SODAQ’s slimme sensoren koppelen 1.001 dingen aan het IoT

Miljarden autonome dingen kunnen aan het internet geknoopt worden: bruggen, prullenbakken, fietsen, beregeningsinstallaties. Sensorontwikkelaar SODAQ versnelt de opmars van het Internet of Things (IoT) door met LoRa verbindingen te leggen tussen ding en web. Jan Willem Smeenk, CEO van SODAQ, levert de bijbehorende hard- en software. “Wij doorbreken moeizame processen in vastgeroeste bedrijven en maken het IoT duurzamer en efficiënter.”

SODAQ gebruikt het efficiënte LoRa-netwerk om zaken aan te sluiten op het Internet of Things. LoRa is de afkorting van long range. LoRa zorgt ervoor dat kleine hoeveelheden informatie eenvoudig uitgewisseld kunnen worden over een lange afstand.

Wat is SODAQ in één tweet?

“SODAQ is een pionier in de ontwikkeling van hard- en software voor een duurzaam Internet of Things.”

Waarom wil je een duurzaam IoT?

“Volgens een voorspelling van de Gartner Group zijn er in 2050 meer dan honderd miljard IoT-apparaten. Stel dat die allemaal van stroom worden voorzien door één penlightbatterij met een levensduur van een jaar. Het zou betekenen dat er jaarlijks vier miljoen ton batterijen weggegooid worden: vijfhonderd olympische zwembaden vol met lege batterijen. Wij streven ernaar zoveel mogelijk IoT-apparaten op zonne-energie te laten draaien.”

Wat doet SODAQ?

“Wij ontwikkelen hardware-oplossingen – zoals sensoren en modules – waarmee particulieren of bedrijven zelf autonome dingen aan het IoT kunnen hangen. Dat werkt via Arduino, een open source-platform dat bekendheid geniet bij mensen die geïnteresseerd zijn in microcontrollers. Iedereen kan daarmee leren programmeren en op een eenvoudige wijze onze hardware aansluiten op het LoRa-netwerk.”

Voor welke doeleinden kun je SODAQ gebruiken?

“De mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt het apparaatje dat je bij ons koopt en vervolgens programmeert bijvoorbeeld in het achterlicht van je fiets wegstoppen. Zo heb je een tracker voor je fiets. Als je fiets gestolen wordt, kun je hem volgen via je smartphone door Google Maps te openen.”

Hoe werkt dat op technisch vlak?

“Onze gebruikers kunnen kiezen uit verschillende LoRa-netwerken, zoals KPN of The Things Network. Met onze software gaat jouw positie-informatie door een LoRa-netwerk naar een LoRa-server. Het zijn dus de servers die de informatie presenteren, in een app.”

Hoe is het idee tot stand gekomen?

“Op verzoek van de beheerder van een natuurpark in Oost-Afrika. Ik was daar beroepshalve. We kregen de opdracht om een tracker te maken, die onze opdrachtgever vervolgens aan dieren kon hangen, bijvoorbeeld als halsband, oormerk of op de hoorn. Hij wilde altijd en overal neushoorns kunnen volgen, maar de tracker kan ook de aanwezigheid van een mens detecteren door de bewegingspatronen en het gedrag van de neushoorn te monitoren. Als er dan iemand in de buurt van een neushoorn komt, dan geeft de tracker een signaal af naar de parkbeheerder. Zo weet hij dat er iets aan de hand is én kan hij bijvoorbeeld het doodschieten van een neushoorn voorkomen.”

En wat heb je daarna ondernomen?

“Bij terugkomst in Nederland hebben wij het product gelanceerd op het crowdfundingplatform Kickstarter. Om een gezond businessmodel te realiseren, wilden wij ons natuurlijk niet alleen richten op neushoorns. Daarom zijn we een universele, multi-functionele tracker gaan ontwikkelen die je overal op kunt hangen. Dit is bedoeld voor alles wat je niet wilt kwijtraken. Hang er een tracker aan en volg het product. Of de neushoorn. Inmiddels maken we tal van sensor- en trackingproducten.”

Waarom juist ontwikkelingslanden?

“Sinds 1992 ben ik actief in Afrika. Op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken ben ik naar Tanzania gereisd om het land meer aan te sluiten op internet. Op het hele continent heeft internet in de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Afrika wordt minder gehinderd door de wet van de remmende voorsprong. In Tanzania, een van de armste landen ter wereld, heeft vrijwel iedereen een mobieltje. Maar voorheen hadden ze helemaal geen telefoon. De stap van vaste telefonie hebben ze gewoon overgeslagen. Dat mobiel een integraal onderdeel is geworden van het dagelijkse leven, biedt kansen.”

Kun je een concreet voorbeeld geven?

“Stel, je bent daar maïsboer. Vroeger had je geen flauw benul van wat je oogst zou gaan opbrengen in de markt. Nu kun je bellen met je neef uit de stad om de actuele prijs even te checken. Zo gaat ook het IoT in de toekomst een belangrijke rol spelen. Met de sensoren die wij aan boeren leveren, kunnen zij bijvoorbeeld de kwaliteit van het water waarmee zij hun akker besproeien meten. Een laag of hoog zoutgehalte kan wel twintig tot dertig procent schelen in de opbrengst voor een boer.”

Wat is jouw verdienmodel?

“De producten die SODAQ ontwikkelt, de hardware zoals sensoren dus, verkopen we in de webshop. Inmiddels hebben we duizenden stuks verkocht. Sommige producten kosten slechts een paar tientjes. Onze producten gaan de hele wereld over om vanaf de meest afgelegen locaties aangesloten te worden op het IoT. We zijn momenteel aanwezig in achtenveertig landen, van Colombia en Peru tot Zuid-Afrika. Vanochtend heb ik nog een pakket op de bus gedaan voor Japan.”

Wie zijn je partners?

“Een grote partner van ons is de chipfabrikant Microchip. Ook werken wij samen met Akvo, een bedrijf gespecialiseerd in water. Deze combinatie zorgt ervoor dat wij goedkope en slimme producten kunnen maken die makkelijk toepasbaar zijn in ontwikkelingslanden. De sensoren werken overigens op zonne-energie.”

Welke klanten heb je?

“Het is een mix van particulieren en bedrijven. Door de diverse succesvolle Kickstarter-campagnes in 2014, 2015 en 2016 hebben wij veel publiciteit gekregen. In het algemeen kan ik zeggen dat onze doelgroep mensen van over de hele wereld omvat, van rond de dertig jaar jong, met een bovenmatige belangstelling voor solartechniek. De meeste bedrijven die ons benaderen zoeken naar een specifieke IoT-oplossing en hebben daarvoor onze hardware nodig.”

Wat voor specifieke oplossingen?

“We hebben een klant in Spanje die zich bezighoudt met het aanleggen van irrigatiesystemen op golfbanen. Een golfbaan moet altijd groen zijn. In Spanje is het zeer droog, dus water is het vloeibare goud. Als je wilt zorgen dat de golfbaan er optimaal bijligt, moet je nét genoeg water gebruiken. Niet te weinig, maar zeker niet teveel. Met onze sensoren kunnen wij dit waarmaken. Wij meten de droogte, onze klant heeft de app en weet zo precies hoeveel water hij moet geven. Dit is het type klant dat zó tussen de tien of honderdduizend van onze modules bestelt.”

En verder?

“Bijvoorbeeld Kukua. Wij hebben werken nauw met hen samen in Afrika. Het bedrijf specialiseert zich in zo accuraat mogelijke weersverwachtingen, op basis waarvan ze boeren adviseren. Zo kunnen zij hun inkomen sterk verhogen. Kukua wendt onze producten aan om meetapparatuur op de geschiktste locatie op te stellen.”

Zijn er concurrenten?

“Ja. Bijvoorbeeld Libelium uit Spanje. Maar de markt is zo groot dat wij ze zien als collega’s. Het Internet of Things is enorm. En er wordt zelfs voorspeld dat er rond 2020 meer dan 25 miljard apparaten wereldwijd met elkaar verbonden zijn. Momenteel is er eerder een tekort dan een overvloed aan leveranciers.”

Zie je het IoT als een disruptieve innovatie?

“Zeker. Een maand geleden zat ik bij de gemeentereiniging in Hilversum. Ze wilden prullenbakken in de openbare ruimte slimmer legen. Standaard maakte de reiniging elke week een rondje langs alle bakken, en leegde ook de halfvolle. Door een slimme sensor in de prullenbak te integreren met het navigatiesysteem, wordt de chauffeur van volle naar volle prullenbak geleid. Het is een ogenschijnlijk futiele alledaagse functionaliteit, maar daarin schuilt voor mij juist de disruptie. Er zijn talloze toepassingen te bedenken waarvoor het IoT een oplossing biedt.”

Waar ben je nu mee bezig?

“In opdracht van de provincie Zuid-Holland maken we een systeem waarmee we signaleren of er een brug open gaat. Openstaande bruggen veroorzaken vaak lange files. Nu wordt er pas een signaal naar je navigatiesysteem gestuurd wanneer de brug al open is. Dat kan eerder. Daarvoor ontwerpen we een lichtsensor voor verkeerslichten én een bewegingssensor voor slagbomen. Die signalen worden vervolgens verstuurd naar je navigatiesysteem zodat je kunt anticiperen. Inmiddels doen wij dit voor vijftig testbruggen in Zuid-Holland, met het doel om het uit te breiden naar heel Nederland.”

En voor de toekomst?

“Wij geloven in het tracken van objecten, zoals je fiets. Hier willen we dus verder in gaan. Ook zien wij het voordeel van sensoren bij logistieke processen. Kijk maar naar de vershoudbloemen van Albert Heijn. Op de sticker staat dat deze bloemen gegarandeerd zeven dagen goed blijven. Ze kunnen onze sensoren gebruiken om de perfecte omstandigheden te handhaven.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. SODAQ was deelnemer tijdens de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres wordt niet op de site getoond.

terug