Deel dit artikel
-

Tor Bøe-Lillegraven (Schiphol): ‘We sorteren voor op 5G’

Afgelopen jaar tuigde Schiphol een netwerk voor Internet of Things op en koppelde het zeventigduizend ‘dingen’ met sensoren. Van kelder tot terminal en buitenruimte. “De beperkte fysieke ruimte dwingt ons efficiënter te werken”, aldus Chief Data Officer Tor Bøe-Lillegraven.

Schiphols ambitie om met een netwerk voor Internet of Things te werken was voor Bøe-Lillegraven één van de redenen om eBay te verlaten. Een luchthaven zoals de Amsterdamse kan bijna niet zonder, zo is zijn overtuiging. Schiphol groeit in reizigers, maar ziet zich beperkt in de opties om fysiek uit te breiden. Tegelijkertijd is het geen geheim dat de luchtvaart fors bijdraagt aan de CO2-uitstoot. “Door data te verbinden kunnen we efficiënter werken. De betekenis die we eraan geven is enorm.”

Het initiatief komt van Schiphol Telematics, een divisie voor ICT en connectiviteit. In een jaar tijd is er getest en groeide het IoT-netwerk stapsgewijs uit tot dertig gateways: achttien in de terminal, negen in de bagagekelder en drie buiten. Vervolgens zijn hierop sensoren aangesloten, variërend van prullenbak tot lift. Inclusief de al bestaande, werkend via wifi, in totaal zo’n zeventigduizend.

Controle
Op de achtergrond richt Bøe-Lillegravens team zich op het bijeenbrengen en de analyse van alle data. Tachtig engineers, scientists en specialisten in governance buigen zich over het uitnutten. “Het toont het belang en de complexiteit ervan.”

Sindsdien is de luchthaven in staat om de data real-time te verbinden met beacons die de doorstroming bijhouden. Met eigen modellen werkt het aan de voorspelling van opstoppingen. Ook kijkt een algoritme hoe de juiste binnentemperatuur op een energie-efficiëntere manier is te bereiken. Zichtbaarder zijn de meer praktische toepassingen. Rolstoelen geven straks hun locatie door zodat passagiersassistenten gemakkelijker een beschikbare weten te vinden. En wc’s zijn standaard voorzien van een feedbackknop.

Bøe-Lillegraven: “Ik geloof sterk in het toegankelijk maken van data, al is het ook zinloos om lukraak apparaten te koppelen. Het moet passen bij een doelstelling. Onze schoonmakers beschikken nu bijvoorbeeld voor het eerst over een live feedbackloop. Daarmee is IoT praktisch en het resultaat zichtbaar. Het toont een groot publiek de meerwaarde ervan.”

Behalve Schiphol kijken ook luchtvaartmaatschappijen hoe ze IoT kunnen inzetten. Was het niet logischer samen op te trekken op een publiek netwerk? De keuze voor een eigen gesloten netwerk en dat op aanvraag open te stellen voor partners is een welbewuste, vertelt Bøe-Lillegraven. De controle over de beveiliging is nu groter. Gedurende het jaar bleken providers bovendien geen goede dekking te geven op niet-publieke delen.

Minstens zo belangrijk is zijn verwachting makkelijker nieuwe toepassingen te kunnen implementeren. “Onze investering is natuurlijk ook een zet richting de komst van 5G. Met een eigen netwerk zijn we sneller in staat use cases te bedenken en direct te handelen.”

Voortouw
Het neemt niet weg dat hij maar al te graag samenwerkt om sensordata uit te wisselen. Al zijn andere bedrijfs- of verdienmodellen voorlopig niet aan de orde. Uitzoomend is het eerder voorstelbaar dat Schiphol op termijn met andere vervoersbedrijven optrekt. Bijvoorbeeld binnen de Nederlandse AI Coalitie. Een koffer met RFID-tag zou dan – theoretisch – zijn te volgen richting taxi, trein en vervolgens bij de airline. Data die nu nog bij de luchtvaartmaatschappij of afhandelaar binnenkomt. “Met inzicht in zulke reispatronen kunnen we de totale reiservaring optimaliseren.”

De Data Officer spreekt van een nieuw paradigma, vandaar zijn geestdrift. Tijdens de ontwikkeling is niet voor niets rekening gehouden met het opschalen naar andere (regionale) luchthavens. Grote vlieghubs zullen het voortouw nemen, is zijn verwachting. Anderen volgen daarna. De recente samenwerking tussen Google en Lufthansa komt niet uit de lucht vallen. “Hoe we vliegvelden besturen verandert ingrijpend.”

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#176).

Foto: Frank Ruiter (in opdracht van Emerce)

Deel dit bericht

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond