Alle data is dood. Ook webanalyticsdata. Zonder vergelijking, zonder umfeld, zonder historie zeggen de cijfers hoegenaamd niets. Webanalisten moeten daarom alle mogelijke additionele databronnen aanboren om hun webanalyticsdata in perspectief te zetten en daarmee tot leven te brengen.
Onderwerpen waar je informatie over moet verzamelen voor de interpretatie van je data zijn bijvoorbeeld de markt (je concurrenten), demografie (je klanten), de wereld (seizoen, nieuws, weer, zoekgedrag, trends) en je website (met daarin de elementen vertrouwen, ontwerp, overtuigingskracht, propositie en functionaliteit). Maar de lijst is onuitputtelijk.
Met zoveel onderwerpen waar je data over kunt verzamelen moet je vrijwel altijd keuzes maken. Gelukkig is er hoe langer hoe meer data voor weinig en eenvoudig in feeds beschikbaar. De Kamer van Koophandel heeft interessante data over alle branches en recente ontwikkelingen daarin, het CBS over demografische ontwikkelingen en macro-economie, en op het internet vind je hoe langer hoe meer datafeeds met informatie over alle mogelijke onderwerpen.
Alleen waar het je eigen website betreft, is goede raad nog altijd duur. Met alle externe seinen op groen en een nog steeds tegenvallende conversieratio, ben je overgeleverd aan de conversie-optimalisatie consultant. Hij zal waarschijnlijk aanraden om de website te testen middels een eyetracking onderzoek. Voor zo’n onderzoek worden zo’n 20 mensen één voor één achter een computer gezet en gevraagd een opdracht uit te voeren op de website. Daarbij leggen verschillende camera’s en andere opname-apparatuur vast wat de testpersoon op de site doet. Vervolgens wordt er een heatmap gemaakt van de pagina’s die laat zien waar de testpersonen het meest naar gekeken en op geklikt hebben. Analyse van die heatmap moet dan aan het licht brengen waarom mensen niet converteren.
Ik heb eyetracking altijd een twijfelachtige methode gevonden. Allereerst is het kostbaar. De apparaten die je ervoor nodig hebt kosten een fortuin, daarnaast moeten tenminste 20 testpersonen de opdracht uitvoeren wat veel tijd kost van de consultants. Dan kun je je afvragen of iemand die weet dat hij wordt bekeken de site op dezelfde manier gebruikt als een gemiddelde bezoeker. Ten derde heb je met 20 personen geen statistisch relevante groep. Maar met een representatieve groep van duizenden mensen is het echter helemaal niet meer te realiseren. Tenslotte analyseer je met eyetracking het proces, wat helaas nog geen beeld geeft van de oplossing. Daarmee moet dan nog worden begonnen met A/B of multivariate testen.
Om ideeën te krijgen voor een A/B test kun je ook je moeder of je hele familie achter je website zetten. Maar er zijn nu ook interessante softwarematige oplossingen.
Allereerst Clicktale. Het is al vrij bekend dat je met deze tool opnames kunt maken van gebruikerssessies. Je registreert hoe specifieke gebruikers met hun muis over de site zijn gegaan en waar ze hebben geklikt. Daarmee is het dus niet hetzelfde als eyetracking, want je ziet niet waar mensen naar kijken. Maar de veronderstelling is dat mensen met hun muis aanwijzen waar de aandacht naartoe wordt getrokken en wat ze lezen – Clicktale zelf zegt dat daar een correlatie is van 86%. Vervolgens kun je van al deze sessie samen een heatmap maken van waar de muis het meest geweest is en waar is geklikt. Je kunt een beperkt aantal sessies gratis registreren en als je ideeën wilt opdoen voor een A/B test voldoet dat uitstekend. Nadeel van het systeem is dat mensen ook vaak per ongeluk klikken, bijvoorbeeld waar een scrollbar zit aan de recher kant. Die kliks krijg je ook te zien in je heatmap en die vertroebelen het resultaat.
Een ander programma, Attentionwizard, werd vorige maand tijdens de GAAC summit bij Google gepresenteerd door Tim Ash van Site Tuners. Dit programma is nog in beta en vooralsnog gratis te gebruiken. Je krijgt er een voorspelling mee welke elementen op je pagina’s de meeste aandacht trekken. Voor de test laad je een screenshot van de pagina in de tool, wacht een paar seconden en er rolt een heatmap uit. En die lijkt verrassend veel op het resultaat van een eyetracking onderzoek waar 20 mensen gedurende 2 maanden aan hebben gewerkt.
Er zijn natuurlijk beperkingen. De tool werkt met algoritmes die nog niet zo slim zijn dat ze alle kleuren uit elkaar kunnen houden. Kleurcontrasten tussen verschillende vlakken kunnen wel worden onderscheiden, maar of een rode of groene button beter werkt kom je niet te weten. Het systeem kan ook gezichten herkennen. Het verschil tussen een aantrekkelijk persoon en een minder bevallig exemplaar daarentegen weer niet, terwijl dat wel uitmaakt voor het engagement van de bezoeker. Als je een nieuw logo wilt uitproberen, dan zijn er dus betere methoden. De kwaliteit van de kopij is vaak ook van belang, wat AttentionWizard buiten beschouwing laat. En tenslotte is het programma natuurlijk een nabootsing van de werkelijkheid – er wordt voorspeld waar mensen naar kijken op basis van modellen gebaseerd op empirisch onderzoek. Zodra het gedrag verandert veranderen die modellen niet automatisch mee.
Maar als je nieuwe landingspagina’s wilt uitproben voor je ze live zet, dan heb je met AttentionWizard in 3 minuten vrijwel net zoveel informatie als met een uitgebreid eyetracking onderzoek. En daarmee wordt de toegevoegde waarde van eyetracking zo marginaal dat het zijn langste tijd lijkt te hebben gehad.
*) Ingezonden opinie van: René Nijhuis, manager Business Intelligence van Netsociety
Foto: Flickrsvan (cc)










Eyetracking is op zich een interessante methode, maar biedt onvoldoende inzicht om op basis daarvan echt aan een website te sleutelen. Immers, het is algemeen bekend in het oog springende onderdelen meer aandacht trekken en de ervaring leert dat we beginnen met linksboven kijken. Dat is waarop Attentionwizard ook is gebaseerd. Kijkgedrag wat je ook kunt inschatten zonder dit onderzoek. Het blijft dan ook raadzaam om je advies te baseren op meerdere bronnen. Maar zeker zo belangrijk is het om middels testen te achterhalen wat wel en niet werkt. Want het omgaan met websites verandert nog steeds. En zo blijf je echt inspelen op de wensen van de bezoers.