Rechtbank formuleert vragen aan Europees Hof in zaak Tom Kabinet

De rechtbank Den Haag heeft eindelijk vragen opgesteld voor het Europese Hof van Justitie in de zaak tussen het Nederlands Uitgeversverbond en e-book verkoper Tom Kabinet.

De zaak draait om het begrip ‘uitputting’: kan de rechthebbende zich nog verzetten tegen de verdere handel op een exemplaar nadat dit met zijn toestemming is verkocht?

In de fysieke wereld mag dit wel: wie een boek koopt bij een boekenwinkel, mag dat boek daarna weer verkopen of weggeven. Voor software geldt dat ook. Maar de uitgeversbond verzette zich tegen online handel in e-books.

In juni 2014 is Tom Kabinet een virtuele marktplaats gestart waarbij gebruikers een tweedehands e-book van een ander konden aanschaffen tegen betaling. Tom Kabinet rekende daarvoor een vergoeding. Een via de website verhandeld e-book werd verder voorzien van een watermerk, waarmee kopers traceerbaar werden.

Nadat de uitgeversbond had vastgesteld dat er nogal wat illegale kopieen in omloop waren, werden vanaf 2015 alleen nog e-books aangeboden die door Tom Kabinet zelf nieuw waren aangeschaft bij het Centraal Boekhuis of derden zoals bol.com.

Vanaf juni 2015 heeft Tom Kabinet haar dienstverlening wederom gewijzigd en vervangen door Toms Leesclub, waarbij Tom Kabinet niet langer als tussenpersoon optreedt maar zelf e-book-handelaar wordt binnen een besloten kring van leden. Ook dit model kon de goedkeuring van de bond niet wegdragen.

Woensdag zijn de partijen akkoord gegaan met de volgende vragen aan het Europese Hof:

1. Dient artikel 4 lid 1 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd dat onder ‘elke vorm van distributie onder het publiek van het origineel van hun werken of kopieën daarvan door verkoop of anderszins’ als daar bedoeld mede is te verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van e-books (zijnde digitale kopieën van auteursrechtelijk beschermde boeken) tegen een prijs waarmee de houder van het auteursrecht een vergoeding verkrijgt die overeenstemt met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk?

2. Indien vraag 1 bevestigend moet worden beantwoord, is het distributierecht met betrekking tot het origineel of kopieën van een werk als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn in de Unie uitgeput, wanneer de eerste verkoop of andere overdracht van dat materiaal, waaronder hier is te verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van e-books (zijnde digitale kopieën van auteursrechtelijk beschermde boeken) tegen een prijs waarmee de houder van het auteursrecht een vergoeding verkrijgt die overeenstemt met de economische waarde van de kopie van het hem toebehorende werk, in de Unie geschiedt door de rechthebbende of met diens toestemming?

3. Dient artikel 2 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd, dat een overdracht tussen opvolgende verkrijgers van het rechtmatig verkregen exemplaar waarvan het distributierecht is uitgeput, een toestemming voor de daar bedoelde reproductiehandelingen inhoudt, voor zover die reproductiehandelingen noodzakelijk zijn voor een rechtmatig gebruik van dat exemplaar en, zo ja, welke voorwaarden gelden daarbij?

4. Dient artikel 5 van de Auteursrechtrichtlijn aldus te worden uitgelegd dat de auteursrechthebbende zich niet meer kan verzetten tegen de voor een overdracht tussen opvolgende verkrijgers noodzakelijke reproductiehandelingen van het rechtmatig verkregen exemplaar ter zake waarvan het distributierecht is uitgeput en, zo ja, welke voorwaarden gelden daarbij?

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug