Deel dit artikel
-

‘Start- en scale-ups moeten kwartalen extra cash aanhouden’

Techbedrijven moeten zes tot negen maanden extra cash aanhouden om door de coronacrisis heen te komen. Die zal op termijn voordelig voor hen uitpakken, maar Nederlandse bedrijven dreigen niettemin achter te geraken bij buitenlandse concurrenten.

Een rondgang onder venture capitalists in Nederland, samen goed voor zeker een kwart miljard euro, zegt dat. Anders dan de crises van 2001, 2008 en 2012 is er in deze situatie op zich geen sprake van een gebrek aan cash. Wat nu anders is, is dat hele economieën even op pauze staan om het nieuwe perspectief te zoeken. In de tussentijd gebruiken de investeerders historische kennis om hun portfoliobedrijven te adviseren. Het is advies is vrij eenvoudig: breng het kostenpeil terug, stuur op cashflow en kijk waar klanten en markten acuut behoefte aan hebben.

“Iedereen heeft een klap in het gezicht gehad en bereidt zich voor op een nucleaire winter. Het coronavirus drukt op de resetknop”, stelt Martijn Hamann van Endeit Capital. “Als je er van een afstand naar kijkt, is deze situatie goed nieuws voor investeerders. We investeren immers in digitale transformatie, zoeken disruptie en veranderingen in de economie van vraag en aanbod. Iedereen, dat besef is nu wel duidelijk, moét online. Of je nu MKB’er bent of consument of corporate. Degenen die snel kunnen omschakelen profiteren nu.”

Kenners van de bankenwereld, bijvoorbeeld, zien de grootbanken nu plotseling reuzenstappen zetten richting de digitale toekomst. Mobiele bankapps, kantoorloze settings en snellere dienstverlening staan daarin centraal. Ze moeten wel, want de dienstverlening in de fysieke wereld staat stil. Het lijkt overigens de vraag of ze op tijd beginnen. Royal Bank of Schotland heeft nog geprobeerd te concurreren met Bunq, N26, Revolut en vergelijkbare partijen, maar moest ondanks zijn marktmacht het bijltje erbij neergooien.

“De challengers vervullen niet langer een secundaire functie, maar hebben nu ook een primaire rol. Grootbanken worden niet meer wat ze waren. Ze raken klantgroepen kwijt en die keren niet meer terug”, stelt Coen van Duiven van henQ. De winnaars van de coronacrisis in zijn beleving zijn alle bedrijven die digitalisering in primaire bedrijfsprocessen faciliteren. henQ richt zich daarbij overwegend op B2B- en SaaS-proposities. Verliezers zijn de sectoren die drijven op fysieke contact. Dat varieert van notariaten en zakelijke beurzen tot banken. ”De vorm van alle serviceverlenende beroepen wordt anders.” Softwarebedrijven doen het volgens de Scheveninger in deze tijd redelijk, zeker wanneer ze periodiek kunnen factureren, maar hebben moeite om nieuwe klanten te tekenen en moeten de kasstroom goed in de gaten houden.

Andere sectoren die tijdens de rondgang van Emerce werden genoemd als winnaars: alles op gebied van thuiswerken, communicatie, effectiviteit, automatisering en kostenbesparing. Dat laatste wordt genoemd, omdat er onherroepelijk een recessie aankomt. Consumenten en bedrijven zullen hun kosten willen drukken en minder luxe uitgaven doen. E-commerce in het algemeen wordt als winnaar genoemd, maar de tijd van het massatoerisme lijkt voorbij.

Een andere dynamiek die investeerders signaleren is dat veel financieringsrondes tot stilstand komen. De uitbraak van het coronavirus heeft dat proces versneld, maar eigenlijk gebeurt dat al sinds de beursgang van WeWork afketste eind september 2019. Dat bracht een teneur van terughoudendheid in de markt. De toename van waarderingen bij iedere volgende financieringsronde was niet meer vanzelfsprekend. Johan van Mil van Peak Capital: “Er wordt ook regelmatig heronderhandeld”, om lagere waarderingen. “Hard groeien is niet meer voldoende. De vraag is: ben je winstgevend?”

Ook de venturecapitalbedrijven zelf moeten goed opletten. Het feit dat ze financiers van groei en disruptie zijn, betekent niet dat ze geen verlies kunnen leiden of dat de bomen per definitie tot in de hemel groeien. Fondsmanagers hebben zelf ook te maken met kritische geldschieters. Tot nu toe kan iedereen, mogelijk op een enkeling na, aan zijn verplichtingen voldoen. Niettemin hebben ze last van het nu negatieve sentiment.

Venture capitalisten werken doorgaans met een horizon van vijf jaar en een fonds eindigt na tien jaar, na de laatste exit. Wie nu exits moet doen, zit met de gebakken peren en loopt het risico dat de investering die tot begin maart succesvol leek nu een blok aan het been is. Denk aan participaties in travel, leasure en hospitality. In de praktijk zullen fondsen daarom vaak verlengd worden, maar ook dat heeft negatief effect op de jaarlijkse rate of return.

Van Mil: “Het bedrag dat we per bedrijf investeren zal lager liggen. In plaats van twintig investeringen zullen we er met het nieuwe, vierde fonds 24 à 25 doen.” Zijn collega-investeerders onderschrijven dat beeld, maar stellen ook dat de echt onderscheidende bedrijven qua waardering geen water bij de wijn hoeven te doen. Zeldzame groeidiamanten blijven gewild en genieten altijd meer interesse dan het gremium eronder. De vraag naar hoge kwaliteit blijft ongewijzigd.

“Dit is een goede tijd om een bedrijf te beginnen. Financieel gezien is het goedkoper qua mensen, kantoor en techniek. Je herkent de beste zeilers bij tegenwind.”

Kijkend naar het internationale speelveld waarin Nederlandse start- en scale-ups zich bevinden, maakt directeur Patrick Kerssemakers van Dutch Founder Fund zich zorgen.

“Ik denk dat Nederlandse bedrijven in de toekomst minder waard worden. Je gaat merken dat start-ups hier onevenwichtig moeten concurreren met buitenlandse tegenhangers. Dat komt door de overheid. Die houdt geen rekening met de dynamieken in de markt, de start-upcultuur en financiële regelingen. Deze groep jonge bedrijven had niet met honderd of twee miljoen euro moeten worden geholpen, maar een half of heel miljard. Talent gaat verloren. We komen achter te liggen omdat concurrenten in gesubsidieerde landen zoals Duitsland en Frankrijk harder groeien. Waarom krijg KLM die miljarden wel en snelgroeiende talentvolle bedrijven niet. Daar moet het debat over gaan.”

Op korte termijn zal het effect niet direct merkbaar zijn, over een aantal jaar wel als buitenlandse tegenhangers makkelijker meer geld ophalen tegen hogere waarderingen. “Goedkoop instappen is leuk, maar op deze manier bouwen we in Nederland niet de hele grote internationale bedrijven.”

Foto: Simon Li (cc)

Deel dit bericht

1 Reactie

JB

“De challengers vervullen niet langer een secundaire functie, maar hebben nu ook een primaire rol. Grootbanken worden niet meer wat ze waren. Ze raken klantgroepen kwijt en die keren niet meer terug”, stelt Coen van Duiven van henQ.

Geen van de genoemde challenger banken levert krediet of financiering. Bijna alle bedrijven en zeker startups maken gebruik van een regeling als BMKB, leasen via de bank, hebben een zakelijke lening of een mooie krediet lijn. Probeer dat maar eens te regelen bij N26 of Revolut.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond