UX-onderzoekscentrum voor ANWB: ‘Elk onderzoek beter dan geen onderzoek’

Zo’n drie jaar geleden richtte de ANWB een intern ‘UX Center’ op voor onderzoek. Het verving daarmee de gebruiksonderzoeken die door externe bureaus werden verricht. Waarom deed de organisatie dat? En wat levert zoiets op?

Zoals bij veel bedrijven speelt het team dat zich ooit bezighield met de online user experience nu een veel grotere rol in de organisatie. Naast ‘wireframes’ en ‘visuals’ staat de totale klantervaring en het verbeteren van digitale services hoog op de agenda.

Zo niet anders bij de ANWB, waar Iwan Banens ‘Manager Customer Experience & Service Innovatie’ is. “Onderzoek naar hoe klanten en niet-klanten onze producten ervaren wilden we een standaard onderdeel maken van het ontwikkelproces”, vertelt hij. “Voor de oprichting van het UX Center werd er soms wel onderzoek gedaan, maar dat werd verricht door externe bureaus en vaak pas vlak voor de livegang van een product. Daarna had je nauwelijks de tijd om learnings door te voeren. Het was eerder een sanity check, een laatste grove controle.”

45 onderzoeken: helder proces basis van succes

Drie jaar geleden is daarom een eigen onderzoekscentrum opgericht, geleid door een UX-onderzoekster. “Sindsdien onderzoeken we zo’n beetje alles dat belangrijk is.” Voor ieder onderzoek wordt gemiddeld één dag uitgetrokken waaraan zes tot acht respondenten deelnemen. Die respondenten worden apart gezet en krijgen een heldere opdracht mee. “Je beschikt al over een ANWB-lidmaatschap en wil via de app een pechmelding doen. Hoe pak je dat aan? Of je gaat morgen naar Amsterdam en wil weten waar je korting kunt krijgen met de ANWB-pas. Waar vind je dat?” Banens zegt daarbij niet zo zeer te zoeken naar harde fouten of bugs. Het doel is om uit te vinden of services intuïtief bruikbaar zijn. Misschien is de hele propositie en het gebruiksvoordeel niet helder. In zo’n geval moet men terug naar de tekentafel.

Afgelopen jaar zijn er 45 onderzoeken uitgevoerd. “Een hele vooruitgang ten opzichte van de vijf per jaar die we eerder extern lieten doen.” Het belangrijkste voor het succes van het centrum is het hebben van een helder proces, vertelt Banens. “Dat start bij de intake met een business of product owner. Wat wil je precies weten van de respondenten? Wat hoop je met het onderzoek te bereiken? Is dat bijvoorbeeld het vinden van belemmeringen of wil je concreet nagaan hoe je er online voor kunt zorgen dat de druk op het callcenter afneemt? Belangrijk voor het onderzoek is ook om de doelgroep helder voor ogen te hebben. Zijn dat leden of juist de niet-leden? Welk demografisch profiel zoek je? Wil je bijvoorbeeld specifiek iets weten van de mensen die op autovakantie gaan? Of liever recreanten die de fiets pakken?”

Op basis van de onderzoeksopzet wordt een script geschreven dat formuleert welke acties er van de respondenten worden verwacht. Het is belangrijk dat een onderzoekssessie niet langer dan 45 minuten tot een uur duurt, is de ervaring. “Is de opdracht complexer dan kun je die beter opknippen.”

‘Héél belangrijk: lessen delen in de organisatie’

Het grootste voordeel van een intern onderzoekscentrum is dat de interne zichtbaarheid en toegankelijkheid groot is, vertelt Banens. Concreet betekent dit dat iedere geïnteresseerde mag meekijken tijdens de onderzoeken. Marketeers, ontwikkelaars en hele scrumteams lopen binnen en zien van achter een spiegelwand hoe iemand mogelijk worstelt. “Als je iemand ziet worstelen met een product dat in jouw ogen briljant is, is dat veel sprekender dan wanneer je een onderzoeksrapport leest.”

Tijdens het onderzoek laat iedere observator zijn bevindingen achter op post-its die samen met de bevindingen van de onderzoeker in een aanbevelingsrapport belanden. “Héél belangrijk is om die rapporten met alle scrumteams en designers te delen. En niet alleen met diegene die bij dit onderzoek betrokken zijn.” Dat zorgt ervoor dat de lessen ook op andere afdelingen of in andere use cases worden toegepast.

Doorgaans komen er uit een onderzoek zo’n drie tot tien aanbevelingen voort, vertelt Banens. Kleine dingetjes meestal, geen ‘blocking issues’. Slechts één keer is besloten de livegang van een project uit te stellen. Het registratieproces werkte gewoon niet goed. “De oplossing voor dit probleem was niet heel complex, maar we zien dat nog steeds als mijlpaal. De stem van de eindgebruiker werd gehoord.”

Bredere inzet: ook buiten de digitale kanalen

Over de representativiteit van de uitkomsten heeft hij geen twijfels. “Allerlei onderzoeken tonen aan dat je met zes respondenten al 80 procent van de gebruiksproblemen ontdekt. Zeker wanneer je iteratief ontwikkelt en ook een volgende versie van een product laat onderzoeken wordt de kans op grotere problemen nog kleiner.”

Banens vertelt dat zijn plan om het UX Center intern onder te brengen niet direct op iedereen zijn steun kon rekenen. Zowel aan de respondenten als aan de intern gewerkte uren hangt een prijskaartje. Inmiddels is het succes ervan aangetoond en wordt er gekeken hoe een techniek als eyetracking ook buiten het digitale domein is te gebruiken. Afgelopen jaar is er een eerste uitstapje gemaakt naar print en zijn de brieven en facturen onder de loep genomen. Met eyetracking is vastgesteld welke specifieke delen van de brieven en facturen aandacht kregen. Zo bleken ontvangers een insteekkaart in de envelop vaak niet op te merken en konden de betaaloverzichten en de begeleidende teksten wel iets duidelijker.

Een volgende stap is om het onderzoek nog breder in te zetten. Om uit te vinden hoe klanten de apps onderweg of in de winkel gebruiken bijvoorbeeld. “Je kunt eigenlijk niet snel iets fout doen. De vraag is alleen of je al alles uit een product haalt dat erin zit. Ieder onderzoek dat je doet is beter dan geen onderzoek. Anders ontvang je die feedback pas na livegang en dan is de eerste indruk al bepaald.”

Enkele voorbeelden uit de praktijk

WizGo app voor voor theorierijbewijs halen – bewustwording

Binnen de ANWB was er weinig besef van hoe dit product in het nieuwe digitale jasje gebruikt zou worden. Een belangrijke onderzoeksuitkomst was bijvoorbeeld dat gebruikers het gevoel hadden dat de app niet alle stof uit het klassieke rijlesboek bevatte. Iets dat wel het geval is. Door eerst het concept en later de MVP te onderzoeken is de waarde van learnings in het algemeen duidelijk geworden. In de communicatie rondom de nieuwe app zullen de verwachtingen beter worden gemanaged.

Onderweg app voor verkeersinfo, parkeren, tanken – iteratief

Het onderzoek naar deze app wordt maandelijks herhaald. De ANWB ontwikkelt hierdoor minder op basis van aannames en laat zich leiden door inzichten uit data. Uit onderzoeken is bijvoorbeeld naar voren gekomen dat sommige gebruikers een navigatiesysteem verwachten – iets dat geen onderdeel is van de app. Daarnaast begrijpt men niet altijd wat het ‘connecten’ met de auto inhoudt. Duidelijk is dat de meerwaarde van een app goed naar voren moet komen om aan de verwachtingen te voldoen. Gedurende de iteraties is dit verbeterd.

Wegenwacht app – nieuwe en snelle product ontwikkelcyclus

De wegenwacht app is naar het model van Google Ventures ontwikkeld in een designprint van slechts één week. Binnen die korte periode is de ANWB van een concept tot resultaat en validatie gekomen. Naar eigen zeggen een waardevolle ervaring omdat het de organisatie leerde welke volgorde de ‘Pechmelden-flow’ moet hebben. Ook voor deze casus geldt dat het overbrengen van de meerwaarde van een app veel aandacht verdient. De app is gemaakt voor het online melden van autopech. Als de applicatie niet aan de verwachtingen voldoet moet men alsnog de wegenwacht bellen. Dit stelt teleur en leidt ertoe dat de app niet langer wordt gebruikt.

Prolongatie – omnichannel

Een van de eerste onderzoeken naar offline uitingen richtte zich op de jaarlijkse prolongatiebrief voor de verlenging van het ANWB-lidmaatschap. Die brief was nooit eerder onder de loep genomen. Uit het onderzoek is gebleken dat zeer belangrijke informatie door ontvangers wordt overgeslagen. Ontvangers lezen de brief simpelweg niet goed. De bijbehorende flyer bleef bovendien achter in de envelop en werd zo compleet gemist. Enkele inhoudelijke veranderingen zijn doorgevoerd en de flyer wordt nu beter in de brief gevouwen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug