Flexibele distributie bespaart webwinkels tot 78 cent per order

Webwinkels doen mee aan een logistieke race naar de bodem. Het gaat er vooral om welke bedrijf het snelste of goedkoopste kan zijn. Terwijl dat voor de meeste klanten niet het belangrijkste is, zegt Roland Slegers van DeliveryMatch. Hij deed onderzoek naar het thema en publiceert binnenkort zijn uitgebreide verslag ‘Distributiebesturing webshops: van push naar pull’. Slegers rekent onder meer voor hoeveel webwinkels gemiddeld per order kunnen besparen.

Webwinkels troeven elkaar af en de logistieke standaard gaat langzaam omhoog. Dat de pakketbezorging steeds goedkoper en sneller wordt lijkt vooral een bruikbaar marketingmiddel. Want of de gemiddelde consument er nu echt behoefte aan heeft, is maar de vraag.

‘Niet opdringen, maar spreiden’

Uit het onderzoek dat DeliveryMatch binnenkort uitbrengt – nu nog op aanvraag beschikbaar – blijken vervoerders tot 0,21 euro te kunnen besparen op de afleverkosten. Behalve op de levering zelf, wordt er ook bespaard op de magazijnkosten. Gemiddeld nog eens 0,57 euro per order, vertelt Slegers. Daarvoor moet ‘slechts’ een omslag worden gemaakt in het logistieke denken: stop de klant niet in een vaststaand ‘next day’ logistiek proces met beperkte keuzemogelijkheden, maar plaats hem – uiteraard binnen bepaalde kaders – zelf achter het stuur. Het betekent vooral dat het moet gaan om flexibiliteit.

Als de retailbedrijven niets opdringen aan de klant en flexibiliteit nastreven kunnen ze de orders gelijkmatiger verspreiden. Met name omdat het te verwerken volume in de avond afneemt ligt er een besparing in het verschiet. Ze hoeven in de magazijnen immers minder avondtoeslagen te betalen. Een ‘pullbesturing’ zoals Slegers de flexibelere inrichting van de distributie noemt, levert volgens zijn berekening bovendien meer omzet op. Nieuwe en terugkerende klanten besteden gemiddeld 4,45 procent meer.

‘Minimale trefkans van 95 procent’

De kostenbesparing in de ‘last mile’ is berekend door naar een aantal variabelen te kijken, licht Slegers toe. Zo is het aantal stops en de bezorgkosten per pakketje berekend vanuit eigen expertise en gevalideerd bij anderen. Daarnaast is er uitgezocht voor welk percentage van de bestelde pakketten gemiddeld een vervolgactie nodig is, bijvoorbeeld een tweede bezorgpoging of retournering. Voor iedere vervolgactie is bepaald hoeveel extra tijd die kost. Aanbellen bij de buren zorgt in die zin voor minder extra kosten dan een hele nieuwe bezorgronde. Daarmee is een totaalbedrag aan bezorgkosten berekend.

‘De praktijk leert dat bedrijven die de pullbesturing omarmen een minimale trefkans van 95 procent hebben. Het verschil in bezorgkosten gedeeld door het aantal pakketjes levert de besparing van 0,21 euro op.’

Klantwens en investering sluiten niet op elkaar aan

Het onderzoek – een marktonderzoek onder consumenten, interviews met spelers en een benchmark onder webwinkels – laat zien dat er nogal een gat zit tussen het beleid en klantwens.  Bedrijven weten het laatst mogelijke bestelmoment in de avond steeds verder op te schuiven. Het aantal webwinkels dat belooft de volgende dag af te leveren is de afgelopen jaren blijven toenemen. Daarnaast is er tussen 2013 en 2017 flink geïnvesteerd in afleverpunten en bezorging in de avond en op zaterdag. Maar vanuit het klantperspectief worden andere zaken belangrijk gevonden. Onder meer inzicht in de productvoorraad, het aflevermoment en tijdvakkeuze.

Slechts acht procent van de consumenten wenst het product altijd dezelfde of volgende dag in huis te hebben. Wachten is meestal geen probleem, als er maar een passend aflevermoment te kiezen is. Het advies is om een standaardproces in te richten voor orders die niet de volgende dag in huis hoeven te zijn. En van ‘same day’ of ‘next day’ leveren een afzonderlijk proces te maken. Deze orders zijn dan te spreiden.

Acht van de tien consumenten vindt het wel belangrijk om zelf een bezorgdag te kunnen kiezen tijdens de checkout. De zaterdagbezorging is een stuk belangrijker dan een levering op zondag of maandag.

‘Snelheid is optie’

Andere grote verschillen tussen de behoefte en praktijk zijn te vinden in de bezorglocaties en -tijdvakken. Bedrijven hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in afhaalpunten. Zo heeft 67 procent van de webwinkelbedrijven een eigen punt. Nog eens 38 procent kiest zowel voor een eigen punt (bijvoorbeeld een fysieke vestiging) als die van een andere organisatie. Toch zegt nog maar zeventien procent van de consumenten liever op te halen. Bijna twee derde verkiest de thuisbezorging.

Een groot gemis vinden klanten het dat webwinkels niet voorzien in een aflevertijdvak. Slechts tien procent van de winkels biedt een tijdvak van twee uur, maar liefst 81 procent van de consumenten zegt dit wel te willen. Een kwart daarvan is zelfs bereid extra te betalen voor die service.

Het gaat er al met al niet om dat webwinkels zich allemaal blindstaren op een zo snel mogelijke levering. Snel leveren moet mogelijk zijn. Dat vindt Slegers ook. Maar het is een optie en geen standaard. Door rekening te houden met de daadwerkelijke vraag, kunnen bedrijven besparen op hun logistieke kosten.

 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug