Design disruptors en de opkomst van maatschappelijk verantwoord ontwerpen

De documentaire Design Disruptors (2016) van InVision geeft een mooi inkijkje in de wereld van design. Drone shots van downtown bruisend New York, gelikte beelden van mensen die met hun mobieltje spelen en dan de stem van Bob Baxely, design director van Pinterest, die verklaart dat we in revolutionaire tijden leven.

Design Disruptors laat er geen twijfel over bestaan: ontwerpers zijn de helden van deze tijd. Ze zijn niets minder dan supersterren, misschien wel de popsterren van dit moment. Met hun (revolutionaire!) ontwerpen veranderen zij eigenhandig de wereld.

Mythische proporties

De film zet de designer op een voetstuk, zo groot dat je er eigenlijk alleen nog maar af kunt vallen. Maar daar lijken de topontwerpers van Netflix, Google en Pinterest, die in de film aan bod komen, zich niet van bewust. Ze bevestigen het beeld van de ontwerper als tovenaar, als wereldverbeteraar.

De Netflix-documentaireserie Abstract gaat nog een stapje verder. Hierin worden acht designers tot bijna mythische proporties uitgelicht; zij zijn het die de lijnen voor de toekomst uitzetten en ons slimme oplossingen aanreiken voor actuele problemen.

Onbedoelde effecten van ontwerp

Maar als je door de bovenlaag heen krabt, wat kom je dan tegen? Is de ontwerper zich wel voldoende bewust van het feit dat zijn ontwerp ingrijpt op andere sociale, economische of politieke systemen en die mogelijk zelfs behoorlijk kan ontwrichten?

Steeds vaker worden we geconfronteerd met ogenschijnlijk revolutionaire ontwerpen met vaak onbedoelde effecten. Die kunnen, zeker op lange termijn, desastreuze gevolgen hebben. Een service die ons leven gemakkelijk moet maken, zoals Airbnb of Uber, ontwricht de stedelijke dynamiek en werkgelegenheid.

Maar ook ontwerpen die een probleem voor ons oplossen, zoals een slimme thermostaat, creëren vaak nieuwe problemen; we besparen energie maar leveren in op privacy.

“Een uitvinding die vandaag geïntroduceerd wordt in Silicon Valley, kan morgen banen kosten in eigen land”

Het voorspellen van de impact en gevolgen van innovaties is nauwelijks te overzien, zeker niet in een tijd waarin meer dan ooit te voren diverse systemen elkaar sterk beïnvloeden. En dat ook nog eens op een globale schaal en in een zeer rap tempo. Een uitvinding die vandaag geïntroduceerd wordt in Silicon Valley, kan morgen banen kosten in eigen land; de chaos-theorie in praktijk gebracht. Ga er als ontwerper maar aanstaan om die gevolgen te overzien.

Wat is echter de verantwoordelijkheid van de ontwerper hierin? We kunnen nieuwe spelers op de markt niet verbieden hun nieuwe – mogelijk disruptieve – innovatie te introduceren uit angst dat dit werkgelegenheid gaat kosten. En toch… slaan we hier niet een belangrijke stap over?

Betekenis toevoegen

Zijn het niet juist de ontwerpers die in staat zijn moeten zijn om innovaties die nu vooral door economische en technologische inzichten gestuwd worden, te bevragen op hun maatschappelijke en menselijke waarde? Het mensgericht ontwerpen en ontwikkelen is juist datgene waar het ontwerpvak zich voor wil laten staan. Die ‘human’ value lijkt nu onder te sneeuwen in een market- en tech based maatschappij.

In de woorden van Richard van der Laken, oprichter van ontwerpbureau Designpolitie: “Ontwerpers moeten weer uitgedaagd worden betekenis toe te voegen.”

Van der Laken, die ook oprichter is van de jaarlijkse What Design Can Do-conferentie, vindt het cruciaal dat ontwerpers zich laten voorstaan op hun holistische en empathische manier van werken. “Binnen ontwerpend onderzoek maken ontwerpers gebruik van inzichten uit tal van disciplines, maar het allerbelangrijkste is dat ze starten bij de mens. Wat wil de gebruiker? Alleen zo kan een betekenisvol ontwerp tot stand komen.”

Reality check

Tijdens What Design Can Do (23 en 24 mei jl. in Amsterdam) stond het gesprek over die maatschappelijke meerwaarde dan ook centraal, in de diverse keynotes, tijdens workshops evenals tijdens een ontwerpchallenge die dit jaar designers uitdaagde na te denken over klimaatverandering.

Van der Laken “Die challenge was afgelopen jaar een behoorlijke reality check, voor de deelnemers en voor ons. Een mooi idee strandt toch vaak in realistische uitvoerbaarheid. Ontwerpers denken na over de gevolgen van hun ontwerp, maar je komt er pas echt achter door onderzoek, checks en balances. Die gelegenheid tot goed uittesten van nieuwe ideeën in de praktijk,  is er niet vaak.”

Dat erkent ook professor Paul Hekkert, hoogleraar vormtheorie aan de opleiding Industrieel Ontwerpen in Delft. “Ontwerpers nemen veel tijd voor het via prototypes uitwerken tot een goed ontwerp, maar nemen nu misschien nog te weinig tijd voor de maatschappelijke inbedding ervan. Daar moeten we meer aandacht aan gaan besteden.”

Hekkert stond twee jaar geleden aan het roer van het grootschalige  onderzoeksprogramma CRISP (Creative Industry Scientific Research Programme) waarbij de 3 technische universiteiten (TU Delft, Eindhoven, Twente), 2 Universiteiten van Amsterdam (UvA, VU) Design Academy Eindhoven en 60 bedrijven uit de creatieve industrie, zich gezamenlijk richtten op de vraag hoe ontwerpers in multidisciplinaire teams, betekenisvolle producten en diensten kunnen ontwikkelen.

Sociaal-maatschappelijke gevolgen

Het vierjarige onderzoeksprogramma, dat in 2015 werd afgerond, ontwikkelde veel inzichten over de manieren waarop de samenwerking tussen publieke en private partijen vormgegeven kan worden, maar vooral ook hoe ontwerpers juist in die systemen betekenisvol kunnen opereren.

Hekkert bereidt momenteel vanuit  zijn positie in het Topteam Creatieve Industrie een nieuw programma voor, waarbij met name aandacht is voor de manier waarop ontwerpers gestimuleerd kunnen worden meer systematischer na te denken over de mogelijke gevolgen van hun ontwerp. “We willen kennisinstellingen en bedrijven uitdagen om gezamenlijk na te denken over mogelijke gevolgen van hun ontwerp, waar het nu gaat om het klimaat of juist sociaal-maatschappelijke gevolgen”

Verschuilen achter een algoritme

Hoe kun je de impact van je ontwerp goed verkennen? In The New Yorker riep journalist Om Malik onlangs de innovatieve voorhoede op om zich hier over te buigen: “mijn hoop is dat de technische industrie de blik van hun smartphone afwendt en probeert de impact van al die ontwrichtende verandering op onze generatie te doorzien; vooral met het oog op de medeburgers die nu steeds meer aan de zijlijn staan.”

Malik beseft echter dat dit voor de individuele ontwerper of start-up veelgevraagd is: “Het is moeilijk om de menselijke consequenties van een technologie te doorzien, vooral wanneer de start-ups zichzelf voorbij rennen om aan hun investeerders te bewijzen dat ze de moeite waard zijn.”

Daarom zijn volgens hem juist de grote bedrijven aan zet. “Als je een data-gedreven oligarchie  bent als Facebook, Google, Amazon, of Uber, kun je je niet verschuilen achter je algoritme.”

Prototypen

Bedrijven moeten volgens Malik verantwoordelijkheid nemen voor de effecten van hun ontwerp of interventie. Dat betekent dat ze zich meer moeten roeren in het debat en zich publiekelijk uitspreken over mogelijk ongewenste effecten van hun ontwerp en daar vervolgens natuurlijk ook conclusies aan verbinden. Juist in het ontwerpend denken, speelt prototypen een cruciale rol; een ontwerp wordt -voordat het wordt gelanceerd – voortdurend bijgesteld door nieuwe inzichten, iteraties en het testen in de markt. Steeds meer bedrijven ontwikkelen snel prototypes en leggen die voor aan gebruikers. Goed om de wenselijkheid en de bruikbaarheid mee te testen. Maar de onbedoelde effecten leg je er niet mee bloot.

“Producten zijn niet zo onschuldig, ze mediëren ons gedrag”

Professor Hekkert: “In de jaren ’60 en ‘70 hadden we omvangrijke discussies over de impact van producten op het milieu; bij alle ontwerpen lag de focus op minder uitstoot en minder afval. Dat heeft geresulteerd in aandacht voor de circulaire economie en meer modulair ontwerpen waarbij niet een heel product maar een onderdeel van het systeem vervangen kan worden. Ik denk dat we nu vooral voor een tijd staan waarbij we moeten focussen op de sociale effecten. Producten zijn niet zo onschuldig, ze mediëren ons gedrag; hoe we omgaan met elkaar, het milieu en onze gezondheid. We moeten daar meer bewust van zijn en ontwerpers vooral ervan doordringen dat ze niet neutraal opereren; ze dienen een visie te ontwikkelen en daar dan ook voor te staan en er verantwoordelijkheid voor te nemen.”

Maatschappelijk verantwoord ontwerpen

De vraag is dus hoe maken we van ontwerpers echte superhelden, die niet alleen in staat zijn mooie producten of diensten te lanceren, maar die vooral ook in staat zijn hun stem te laten horen waar het gaat om maatschappelijke thema’s. Die richting te geven aan producten die echt iets toevoegen, die de privacy van mensen respecteren, die rekening houden met de consequenties van de hippe nieuwe start-up op de economie, het milieu, privacy etc. Die goed nadenken over de impact van hun ontwerp en of die effecten ook wenselijk zijn.

Wellicht moet er naast een MVO keurmerk voor bedrijven ook een MVO keurmerk komen voor ontwerpers; het Maatschappelijk Verantwoord Ontwerpen, waarbij we jaarlijks juist die ontwerpen uitlichten die heel nadrukkelijk nadenken over hetgeen ze orkestreren met hun ontwerp. Ontwerpers die – in de woorden van Paul Hekkert – meer denken in socio-technische systemen; dus niet alleen een product op de markt brengen, maar ook nadenken over de ermee samenhangende diensten en het systeem waarin dit moet functioneren.

“Dat kan alleen als ontwerpers heel goed samenwerken met diverse experts en grondig onderzoek doen”, aldus Hekkert. De rol van de ontwerper wordt daarmee een fundamenteel andere. Hekkert: “ Ontwerpers krijgen niet langer een opdracht voor een afgeronde opdracht binnen een bepaalde termijn; ze moeten continu betrokken zijn bij het systeem waaraan ze ontwerpen zodat ze voortdurend hun ontwerp kunnen aanpassen aan de maatschappelijke ontwikkelingen; er is een meer adaptieve vorm van  ontwerpen nodig, een waarbij we voortdurend testen, bijstellen en weer opnieuw ontwerpen.”

Als we dit doordenken dan zijn de echte top ontwerpers van de toekomst waarschijnlijk onzichtbaarbaar; het zijn de radertjes in een systeem die samen met andere experts voortdurend proberen hun visie slim te verbinden aan technische mogelijkheden en sociaal-maatschappelijke systemen. In de genoemde Netflix serie Abstract laat interieur designer Ilse Crawford zien dat het ook bij het ontwerpen voor massaproductie zoals producten voor IKEA of de inrichting voor hotelketens, mogelijk is om de menselijke maat te hanteren. Of zoals zij het zelf verwoordt in Abstract: ‘Ontwerpen draait om restrictie; je moet je bewust zijn van je eigen beperkingen en die van je ontwerp interventies’. Zo’n ontwerper mag dan wellicht met recht een superheld genoemd worden.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Vance en is geschreven in samenwerking met Danielle Arets.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug