Waarom digitale organisaties nog steeds industrieel denken
Wat slaap ons leert over strategie, ritme en leiderschap
Na een college bleef een student nog even hangen. Hij vertelde dat hij de laatste tijd elke ochtend rond vijf uur wakker werd. Niet omdat het moest, maar omdat hij dan een espresso zette en alvast begon te werken. Voor hem voelde dat efficiënt, alsof hij de dag voor was.
Een paar dagen later sprak ik een andere student. Ook hij werd rond vijf uur wakker, maar zijn ervaring was totaal anders. Hij kon simpelweg niet meer slapen. Zijn hoofd bleef doorgaan, dus trok hij zijn hardloopschoenen aan om het piekeren te dempen. Weer een andere student deed er juist alles aan om om tien uur ’s avonds in bed te liggen, omdat hij merkte dat zijn denken anders uit balans raakte.
Drie mensen. Drie strategieën. Hetzelfde moment in de nacht.
Rond diezelfde periode las ik opnieuw over leiders en ondernemers die bewust vroeg opstaan. Jeff Bezos bijvoorbeeld, die zijn ochtenden rustig houdt voordat de dag begint. Tegelijk hoor je steeds vaker dat mensen slechter slapen dan vroeger. Dat bracht me bij een vraag die eenvoudiger klinkt dan hij is: is vroeg wakker worden afwijkend, of laat het zien dat wij anders zijn gaan leven dan ons brein gewend is?
Toen ik me erin verdiepte, bleek vooral onze aanname over ‘normale slaap’ verrassend modern.
Toen slapen nog uit twee delen bestond
Voor de industriële revolutie sliepen mensen zelden acht uur aaneengesloten. Historische bronnen spreken over een eerste en een tweede slaap (Ekirch, 2001). Na enkele uren werd men vanzelf wakker, bleef een tijd op, pratend, lezend of nadenkend, en viel daarna weer in slaap tot de ochtend. Wakker worden midden in de nacht was geen probleem, maar onderdeel van het ritme.
Dat beeld wordt ondersteund door experimenteel werk van Thomas Wehr. In gecontroleerde lichtomstandigheden ontwikkelden proefpersonen spontaan een gesegmenteerd slaappatroon: twee slaapblokken met een rustige wakkere fase ertussen (Wehr, 1993).
Met de komst van kunstlicht, fabrieksuren en vaste werktijden veranderde dat patroon. Slaap werd aangepast aan economische efficiëntie. Wat ooit cyclisch was, moest lineair worden.
Neurowetenschap laat zien dat ons lichaam dat oude ritme deels nog volgt. Onze slaap verloopt in cycli van ongeveer negentig minuten (Carskadon & Dement, 2011). Tijdens elke cyclus doorloopt het brein verschillende fasen, waarbij vooral de latere REM-fasen belangrijk zijn voor verwerking en geheugenintegratie. Aan het einde van zo’n cyclus naderen we telkens een moment van lichte waakzaamheid. (Raichle et al., 2001; Buckner et al., 2008).
Wie rond elf uur gaat slapen, bereikt zulke overgangsmomenten vaak rond half vier en vijf uur, precies wanneer veel mensen spontaan wakker worden.
Rond die tijd bereikt de lichaamstemperatuur haar laagste punt, neemt melatonine af en stijgt cortisol geleidelijk. Het brein bevindt zich tussen nacht en dag: rationele controle is nog niet volledig actief, terwijl associatief denken juist toeneemt (Czeisler et al., 1999)
Wat hier gebeurt
- Slaap verloopt in natuurlijke cycli van ongeveer 90 minuten.
- Kort wakker worden kan onderdeel zijn van een gezond patroon.
- Het brein is tussen 03:00 en 05:00 biologisch extra gevoelig.
- Associatief denken overheerst dan rationele sturing.
- Dezelfde fase kan leiden tot helderheid óf piekeren.
Overdag managen, ’s nachts verbinden
Wat mij vooral fascineerde, is het verschil tussen wat ons brein overdag en ’s nachts doet. Overdag managen we: we plannen, beslissen, reageren en structureren. We proberen complexiteit te beheersen. ’s Nachts verschuift die rol. Dan wordt een hersennetwerk actief dat betrokken is bij reflectie en betekenisgeving. Het brein verbindt losse ervaringen tot samenhang. Waar we overdag sturen, probeert het brein ’s nachts te begrijpen.
Toen ik aan mijn GEMBA begon, merkte ik in de eerste week al dat er iets veranderde. Moeilijk precies te benoemen, maar het voelde alsof mijn denken zich anders organiseerde, alsof nieuwe verbindingen ontstonden. Toen ik dit deelde met programmadirecteur Saskia, herkende zij het meteen. Veel deelnemers ervaren volgens haar zo’n overgangsfase.
Ik ontdekte dat daar een term voor bestaat: een liminale fase, een tussenstaat waarin oude denkpatronen loslaten terwijl nieuwe zich vormen. Zo’n overgang vraagt verwerking, en juist die vindt grotendeels plaats tijdens de slaap. (Turner, 1969; Tempest & Starkey, 2004).
Misschien verklaart dat waarom ideeën soms ’s ochtends ontstaan. Regelmatig word ik wakker met een invalshoek voor een blog die er de avond ervoor nog niet was. Niet omdat ik bewust heb nagedacht, maar omdat het brein ’s nachts verbanden heeft gelegd. Het denkwerk is vaak al gedaan voordat de werkdag begint.
De botsing tussen biologische ritmes en digitale werkstructuren
Hier wordt het interessant vanuit het perspectief van digitalisering, strategie en leiderschap. We hebben onze manier van werken ingericht alsof denken een lineair proces is. Agenda’s zijn strak gevuld, vergaderingen volgen elkaar zonder tussenruimte op en strategische keuzes moeten binnen het gereserveerde uur worden afgerond. Tien minuten voor het einde van een MT-sessie klinkt de vraag: “Kunnen we hier nu een besluit op nemen?” Daarna schuift iedereen door naar de volgende afspraak.
Zelfs ’s avonds stopt dat ritme niet. Een bericht met de vraag of je morgenochtend nog even kunt reageren, omdat het “mee moet in de presentatie”. Alsof inzicht zich laat plannen tussen twee tijdsloten. Onze werkstructuren zijn gebouwd op een industriële logica: tijdsblokken, directe respons, maximale synchronisatie. Efficiëntie is het uitgangspunt.
Maar het brein functioneert anders. Het werkt in golven van activatie en verwerking. Overdag reduceren we complexiteit tot besluiten; ’s nachts probeert het brein diezelfde complexiteit samen te brengen tot betekenis. Inzicht ontstaat zelden tijdens de vergadering zelf, maar vaak pas daarna, wanneer er ruimte is geweest om te verwerken wat er is gezegd.
In digitale transformatieprojecten zie ik hetzelfde mechanisme. Systemen worden ontworpen op snelheid en controle, terwijl echte verandering pas zichtbaar wordt wanneer mensen nieuwe verbanden hebben kunnen leggen. Niet tijdens de implementatiecall, maar in de reflectie erna. Ons werk is cognitief geworden, terwijl onze structuren industrieel zijn gebleven. Misschien vraagt leiderschap in een digitale economie daarom minder om voortdurende versnelling en meer om het herkennen en respecteren van ritme.
Wat je hier als lezer uit kunt meenemen
- Niet elk nachtelijk wakker moment betekent dat je slecht slaapt.
- Verschillende ritmes tussen mensen zijn biologisch normaal.
- Inzicht ontstaat vaak ná verwerking, niet tijdens activiteit.
- Rust en reflectie zijn geen luxe, maar onderdeel van strategisch denken.
Creatieve ideeën ontstaan uit de integratie van ervaringen, vaak buiten de formele werkstructuren om.
Sinds die gesprekken kijk ik anders naar de vroege uren: niet als verloren slaap of gewonnen productiviteit, maar als een overgangsruimte tussen verwerken en beginnen. Misschien is vijf uur ’s ochtends niet alleen het begin van een werkdag, maar het moment waarop het brein klaar is met het verbinden van wat overdag nog losse indrukken waren.
En misschien hoeft dat niet opgelost te worden. Soms is begrijpen al genoeg.
Over de auteur: Stephan Makatita is Strateeg digitale transformatie (voormalig CDO) op het snijvlak van marketing, technologie en organisatieverandering.
Plaats een reactie
Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond