Innovatie: waar haal je het vandaan?

Briljante invallen, ijzersterke ideeën, levensvatbare businessmodellen: ze liggen niet zomaar voor het grijpen. Wat innovators doen, is soms jaloersmakend: waar halen ze hun kennis en ideeën vandaan? Wat is het effect van die bronnen op innovatie? En kunnen we daarbij een verschil aanwijzen tussen startups en middelgrote bedrijven die innoveren?

De antwoorden staan in ‘De innovatiebronnen van kleine ondernemers’: een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Accenture.

Wat is er zo uniek aan de gegevens van de AIA-deelnemers?

Onderzoeker Rene van der Eijk: “Eigenlijk meten we al sinds 2007, het eerste jaar waarin de Accenture Innovation Awards (AIA) gehouden werden. Over de afgelopen vijf edities hebben we gegevens die valide genoeg zijn om gedegen onderzoek te doen. De werkvorm is fluïde en flexibel: Accenture laat aan de RUG over wat onderzocht wordt. De dataset die het bedrijf in de loop van de jaren heeft opgebouwd, bevat een schat aan informatie over microbedrijven, startups en innovators: uit het pitchproces, over hun ervaringen en verwachtingen, en over de herkomst van hun ideeën.”

Waarom doen de RUG en Accenture dit onderzoek?

“Er bestaan tal van gegevens over waar Nederlandse bedrijven innovatie vandaan halen. Maar het is zo dat alleen bedrijven met meer dan tien medewerkers gemeten worden. De realiteit leert dat zulke organisaties al lang gevestigd zijn. Bovendien ligt het voor de hand dat grotere bedrijven beter in staat zijn om intern ideeën te vergaren, bijvoorbeeld door eigen onderzoek te doen en kennis uit te wisselen. Maar hoe dat bij kleinere bedrijven zit, daarover is nog nauwelijks iets bekend. Die witte plek is nu precies wat ingevuld wordt door de data van de AIA-deelnemers.”

Wat is het praktisch nut van het onderzoek voor startups en andere innovators?

“Startups hebben een grote behoefte aan informatie. Een bedrijf opzetten is een risicovol proces. Er zijn doorgaans weinig financiële terugvalmogelijkheden. De resources zijn beperkt. Wat je doet moet werken, anders zul je vroeg of laat noodgedwongen je idee opzij moeten zetten. Elk bedrijf dat zichzelf serieus neemt is in de opstartfase op zoek naar handvatten. De onderzoeksresultaten bieden die.”

Vanwaar de link met de Accenture Innovation Awards?

“We hebben een enquête gehouden onder de bedrijven die zich inschreven voor de AIA, de belangrijkste innovatieprijs van Nederland. Het is een programma dat innovatie continu op de voet volgt. De apotheose van de AIA is elk jaar de Innovation Summit waar de prijzen worden uitgereikt, in elk van de tien thema’s. Voor de AIA kan elk innovatief en duurzaam concept van Nederlandse bodem, dat jonger is dan drie jaar, zich inschrijven. Een vakjury beoordeelt de concepten per thema in verschillende rondes.

Bedrijven die in afgelopen edities meedongen naar de Accenture Innovation Awards vormen een selecte steekproef uit het totale bestand van micro- en kleine bedrijven in Nederland. Zij meldden zich actief en bewust als gegadigden voor de innovatieprijzen. Deze bedrijven zijn vermoedelijk, in hun eigen perceptie, innovatiever dan vele andere. De winnaars van de innovatieprijzen zijn dat ook in de ogen van de jury. Dat maakt ze tot een goede graadmeter om het effect van innovatiebronnen te meten.”

Wat versta je precies onder ‘innovatiebronnen’?

“Alles wat bedrijven binnen of buiten de eigen bedrijfsgrenzen, of via een partner, aanboren om nieuwe ideeën en kennis op te doen. Intern doen ze dat met eigen onderzoeksactiviteiten, in gespecialiseerde onderzoeksgroepen of in de marge van dagelijkse bezigheden – en alles daartussenin. Bij externe innovatiebronnen gaat het vooral om allerlei informatie verwerven die toegang geeft tot nieuwe kennis. Denk aan beurzen bezoeken en aan samenwerken met gebruikers, klanten, universiteiten, en soms ook concurrenten.”

Samenwerken met concurrenten?

“Dat lijkt tegenstrijdig, maar heeft zich bewezen als succesformule. Het heeft te maken met de derde bron voor innovatie-ideeën: langdurige partnerschappen aangaan met andere partijen in de markt. Zo wend je complementaire kennis samen aan om nieuwe kennis te ontwikkelen die beide partijen kunnen gebruiken. Partnerschappen helpen kleine bedrijven, en vooral startups, de nadelen van hun beperkte omvang en resource-schaarste compenseren.”

Kun je een paar sterke voorbeelden noemen van zulke vitale partnerschappen?

“Eviate van FastTrack Company won twee Accenture Innovation Awards en kwam tot stand in nauwe samenwerking met Air-France KLM, KPN en Samsonite. Hun product is een app op de smartphone, waarmee je in contact staat met je bagage, die je voorafgaand aan je vliegreis in kunt checken. Dankzij het partnerschap met relevante partijen kon het product goed in de praktijk getest worden en was er direct een ‘launching customer’ in de vorm van Air-France KLM.

Een ander voorbeeld is de startup Toogethr. Toogethr is een app die carpoolen makkelijk maakt en zich tot doel stelt de filedruk te verminderen, parkeerproblemen op te lossen en de impact op het milieu te verlagen. Toogethr is overgenomen door Calendar42, dat nu samen met Accenture de app verder ontwikkelt. Onder andere ABN AMRO doet tests om de waarde aan te tonen en Toogethr waar nodig beter te maken.”

 

Wat is het onderscheid tussen kleine bedrijven en microbedrijven?

“De bedrijfsgrootte is bepalend voor de manier waarop bedrijven hun innovatieproces organiseren en in hoeverre daarbij schaalvoordelen te behalen zijn. Daarom onderscheiden we in het onderzoek de categorieën ‘microbedrijven’ en ‘kleine bedrijven’, waaronder je vrijwel alle AIA-deelnemers kunt scharen. Bij die eerste moet je denken aan de initiatiefnemer die als meewerkend voorman fungeert, en hooguit een of twee compagnons heeft. De kleine bedrijven zijn minder pril en hebben naast de initiatiefnemer vaak drie of vier medewerkers.”

Waarom maakt het onderzoek dat onderscheid? En hoe doe je dat?

Om het onderscheid tussen de categorieën scherp te krijgen. Om ervoor te zorgen dat verschillen binnen de categorieën het resultaat niet beïnvloeden, voegen we bedrijfsgrootte als continue variabele toe. We controleren voor de mate waarin bedrijven obstakels in de bedrijfsvoering ervaren. We nemen financiële, kennis-, markt- en overige obstakels mee – obstakels die ook in overheidsbeleid wel erkend worden.”

Waarom onderzoek je juist dat type bedrijven?

“Veel van de economische dynamiek en flexibiliteit in ons land het gevolg van start-ups. Het mkb, de banenmotor van Nederland, krijgt zijn aanwas door start-ups. Het bestuderen van dit deel van de economie is belangrijk voor de BV Nederland. Innovatiebronnen onderzoeken geeft inzicht in de piepjonge bedrijven tot tien werknemers, waar vaak de initiatiefnemer meewerkend voorman is. Dat is om diverse redenen interessant. Als een bedrijf een innovatieachterstand heeft, dan kunnen de onderzoeksresultaten net dat extra zetje geven om het bedrijf over te halen om vernieuwende activiteiten te ontplooien. Microbedrijven verkrijgen innovatieve ideeën anders dan kleine bedrijven. Voor de overheid is dat een gegronde reden om andere keuzes te maken op het gebied van beleid en subsidie.”

Wat maakt het onderzoek vooral waardevol?

“Enquêtevragen die gebruikt worden om te onderzoeken wat de verklaringen zijn voor innovativiteit, bestaan al geruime tijd. Ze zijn opgenomen in de Community Innovation Survey (CIS), met voorsprong de belangrijkste gegevensbron voor innovatieonderzoek in Europa, bijvoorbeeld van Eurostat. CIS-data over Nederland stelt het CBS beschikbaar. Een groot nadeel is dat daarin gegevens ontbreken over bedrijven met minder dan tien medewerkers ontbreken. Dat maakt de informatie over microbedrijven uit ons onderzoek zo waardevol. Daarnaast heeft onze enquête in tegenstelling tot die van CIS een hoge respons. AIA-deelnemers zijn enthousiast bereidwillig om medewerking te verlenen. Ze hebben zich immers zelf ingeschreven.”

Maar hoe meet je nu het effect van kennis en ideeën op innovatie?

“We meten innovativiteit aan hand van de kans dat een bedrijf een patent aanvroeg. Daarnaast bepaalden we welke innovatiebronnen bedrijven gebruikten. Naar het belang van bedrijfsinterne bronnen voor innovatie wordt gevraagd door een vijfpuntsschaal op te nemen, zoals ook in de CIS-enquête gebeurt. Externe bronnen meten we door het aantal benutte exemplaren te tellen. Of er al dan niet met een partner samengewerkt wordt, is een ‘binaire variabele’ die we gebruiken. Tot slot is het, omdat de ene innovatie de andere niet is, van belang te weten of een innovatie alleen in Nederland is geïntroduceerd of tegelijkertijd ook elders.”

Wat zijn de opvallendste resultaten uit het onderzoek?

“Dat startups of microbedrijven veel baat hebben bij een innovatiesamenwerking met een goede partner. Uit de analyse van de uitkomsten van de AIA-enquête blijkt dat microbedrijven (tot tien werknemers) in hoge mate afhankelijk zijn van partners, terwijl kleine bedrijven (meer dan tien medewerkers in dienst) al in belangrijke mate intern kennis ontwikkelen. Kleine bedrijven hebben in de beginfase behoefte aan externe bronnen van kennis bij hun innovatie-inspanningen. Voorlichting over hoe en wat voor startende ondernemers biedt kansen. Het vinden van de juiste partner is de uitdaging. Accenture biedt daarom een programma dat start-ups aan grote bedrijven koppelt. Het werkt met praktische meet-and-greets en verbindingssessies met grote ondernemingen. Zo worden nadelen van een kleine schaal tenietgedaan, en blijven de voordelen, zoals flexibiliteit, behouden.”

Wat kan daarbij de rol van de overheid zijn?

“De overheid zou beleid kunnen ontwikkelen om microbedrijven in contact te brengen met de juiste partners, om de microbedrijven te helpen een samenwerkingsverband aan te gaan. Ik vind het de overweging waard om subsidies te verstrekken die bepaalde vormen van samenwerken faciliteren – grotere bedrijven en publieke organisaties werken immers niet als vanzelf met microbedrijven samen.”

Waar staat dit onderzoek over vijf jaar?

“Het onderzoek naar de kenmerken en achtergrond van ondernemers gaat verder. We blijven barrières in kaart brengen en de invloed van subsidies en samenwerkingsverbanden nagaan. Het zou mooi zijn als dat over vijf jaar heeft geleid tot een succesvolle voorspelling van de drijfveren van toekomstig succes.”

*) Dit blog is tot stand gekomen in samenwerking met Dr. Rene van der Eijk (onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen) en Korik Alons (Strategy Manager bij Accenture). De inhoud is gebaseerd op het artikel Innovatiebronnen voor kleine ondernemers, dat gepubliceerd is in Ondernemerschap & Innovatie van ESB. Je kunt dit artikel downloaden als pdf.


Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug