeiende mogelijkheid om je eigen gezondheid te managen.”

De rol van zorgverleners – zoals ziekenhuizen, farmaceuten, wetenschappelijke onderzoeksinstituten en hun medewerkers – gaat daarmee ook op de schop, aldus Van der Vorst. En net als in andere reeds gedigitaliseerde sectoren zit niet iedereen daarop te wachten. “Gezondheidszorg is uiteraard ook gewoon een business”, constateert de directeur. “Toch gaan bij sommige partijen direct alle luiken dicht als je begint over business models. Een ziekenhuis is niet gebaat bij het wegvallen van een aanzienlijk deel van zijn vaste klanten. Althans, niet zonder dat daar andere servicemodellen voor in de plaats komen. Verwerkers van elektronische patiëntdata doen er dan ook bijvoorbeeld alles aan om die informatie binnen hun eigen silo’s te houden, en zodoende de concurrentie buiten de deur. Daarmee houden zij krampachtig vast aan een verleden dat ontegenzeggelijk gaat verdwijnen. De noodzaak van digitale transformatie is simpelweg te groot.”

Complex
Meest dwingend daarbij is de urgentie van kostenbeheersing. Wereldwijd wordt momenteel al 6500 miljard dollar aan gezondheidszorg uitgegeven. En die uitgaven nemen snel toe. Mede vanwege de snelle groei van de wereldbevolking, waarvan een steeds groter deel in een metropool woont. Enerzijds verhoogt dat de kansen op snelle virusuitbraken en pandemieën, anderzijds levert dat een steeds omvangrijkere midden- en seniorenklasse op, met alle chronische (welvaarts)ziektes die daarmee gepaard gaan. Zoals hartpatiënten.

“Eind vorig jaar hebben wij een vierjarig project met 175 hartpatiënten uit zes ziekenhuizen afgerond”, vertelt Van der Vorst. “Patiënten die het ziekenhuis verlieten, kregen daarbij direct een behandelplan dat werd ondersteund met digitale thuismeetapparatuur. Die monitorde doorlopend hun vitale functies in plaats van eens in de zoveel tijd bij een ziekenhuiscontrole. Via een app werden zij gesteund in het doorvoeren van belangrijke lifestyle-aanpassingen, zoals beter eten en meer bewegen.”

De proef bleek een succes. Zo liep het aantal verpleegdagen terug met 57 procent, verminderde het aantal nieuwe ziekenhuisopnames met 52 procent en namen de totale zorgkosten per patiënt gemiddeld met ruim een kwart af. Een reusachtige besparing, zeker gezien de verwachte verdubbeling van het aantal Nederlandse hartpatiënten in de komende jaren.

Van der Vorst: “En minstens even belangrijk is de zeer enthousiaste response van betrokken patiënten én artsen. Voor patiënten omdat het doorlopend monitoren geruststellend werkt en zij tegelijk veel meer invloed kregen op hun eigen situatie. En de arts kon hierdoor veel meer tijd besteden aan complexe en urgente gevallen.”

De Philips-case toont direct de belangrijkste voortrekkers van de digitale gezondheidsrevolutie: sensoren die steeds meer lichaamsvariabelen kunnen meten en analysesoftware die de beschikbare data tot nauwkeurige diagnoses en nieuwe inzichten verwerkt. Maar ook de steeds toegankelijkere en transparantere data die daaruit voortkomt en de golf aan nieuwe spelers – van corporates tot startups – die zich momenteel op deze sector storten. Niet alleen uit de Verenigde Staten, maar ook uit Nederland.

Bodyscan & ART
Afgelopen maand introduceerde Apple zijn met hartslagmeter uitgeruste smartwatch. Volgens The Wall Street Journal moest het bedrijf de geplande bloeddruk- en stressmeter echter na veel geëxperimenteer schrappen, omdat de verschillende functies te complex zijn om in een horloge te integreren. Dat is ongetwijfeld slechts een tijdelijke drempel, nu de mogelijkheden voor het vastleggen van uiteenlopende lichaamsvariabelen in ras tempo toenemen.

Zo produceren onder meer Mitsubishi en Philips chips die als pleister op de huid behalve hartslag en bloeddruk ook het ademen en vochtgehalte van de huid meten.

Maar ook kledingmerken als Adidas, Under Armour en Ralph Lauren blijven niet achter en lanceerden recent zogenaamde smartshirts. Door de grotere ‘lichaamsdekking’ maken deze – en andere met minuscule sensoren uitgeruste kledingstukken – zeer nauwkeurige metingen van talrijke lichaamsfuncties mogelijk.

In samenwerking met Google produceerde de Zwitserse farmaceut Novartis zelfs een contactlens die via het traanvocht het glucoseniveau in het bloed van diabetespatiënten kan meten. En monitort een app van de Universiteit van Michigan doorlopend het stempatroon van de smartphonegebruiker om aan de hand van subtiele toonverschillen te waarschuwen voor een mogelijke bipolaire aanval.

Ook Applied Radar Technology (ART) past moeiteloos in deze reeks opvallende innovaties. Met radartechnologie die TNO in eerste instantie voor militaire doeleinden ontwikkelde, kan de Nederlandse startup inmiddels zeer nauwkeurig en geheel contactloos ademhaling monitoren tot op 3,5 meter afstand. “Ons belangrijkste doel is onze technologie bij ziekenhuizen binnen te krijgen”, vertelt oprichter en directeur Ted Punt. “Dat is niet makkelijk, aangezien de gezondheidszorg een tamelijk conservatieve sector is. Je hebt te maken met veel tijdrovende procedures. Zo hebben wij anderhalf jaar moeten wachten op goedkeuring van de medisch-ethische commissie van het UMC om daar een validatie te kunnen doen.”

Het doen van een validatie bovenop eigen tests – in een bij voorkeur academische omgeving – is extreem belangrijk. Ook omdat investeerders hier vaak naar vragen. Mede dankzij de steun van UMC-professor Cor Kalkman, een autoriteit op het gebied van patiëntveiligheid, kon de radaroplossing van ART in een klinische test met twintig patiënten worden vergeleken met verschillende bestaande apparaten. Het resultaat: er bleek nauwelijks verschil te zijn. Althans, niet in de meetresultaten.

“Omdat onze oplossing contactloos is, kan deze grootschalig op de low care-afdelingen worden ingezet, om te alarmeren bij een achteruitgang van de patiënt”, aldus Punt. “Uit een berekening door Kalkman blijkt dat hierdoor alleen in Nederland mogelijk al enkele honderden miljoenen euro’s in de sector kunnen worden bespaard. Vertaal dat internationaal, en je begrijpt waarom wij nu zo enthousiast zijn. Bovendien is het meten van de ademhaling van ziekenhuispatiënten slechts een van de toepassingen. Als we erin slagen die markt succesvol te betreden, liggen er grote mogelijkheden in het verschiet, zoals het toevoegen van hartslag-, slaap- en stressmetingen.”

Zo ontwikkelt ART via dochter Dutch Domotics ook oplossingen die in staat zijn alleenwonende ouderen te monitoren. Die daardoor direct hulp kunnen inroepen als iemand onwel wordt of is gevallen. Voor de verdere ontwikkeling werkt de firma onder meer samen met de beursgenoteerde zorgspecialist Ascom, GreenPeak (het bedrijf van WiFi-uitvinder Cees Links) én met een nog geheime, maar ‘zéér grote en bekende’ Amerikaanse partner. Punt: “Dat zijn allemaal zeer veelbelovende separate markten. Onze ultieme toekomstdroom is om al die verschillende mogelijkheden samen te voegen, om zo een heel uitgebreid en nauwkeurig beeld van de gebruiker te produceren.”

Data, DNA & Bio-banking
Door al deze verschillende datastromen samen te voegen, kan bovendien een nauwkeurig gezondheidsbeeld van individuele personen ontstaan. Onder meer Google, Apple alsook een partnership van Philips en Salesforce werken momenteel hard aan hun eigen healthdataplatformen, waar een groot aantal separate datastromen samenkomen. Een mogelijkheid die nog veel krachtiger wordt door toevoeging van DNA-gerelateerde data.

Door dergelijke gegevens van een groot aantal kankerpatiënten bij elkaar te brengen, kan Foundation Medicine – een vijf jaar oude Amerikaanse startup – bijvoorbeeld steeds nauwkeuriger bepalen welke DNA-mutaties tot welke vormen van kanker leiden. En welke behandeling hiervoor het meest effectief is.

Wereldwijd werd vorig jaar voor ongeveer tachtig miljard dollar aan medicijnen aan kankerbestrijding gespendeerd. Driekwart van deze vaak nog in ontwikkeling zijnde medicijnen werkt volgens experts ook nog eens niet of in onvoldoende mate. De inbreng van Foundation, dat vorig jaar zestig procent van de aandelen voor ruim één miljard dollar aan farmaciereus Roche verkocht, maakt een dergelijke besparing mogelijk. En vermijdt bovendien een hoop ellende bij de te behandelen patiënten.

Op dat laatste aspect ligt ook de belangrijkste focus van het Nederlandse Px HealthCare. Nadat Anne Bruinvels in 2009 afscheid nam van haar aan de Londense beurs genoteerde firma Curidium, ging zij op zoek naar een nieuwe uitdaging. Haar huidige bedrijf specialiseert zich in analyse van DNA- en andere biologische data, om zo de ontwikkeling van geneesmiddelen te kunnen bespoedigen.

Met haar bedrijf wil zij nadrukkelijk ook de patiënt betrekken bij de verwerking en terugkoppeling van healthdata. “Op dat moment steeg ook de interesse voor bio-banking”, vertelt haar broer David Bruinvels, epidemioloog en Chief Medical Officer bij het bedrijf. “Daarbij worden samples en DNA-patronen van tumoren opgeslagen om vergelijking met andere tumoren mogelijk te maken. Dat kan informatie over bijvoorbeeld groeisnelheid en behandelmogelijkheden opleveren.”

Doel van Bruinvels bedrijf is om die data terug te koppelen naar de patiënt, zodat die in staat is om goed geïnformeerd keuzes te maken tijdens zijn of haar eigen behandeltraject. En vice versa feedback en andere patiëntinformatie terug te geven aan de databank en betrokken behandelaars. Hoe reageren ze dag na dag op de behandeling, welke bijwerkingen treden op, hoe is de lichamelijke situatie? Om dat te bereiken, ontwikkelde Px HealthCare de inmiddels door het UMC Utrecht geteste mobiele app Owise, dat als doorgeefluik fungeert voor de heen en weer stromende gezondheidsdata.

“Inmiddels hebben wij al zeventienhonderd gebruikers”, aldus Bruinvels, ”en staan we aan het begin van een cyclische ontwikkeling nu meer gebruikers data sturen waarmee wij hen nog nauwkeuriger kunnen helpen. En waardoor we nog meer gebruikers verwachten. In een volgend stadium gaan we daarbij ook een goed beveiligde koppeling toevoegen die behandelende medici toegang biedt tot de patiëntdata.” Daarmee kunnen behandelingen verder op specifieke behoeftes worden afgestemd. Als pijnervaring of gewichtsverlies bijvoorbeeld te veel afwijken van het gemiddelde, kan veel sneller worden ingegrepen.

Ook universitaire onderzoekers kunnen tegen kostprijs over deze data beschikken. “Ons verdienmodel ligt in eerste instantie bij de farmaceutische industrie die met onze data vragen kan gaan beantwoorden over effectiviteit van medicijnen of medicijncombinaties. Daarnaast zijn zorgverzekeraars waarschijnlijk ook zeer geïnteresseerd in de mogelijkheid van efficiëntere en goedkopere behandelingen.”

Explosie, risicokapitaal & topsectoren
“Als ik de komende vijf jaar één sector zou moeten kiezen waarin ik zou mogen investeren, is het de medische sector.” De invloedrijke Amerikaanse tech-investeerder Ted Wilson liet er tijdens de laatste LeWeb-conferentie eind vorig jaar weinig twijfel over bestaan in welke branche wat hem betreft de nieuwe Uber of Airbnb zal opstaan. Hij bevindt zich hiermee in goed gezelschap. Want in 2014 noteerde de Nasdaq Biotechnology Index (NBI) bijvoorbeeld al een groei van 34 procent, daarmee de scherp stijgende lijn van voorgaande jaren doortrekkend.

Soortgelijk enthousiasme is er bij Google Ventures. In 2013 maakte gezondheidszorg daar nog negen procent van de totale beleggingsportefeuille uit. Vorig jaar groeide dat aandeel tot maar liefst 36 procent. Volgens managing partner Bill Maris speculeert de zoekgigant daarmee op een verwachte ‘explosie van healthdata en nieuwe manieren om deze data te analyseren’.

In het tweede kwartaal van 2014 kwam de helft van alle startups die met risicokapitaal in de Verenigde Staten een beursgang maakten uit de e-healthsector, zo blijkt uit de Venture Capital Database van onderzoeksfirma CB Insights. Het was het vijfde achtereenvolgende kwartaal dat gezondheidsstartups bovenaan de lijst prijkten.

In Nederland gaat het uiteraard iets minder hard. “Al zien we met name voor het datagedeelte wel steeds meer interesse bij beleggers”, vertelt Life Science & Health-specialist Richard Nieuwenhuizen van ABN AMRO. Om daarin de groeikansen te kunnen beoordelen, moeten investeerders echter wel kennis hebben van zowel technologie als gezondheidszorg. En die combinatie is vooralsnog redelijk zeldzaam.”

Zeker investeerders en ondernemers uit de technologiehoek dienen daar volgens hem goed bij stil te staan voor ze de sector betreden. “Zij komen uit een wereld waarin het ontwikkelen van nieuwe software of een prototype vrij snel kan gaan. De professionele gezondheidszorg is echter een hoog gereguleerde omgeving waar de soms zeer stroperige regelgeving en procedures de toegang tot de markt kunnen bemoeilijken. Dat is dus een belangrijke drempel, zeker omdat banken de financiering van het naar de markt brengen vaak nog onder het kopje ‘risicokapitaal’ plaatsen.” Dat geldt ook als er reeds een werkend prototype voorhanden is. “Om niet te struikelen over deze langere time to market doen ondernemers er goed aan zich in een zo vroeg mogelijk stadium te voorzien van launching customers of letters of intent”, aldus de specialist.

Belangrijke steun in de rug komt hierbij van de overheid; Life Sciences & Health is een van de negen topsectoren waarmee Nederland internationaal wil excelleren. Daartoe worden veel extra subsidies verstrekt. Zo leverde het programma om het starten van ondernemingen vanuit universiteiten en medische centra te stimuleren sinds 2010 ruim 650 nieuwe startups op.

“Op de wereldranglijst van meest aangevraagde patenten op dit gebied bezet Nederland de achtste plaats”, vertelt Nieuwenhuizen. “Als het aankomt op het verdienen aan al die kennis lopen we echter nog ver achter op landen als de Verenigde Staten. Tegelijkertijd zijn universiteiten hard op zoek naar nieuwe verdienmodellen om hun activiteiten te kunnen blijven financieren. De sterk groeiende interesse voor dit soort innovatieve startups zou daar een mooie bijdrage aan kunnen leveren.”

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#141)

Voor meer informatie bezoek eHealth Convention op 29 september. En boek nu alvast je toegangsticket.

6 Reacties

EHealth, daar ligt nog een mooie toekomst in het verschiet en kan hoogstwaarschijnlijk ook vele mensen helpen voor een betere prijs. Ik kan niet wachten op alle aanpassingen en verbeteringen!

Het hartfalen voorbeeld waarmee Philips al jaren aan het leuren is (Eerst als Motiva, Hartmotief e.d.) is nu niet het beste voorbeeld, maar verder deel ik de gedachte dat het er nu van kan gaan komen. Zeker als goed nagedacht wordt over interoperabiliteit, usability, veiligheid e.d.
Een goed voorbeeld van positieve attitude:
https://blendle.com/i/tpo-magazine/grolsch-veste-take-it-slow/bnl-tpomagazine-20150612-78725/r/sh-tw

Er ligt absoluut een toekomst, alleen lijkt E-Health als onderzoeksveld nog een marginaal bestaan te leiden. Mijn zoon zoekt voor zijn studie Biomedische Wetenschappen een Masterstage op dit gebied, bij voorkeur bij het LUMC. Er blijkt alleen weinig funding voor onderzoek te zijn en zijn enthousiasme begint wat te tanen. Als iemand een tip heeft: graag!

Great article. I’ve read that the Life Sciences and Health sector is becoming more and more important. In fact, these are one of the prosperous sectors! SIRE Life Sciences has written an article on this, see here – http://sirelifesciences.maussen.com/104511-topsector-life-sciences-health-is-onmisbaar-voor-een-gezond-en-welvarend-nederland. They provide a lot of interesting articles about the Life Sciences industry, you can find them on the website – http://sirelifesciences.maussen.com/.

Op zich ben ik wel heel benieuwd wie en hoe deze digitale disruptie aan de man wordt gebracht. Voor zover ik kan overzien ligt hier een hele grote uitdaging. Het adopteren en werken met de nieuwe technologie vergt binnen de gezondheidszorg veel aandacht en training. Wie zorgt ervoor goede uitleg en begeleiding…het blijft mensenwerk..

Naar aanleiding van het artikel wil ik graag naar voren brengen dat naast ehealth gericht op de fysieke klachten, het ook van grote waarde kan zijn bij de mentale kant van ziekte. Op het moment zie ik veel ontstaan aan voorgeprogrammeerde digitale ondersteuning. Zeker als het op maat wordt toegepast, geeft dat nuttige en uitgebreidere informatie dan in een face to face consult kan worden versterkt. Aandachtspunt daarbij is wel dat het mensen niet moet bevestigen in het gevoel een nummer te zijn. Ik zie daarom ook sterk de kracht van de blended vormen, waarbij techniek of online ondersteuning gecombineerd wordt met persoonlijk contact. Ook bij de meer op de fysieke kant gerichte ehealth kan dat goed het geval zijn. Hoe fijn is het bijvoorbeeld om wel iemand te kunnen bellen als je twijfelt over de interpretatie van een apparaatje dat metingen bij je verricht. Juist de combinatie van mens en techniek is krachtig.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug